Auteursrecht - Droit d'auteur  

IEFBE 4260

Rechtbank Frankfurt verduidelijkt wanneer AI-gegenereerde afbeeldingen auteursrechtinbreuk opleveren


Generatieve AI maakt het eenvoudig om bestaande foto's als uitgangspunt te nemen voor nieuwe afbeeldingen. Daarmee rijst een fundamentele vraag: wanneer levert een met AI gegenereerde afbeelding een auteursrechtelijke bewerking van de oorspronkelijke foto op? En wanneer is de afstand tot het origineel zo groot geworden dat van auteursrechtinbreuk geen sprake meer is?

Nadat het Hof Düsseldorf eerder dit jaar oordeelde dat een AI-afbeelding van een hond onder water geen inbreuk opleverde omdat alleen het onbeschermde motief was overgenomen, komt ook de Rechtbank Frankfurt tot een vergelijkbaar oordeel. In haar uitspraak van 27 mei 2026 bevestigt zij dat het gebruik van AI geen afwijkend toetsingskader vereist: doorslaggevend blijft de vraag of wel of geen beschermde creatieve trekken zijn overgenomen. Wel kan het gebruik van AI bewijsrechtelijke vragen oproepen, met name hoe kan worden aangetoond dat een beschermde afbeelding daadwerkelijk als input voor een AI-systeem is gebruikt. Daarbij wordt uitdrukkelijk niet ingegaan op de vraag of die invoering op zichzelf een auteursrechtelijk relevante handeling oplevert.

Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl.

IEFBE 4254

HvJ EU: state-of-the-art geoblocking voorkomt een mededeling aan het publiek in een lidstaat waar het werk nog beschermd is

HvJ EU - CJUE 9 jul 2026,, IEFBE 4254; ECLI:EU:C:2026:559 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-state-of-the-art-geoblocking-voorkomt-een-mededeling-aan-het-publiek-in-een-lidstaat-waar-het-werk-nog-beschermd-is

HvJ EU 9 juli 2026, IEF 23680; IEFbe 4254; ECLI:EU:C:2026:559 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten). In het kader van een gezamenlijk initiatief van de Anne Frank Stichting, de KNAW en de Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten werd via een Belgische website een kosteloos toegankelijke wetenschappelijke editie van de manuscripten van Anne Frank aangeboden. De werken behoren in onder meer België tot het publieke domein, maar zijn in Nederland gedeeltelijk nog tot 2037 auteursrechtelijk beschermd. De toegang vanuit Nederland werd daarom met geoblocking geblokkeerd. Het Hof oordeelt dat in Nederland geen mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3 lid 1 van Richtlijn 2001/29 plaatsvindt wanneer die geoblocking een doeltreffende technische voorziening in de zin van artikel 6 lid 3 vormt. In deze context is daarvan sprake wanneer de geoblocking state-of-the-art is. De doeltreffendheid hoeft niet absoluut te zijn: de enkele mogelijkheid dat individuele gebruikers de blokkade met een VPN of vergelijkbare dienst omzeilen, maakt haar niet ondoeltreffend. Bij de beoordeling moet onder meer rekening worden gehouden met de geschiktheid en evenredigheid van de maatregel, de stand van de techniek, de technische en praktische uitvoerbaarheid, de kosten en de mogelijkheden tot omzeiling. Een aanvullende verklaring waarin de gebruiker bevestigt zich in een publiekdomeinland te bevinden, is niet doeltreffend omdat zij uitsluitend afhankelijk is van de bereidheid van de gebruiker om naar waarheid te antwoorden. De conclusie van A-G Rantos van 15 januari 2026 is gepubliceerd op IE-Forum onder [IEF 23216].

IEFBE 4249

Kan AI het auteursrecht juist redden? Een nieuwe visie op licenties in het AI-tijdperk


Mogen ontwikkelaars van generatieve AI auteursrechtelijk beschermde werken gebruiken voor de training van hun modellen? En zo ja, onder welke voorwaarden? De discussie wordt al langere tijd gevoerd, maar juridische duidelijkheid laat nog op zich wachten. Ondertussen speelt een interessante vervolgvraag: hoe ziet een werkbaar licentiesysteem eruit, ervan uitgaande dat toestemming en/of compensatie van de rechthebbende is vereist?

In deze bijdrage wordt die vervolgvraag belicht. Niet het voor de hand liggende scenario van collectief beheer, maar het meer experimentele concept waarin AI-agenten namens individuele makers licenties onderhandelen en beheren. Kan AI, de technologie die het huidige auteursrecht onder druk zet, uiteindelijk ook bijdragen aan een efficiëntere uitoefening daarvan?

Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl.

IEFBE 4238

Artikel door Daniël de Weerd, Brinkhof.

De vibe coder maakt genoeg creatieve keuzes voor bescherming van zijn werk

Artikel door Daniël de Weerd. Oorspronkelijk verschenen in AI-Forum 2026-2.

Software is traditioneel kennis- en arbeidsintensief om te maken en wordt daarom door het auteursrecht beschermd. Auteursrechtelijke bescherming veronderstelt echter een menselijke maker. Nu steeds meer regels broncode niet meer door een mens, maar door een AI-model in opdracht van een mens worden geschreven (“vibe coding”), roept dat de vraag op in hoeverre deze bescherming nog mogelijk en zinvol is. In deze korte bijdrage betoog ik dat die bescherming mogelijk en zinvol blijft, omdat ook de vibe coder meer dan genoeg “vrije en creatieve keuzes” maakt die het Hof van Justitie vereist.

Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl

IEFBE 4237

Noot geschreven door Allard Ringnalda, Klos

Annotatie Mio & USM

Nr. 3 Hof van Justitite van de EU 4 december 2025
IEF 23142; ECLI:EU:C:2025:941


(Mio AB e.a./Galleri Mikael & Thomas Asplund Aktiebolag en Konektra GmbH & LN/USM U. Schärer Sohne AG)


(F. Biltgen, T. von Danwitz, I. Ziemele, A. Kumin en S. Gervasoni)


Samenvatting
Art. 2, 3 en 4 Rl. 2001/29 (Auteursrichtlijn, art. 10 en 13 Aw)

Er bestaat geen regel-uitzondering-relatie tussen modelrechtelijke bescherming enauteursrechtelijke bescherming in die zin dat bij het onderzoek van de oorspronkelijkheid vanvoorwerpen van toegepaste kunst hogere eisen moeten worden gesteld dan die welke gelden voor- andere soorten werken. Onder een werk in de zin van art. 2, 3 en 4 van Richtlijn 2001/29 (Auteursrechtrichtlijn) wordt een voorwerp verstaan dat de persoonlijkheid van de auteur ervanweerspiegelt door uitdruk- king te geven aan de vrije en creatieve keuzen van die auteur. Niet vrij encreatief zijn niet alleen keuzen die zijn ingegeven door verschillende – met name technische – beperkingen waaraan de auteur gebonden is tijdens het creëren van dat voorwerp, maar ookkeuzen die weliswaar vrij zijn maar niet de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen door aanhet voorwerp een uniek aspect te geven. Omstandigheden zoals de bedoelingen van die auteurtijdens het scheppingsproces, zijn inspiratie-bronnen, het gebruik van reeds beschikbare vormen, demogelijkheid dat gelijkaardige voorwerpen onafhankelijk worden gecreëerd of de erkenning vandat voorwerp in de vakkringen, kunnen in voorkomend geval in aanmerking worden genomen,maar zijn in elk geval noch noodzakelijk noch doorslaggevend om de oorspronkelijkheid van het voorwerp waarvoor aanspraak op bescherming wordt gemaakt vast te stellen. Om een inbreuk ophet auteursrecht vast te stellen, dient te worden bepaald of creatieve elementen van het beschermdewerk op een herkenbare manier zijn overgenomen in het vermeend inbreuk-makende voorwerp.Het feit dat dezelfde algemene visuele indruk wordt gewekt door de twee conflicterendevoorwerpen en de mate van oorspronkelijkheid van het betrokken werk zijn irrelevant. Hetmogelijke bestaan van een gelijkaardig voorwerp kan niet rechtvaardigen dat bescherming wordt geweigerd.

IEFBE 4234

Alles over deepfakes: definities, rechten, plichten en meer. Dit leerde het IE Zomerforum 2026 ons


Deepfakes zijn in rap tempo uitgegroeid tot een van de meest besproken toepassingen van generatieve AI. Steeds gemakkelijker kunnen afbeeldingen, video's en audiobestanden worden gegenereerd waarin personen, stemmen en gebeurtenissen overtuigend worden nagebootst. Of deze ontwikkeling ook wenselijk is, blijkt een andere vraag.

Tijdens het IE Zomerforum 2026 stond dit onderwerp centraal. Aan de hand van bijdragen van Daniël de Weerd, Dirk Visser, Etienne Valk, Jet Hootsmans en Elles Masselink werd uitgebreid stilgestaan bij de juridische stand van zaken rond deepfakes. Daarbij kwamen zowel de Europese AI Act als het in Nederland geïnitieerde wetsvoorstel aan bod. Ook werd aandacht besteed aan de belangen van makers en andere betrokkenen.

IEFBE 4224

AI en auteursrecht medio 2026: internationale consensus over output, verdeeldheid over input

In aanloop naar het ALAI Congress 2026 in Den Haag zijn achttien nationale rapporten gepubliceerd over auteursrecht en AI. De rapporten zijn afkomstig uit verschillende rechtsstelsels, waaronder diverse EU-lidstaten, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Mexico, Argentinië en Zwitserland. Daarnaast organiseerde deLex afgelopen week een online update over AI en auteursrecht met professor Daniel Gervais, waarin de meest recente internationale ontwikkelingen op dit terrein werden besproken.

De rapporten en online update bieden samen een scherp overzicht van de huidige stand van het internationale debat rond AI en auteursrecht. Daarbij valt een duidelijke tweedeling op. Over de outputzijde van generatieve AI bestaat veel consensus, terwijl de opvattingen over de inputzijde juist uiteenlopen. In dit artikel bespreken we deze ontwikkelingen uitgebreider.

IEFBE 4221

Verval van Benelux-beeldmerk "KIF Radio" wegens ontbreken van normaal gebruik

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 18 mrt 2026,, IEFBE 4221; C 2024/18 (([verzoeker] tegen [verweerster])), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verval-van-benelux-beeldmerk-kif-radio-wegens-ontbreken-van-normaal-gebruik

BenGH 18 maart 2026, IEF 23561; IEFbe 4221; C 2024/18 ([verzoeker] tegen [verweerster]). In deze zaak staat de vraag centraal of een Benelux-beeldmerk voor “KIF Radio” vervallen kan worden verklaard wegens het ontbreken van normaal gebruik. Het Benelux-Gerechtshof bevestigt de beslissing van het BBIE en oordeelt dat daarvan sprake is. Het enkele gebruik van tekens waarin het woordelement “KIF” voorkomt, volstaat in dit geval niet als gebruik van het ingeschreven merk. [verzoeker] is houder van een semi-figuratief merk voor onder meer telecommunicatie- en culturele diensten. Mediazone heeft bij het BBIE een vordering tot doorhaling ingesteld, stellende dat het merk tijdens een periode van vijf jaar niet normaal is gebruikt. Het BBIE heeft die vordering toegewezen en het merk vervallen verklaard. In beroep voert [verzoeker] aan dat wel degelijk sprake is van gebruik, omdat Mediazone het teken “KIF” en varianten daarvan heeft gebruikt voor radio-uitzendingen, naar zijn zeggen met zijn toestemming en dus op basis van een licentie. Het Hof stelt voorop dat van normaal gebruik sprake is wanneer het merk daadwerkelijk wordt gebruikt overeenkomstig zijn wezenlijke functie, namelijk het waarborgen van de herkomst van de betrokken diensten, met het oog op het verkrijgen of behouden van afzet. Symbolisch gebruik is onvoldoende. Ook gebruik in een afwijkende vorm kan relevant zijn, mits het onderscheidend vermogen van het merk in de ingeschreven vorm niet wordt gewijzigd. Vaststaat dat Mediazone vanaf 2019 radioactiviteiten verricht onder tekens waarin het woordelement “KIF” voorkomt. Volgens [verzoeker] moet dit worden aangemerkt als gebruik van het merk, omdat het onderscheidend vermogen wordt gedragen door het woordelement en de grafische verschillen ondergeschikt zijn. Het Hof volgt dat betoog niet. Het stelt vast dat de door Mediazone gebruikte tekens op essentiële punten afwijken van het ingeschreven beeldmerk, onder meer wat betreft lettertype, vormgeving van de letters, compositie en de vorm van de achtergrond. Hoewel er overeenkomsten bestaan, zijn de verschillen te groot en te opvallend om als verwaarloosbaar te worden beschouwd. Daarmee kan niet worden gesproken van gebruik van het merk in een vorm die het onderscheidend vermogen onverlet laat.

IEFBE 4212

HvJEU: doorgifte radioprogramma's via intern kabelnetwerk verzorgingstehuis geen 'mededeling aan het publiek' ex art. 3 lid 1 Richtlijn 2001/29

HvJ EU - CJUE 30 apr 2026,, IEFBE 4212; ECLI:EU:C:2026:355 (GEMA tegen VHC 2 Senior Residence and Nursing Home), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvjeu-doorgifte-radioprogramma-s-via-intern-kabelnetwerk-verzorgingstehuis-geen-mededeling-aan-het-publiek-ex-art-3-lid-1-richtlijn-2001-29

HvJ EU 30 april 2026, IEF 23521; IEFbe 4212; ECLI:EU:C:2026:355 (GEMA tegen VHC 2 Senior Residence and Nursing Home). Dit arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Eerste Kamer, 30 april 2026, C-127/24) betreft een prejudiciële verwijzing van het Bundesgerichtshof (Duitsland) in een geschil tussen GEMA en VHC 2, exploitant van een verzorgingstehuis met 89 permanent wonende bewoners. VHC 2 ontvangt via een eigen satellietantenne radio- en televisieprogramma's en zendt deze tijdgelijktijdig, ongewijzigd en volledig door via een intern kabelnetwerk naar aansluitingen in de individuele bewonerskamers. GEMA stelde dat hiervoor een licentie vereist was en vorderde staking. Na wisselende uitkomsten in feitelijke instanties stelde het Bundesgerichtshof drie prejudiciële vragen: (1) of de bewoners een "onbepaald aantal potentiële adressaten" vormen, (2) of het criterium van het "specifieke technische procedé" nog algemene gelding heeft dan wel beperkt is tot doorgiften via het open internet, en (3) of sprake is van een "nieuw publiek," waarbij ook aan de orde werd gesteld of relevant is dat bewoners de programma's zelfstandig via een antenne hadden kunnen ontvangen en of rechthebbenden reeds een vergoeding hebben ontvangen voor de oorspronkelijke uitzending.

IEFBE 4200

Benelux-Gerechtshof bevestigd verwarringsgevaar tussen MyFid en IFID

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 18 mrt 2026,, IEFBE 4200; C-2024/31 ((I-FID tegen MyFid)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/benelux-gerechtshof-bevestigd-verwarringsgevaar-tussen-myfid-en-ifid

BenGH 18 maart 2026, IEF23499; IEF-BE4200; C-2024/31 (I-FID tegen Myfid). Het Benelux-Gerechtshof heeft zich uitgesproken over een geschil tussen I-FID en MyFid naar aanleiding van een oppositie tegen de inschrijving van het woordmerk “IFID”. I-FID had dit merk in 2021 aangevraagd voor diensten in klasse 35, terwijl MyFid zich verzette op basis van haar oudere Benelux-woordmerk “myfid” uit 2016. Het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom had de oppositie toegewezen, waarna I-FID beroep instelde. Het hof stelt voorop dat het relevante publiek bestaat uit zowel algemene consumenten als gespecialiseerde afnemers van boekhoudkundige en administratieve diensten binnen de Benelux, die over een basiskennis van het Engels beschikken en een gemiddeld tot hoog aandachtsniveau hebben. Voor de beoordeling wordt uitgegaan van het laagste aandachtsniveau, zodat een gemiddeld aandachtsniveau bepalend is. Bij de vergelijking van de tekens oordeelt het hof dat sprake is van een duidelijke visuele overeenstemming, met name door het gemeenschappelijke bestanddeel “fid”, dat in beide tekens in dezelfde volgorde voorkomt. Daarnaast bestaat er een zekere mate van fonetische overeenstemming, hoewel de tekens auditief niet identiek zijn. Begripsmatig acht het hof een vergelijking niet relevant, nu “IFID” en “myfid” als fantasiewoorden zonder vaste, onmiddellijk herkenbare betekenis worden opgevat, zodat geen begripsmatige verschillen aanwezig zijn die de andere overeenstemmingen kunnen neutraliseren.