IEFBE 4140
16 maart 2026
Uitspraak

Gerecht bevestigt nietigheid van het Uniemerk GEOGRAPHICAL NORWAY EXPEDITION wegens kwade trouw

 
IEFBE 4138
16 maart 2026
Uitspraak

Gerecht bevestigt weigering van 3D-merk voor kurkentrekker wegens technisch bepaalde vorm

 
IEFBE 4113
16 maart 2026
Artikel

Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026

 
IEFBE 4140

Gerecht bevestigt nietigheid van het Uniemerk GEOGRAPHICAL NORWAY EXPEDITION wegens kwade trouw

Gerecht EU - Tribunal UE 11 mrt 2026, IEFBE 4140; ECLI:EU:T:2026:188 (SBG tegen EUIPO en VF International Sagl), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-nietigheid-van-het-uniemerk-geographical-norway-expedition-wegens-kwade-trouw

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23363; IEFbe 4140; ECLI:EU:T:2026:188 (SBG tegen EUIPO en VF International Sagl). In deze zaak staat de vraag centraal of het figuratieve Uniemerk GEOGRAPHICAL NORWAY EXPEDITION van Super Brand Licensing (SBG) terecht nietig was verklaard wegens kwade trouw bij de indiening van de merkaanvraag op 1 april 2011. Het Gerecht bevestigt het oordeel van de Tweede Kamer van Beroep van het EUIPO dat dit het geval was. Daarbij stelt het voorop dat voor de toepassing van artikel 52, lid 1, onder b, van Verordening nr. 207/2009 beslissend is of uit objectieve, onderling samenhangende omstandigheden blijkt dat de aanvrager het merk niet heeft gedeponeerd om op loyale wijze aan de mededinging deel te nemen, maar om op oneerlijke wijze aan te haken bij de belangen van een derde of een merkrecht voor oneigenlijke doeleinden te verkrijgen. Het relevante tijdstip is het moment van depot, maar ook later gebruik van het bestreden merk mag als aanwijzing voor de oorspronkelijke bedoeling worden meegewogen. Tegen die achtergrond oordeelt het Gerecht dat het EUIPO terecht niet alleen acht heeft geslagen op het oudere ingeschreven merk van VF International, maar ook op het teken NAPAPIJRI geographic zoals dat reeds vóór 2011 daadwerkelijk op de markt werd gebruikt in combinatie met de Noorse vlag. Uit catalogi, advertenties, persartikelen, verkoopinformatie en eerdere rechterlijke beslissingen bleek voldoende dat dit teken al jarenlang commercieel succesvol en bekend was voor onder meer kleding, schoenen en tassen, en dat de rechtsvoorganger van SBG het bestaan en de marktpositie ervan kende of in elk geval niet kon negeren.

IEFBE 4138

Gerecht bevestigt weigering van 3D-merk voor kurkentrekker wegens technisch bepaalde vorm

Gerecht EU - Tribunal UE 25 feb 2026, IEFBE 4138; ECLI:EU:T:2026:146 (Empreinte tegen EUIPO), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-3d-merk-voor-kurkentrekker-wegens-technisch-bepaalde-vorm

Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23361; IEFbe 4138; ECLI:EU:T:2026:146 (Empreinte tegen EUIPO). In dit arrest staat de aanvraag centraal voor een driedimensionaal Uniemerk bestaande uit de vorm van een kurkentrekker, aangevraagd voor “kurkentrekkers” in klasse 21. De examinator had aanvankelijk een bezwaar wegens gebrek aan onderscheidend vermogen opgeworpen, maar dat later laten vallen en vervangen door een weigering op grond van artikel 7, lid 1, onder e, ii, UMVo, omdat het teken volgens hem uitsluitend bestond uit de vorm van het product die noodzakelijk is om een technisch resultaat te bereiken. De Kamer van Beroep bevestigde die weigering. Voor het Gerecht vorderde Empreinte niet alleen vernietiging van de bestreden beslissing, maar ook een verklaring voor recht dat artikel 7, lid 1, onder e, ii, UMVo niet van toepassing was en een bevel tot inschrijving van het merk. Het Gerecht verklaart zich voor die laatste twee vorderingen onbevoegd, omdat het in een beroep op grond van artikel 263 VWEU geen declaratoire uitspraken kan doen en evenmin bevelen aan EU-instellingen kan geven. Vervolgens verwerpt het Gerecht alle aangevoerde middelen. Het oordeelt allereerst dat de Kamer van Beroep haar beslissing voldoende heeft gemotiveerd in de zin van artikel 94, lid 1, UMVo. De Kamer van Beroep had de wezenlijke kenmerken van het teken geïdentificeerd als een onregelmatige ergonomische handgreep die de vorm van een handafdruk benadert, met uitsparingen voor de vingers en de duim, en een staaf die uitloopt in een spiraal. Daarnaast had zij duidelijk uiteengezet waarom die kenmerken beantwoorden aan de technische functie van het product, namelijk het verwijderen van een kurk uit een fles door het gereedschap vast te nemen, de metalen spiraal in de kurk te draaien en de kurk vervolgens verticaal uit de flessenhals te trekken. Dat Empreinte die beoordeling inhoudelijk bestrijdt, raakt volgens het Gerecht aan de materiële juistheid van de beslissing en niet aan de motiveringsplicht als zodanig.

IEFBE 4113

Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026

De Europese Commissie werkt aan de Digital Fairness Act (DFA), een nieuwe wet die consumenten beter moet beschermen in de digitale wereld. De nieuwe wet wordt naar verwachting in 2026 door de Comissie gepresenteerd. 

Meer weten over de DFA en oneerlijke handelspraktijken? Kom naar ons seminar Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026. We bespreken deze onderwerpen en meer samen met Jeroen Schouten en Michelle Seel (Pinsent Masons) op het kantoor van Pinsent Masons in Amsterdam. 

Tijdens deze middag kijkt Santiago Bustos Plass (Vinted) naar de regels omtrent oneerlijke handelspraktijken in de praktijk, bespreekt Tom Bouwman (Universiteit Leiden) de consequenties van oneerlijke handelspraktijken voor consumenten, retailers, e-tailers, platformen en influencers en gaat Martijn Poulus (The Data Lawyers) in op digital fairness.

Daarna spreekt Jeroen Schouten over garantie, de verschillende vormen en de grijze gebieden.

IEFBE 4129

Overzicht UPC-uitspraken

6 maart t/m 11 maart 2026

11 maart 2026

UPC-COA-0000934/2025
Court: Court of Appeal, Luxembourg
Type of action: Appeal RoP 220.1
Partijen: A. Menarini Diagnostics S.r.l., Berlin-Chemie AG, A. Menarini Diagnostics Frankreich SASU tegen F. Hoffmann-La Roche AG, Roche Diabetes Care GmbH
Waar gaat het over: een appelprocedure bij het Court of Appeal in Luxemburg tussen Menarini en Roche over een octrooigeschil op het terrein van diagnostische technologie.

10 maart 2026

UPC-COA-0000037/2026
Court: Court of Appeal, Luxembourg
Type of action: Request for a discretionary review (RoP 220.3)
Partijen: Angelalign France Technology SASU, Europe Angelalign Technology B.V., Angelalign Technology (Germany) GmbH, Italy Angelalign Technology S.R.L. tegen Align Technology, Inc.
Waar gaat het over: een verzoek om discretionary review in een geschil tussen Angelalign en Align Technology, gekoppeld aan een lopende octrooiprocedure.

IEFBE 4128

MOSTOSTAL: intragroepgebruik en handelsnaamgebruik geen normaal merkgebruik

Gerecht EU - Tribunal UE 11 mrt 2026, IEFBE 4128; ECLI:EU:T:2026:184 (Mostostal S.A. tegen Mostostal Siedlce sp. z o.o. en EUIPO), https://ie-forum.be/artikelen/mostostal-intragroepgebruik-en-handelsnaamgebruik-geen-normaal-merkgebruik

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23342; IEFbe 4128; ECLI:EU:T:2026:184 (Mostostal S.A. tegen Mostostal Siedlce sp. z o.o. en EUIPO). Mostostal S.A. is houder van het Uniewoordmerk MOSTOSTAL, dat een lange geschiedenis heeft als naoorlogs Pools collectief teken voor staal‑ en bruggenbouw en later als nationale Poolse merken binnen de Mostostal‑groep werd gebruikt en gelicentieerd. In 2007 kwamen de Poolse merken via een veiling in dezelfde groep terecht, waarna Mostostal in 2010–2011 het EU‑merk liet inschrijven voor een zeer breed pakket bouwgerelateerde goederen (klassen 6, 11, 19) en diensten (o.a. transport, management, development en holding‑activiteiten in klassen 35 en 39). Mostostal Siedlce vroeg in 2017 vervallenverklaring wegens niet‑gebruik; de Cancellation Division verklaarde het merk vervallen voor alle aangevallen waren en diensten, en in beroep beperkte Mostostal zijn verweer feitelijk tot een beroep op gebruik voor een deel van de diensten in klasse 35 (business‑ en organisatiemanagement in de bouw; holding‑diensten) en op het bestaan van “proper reasons” voor niet‑gebruik. De kamer van beroep oordeelde dat het merk in de relevante periode niet naar buiten toe als merk voor die diensten was gebruikt: het bewijs bestond vooral uit historische stukken, intragroep‑facturen en -overeenkomsten, foto’s van bedrijfsnaamborden, handelsregisteruittreksels en een bekendheidsonderzoek, wat hooguit intern gebruik van een bedrijfsnaam binnen de groep aantoonde en geen daadwerkelijk marktgericht aanbod van diensten onder het teken MOSTOSTAL.

IEFBE 4127

EFTA Court: Noorwegen schendt EER-verplichtingen door NIS-uitvoeringsverordening niet te implementeren

EFTA 11 mrt 2026, IEFBE 4127; E-20/25 (EFTA Surveillance Authority tegen Noorwegen), https://ie-forum.be/artikelen/efta-court-noorwegen-schendt-eer-verplichtingen-door-nis-uitvoeringsverordening-niet-te-implementeren

EFTA Court 11 maart 2026, IT 5134; IEFbe 4127; E-20/25 (EFTA Surveillance Authority tegen Noorwegen). Het EFTA Surveillance Authority (ESA) stelde bij het EFTA Court een beroep in wegens niet-nakoming tegen Noorwegen op grond van artikel 31 van de Surveillance and Court Agreement (SCA). ESA verzocht het Hof vast te stellen dat Noorwegen zijn verplichtingen uit artikel 7 van de EER-Overeenkomst niet was nagekomen doordat het Commission Implementing Regulation (EU) 2018/151 niet tijdig in zijn nationale rechtsorde had opgenomen. Deze uitvoeringsverordening, die nadere regels bevat voor het risicobeheer en incidentmelding door digitale dienstverleners in het kader van de NIS-richtlijn (Directive (EU) 2016/1148), werd via Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 21/2023 toegevoegd aan bijlage XI van de EER-Overeenkomst. Het besluit trad op 1 augustus 2024 in werking, waarna de betrokken EFTA-staten de verplichting hadden de verordening in hun interne rechtsorde op te nemen. Omdat ESA geen kennisgeving had ontvangen van nationale implementatiemaatregelen, werd op 4 november 2024 een formele aanmaning aan Noorwegen gestuurd. Noorwegen erkende in zijn reactie dat de noodzakelijke maatregelen nog niet waren vastgesteld. Vervolgens bracht ESA op 26 maart 2025 een met redenen omkleed advies uit, waarbij Noorwegen tot 26 mei 2025 de tijd kreeg om aan zijn verplichtingen te voldoen. Noorwegen gaf aan dat de implementatiemaatregelen naar verwachting pas in de tweede helft van 2025 in werking zouden treden.  

IEFBE 4123

Gerecht bevestigt weigering van het EU-woordmerk Endo-Sleeve wegens beschrijvend karakter en gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht EU - Tribunal UE 11 mrt 2026, IEFBE 4123; ECLI:EU:T:2026:186 (Weight Doctors GmbH tegen EUIPO), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-het-eu-woordmerk-endo-sleeve-wegens-beschrijvend-karakter-en-gebrek-aan-onderscheidend-vermogen

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23343; IEFbe 4123; ECLI:EU:T:2026:186 (Weight Doctors GmbH tegen EUIPO). Het Gerecht (Achtste kamer) heeft het beroep van Weight Doctors GmbH verworpen tegen de beslissing van de Eerste Kamer van Beroep van het EUIPO om de aanvraag voor het woordteken Endo-Sleeve gedeeltelijk te weigeren voor waren in klasse 5 (“voedingssupplementen en dieetpreparaten; voedingssupplementen”) en diensten in klasse 44 (onder meer ziekenhuisdiensten, chirurgische behandelingen, medische hulp, diensten van artsen, afslankadvies en medische diensten). Het Gerecht onderschrijft dat het relevante publiek bestaat uit het Engelstalige en Duitstalige deel van het publiek in de Unie, waaronder zowel het algemene publiek als zorgprofessionals, en dat dit publiek een verhoogd aandachtsniveau heeft. Tegen die achtergrond mocht de Kamer van Beroep aannemen dat Endo-Sleeve door dat publiek onmiddellijk en zonder verder nadenken zal worden begrepen als een afkorting van “endoscopic sleeve gastroplasty” respectievelijk “endoskopische Sleeve-Gastroplastie”, dus een endoscopische maagverkleiningsingreep. Voor toepassing van artikel 7, lid 1, onder c, UMVo is niet vereist dat een teken op de datum van de aanvraag al daadwerkelijk gebruikelijk als beschrijvende aanduiding wordt gebruikt; voldoende is dat het daarvoor kan worden gebruikt. Ten overvloede stelde het Gerecht vast dat de examinator bronnen had overgelegd waaruit bleek dat “endo-sleeve” ten tijde van de aanvraag in de markt daadwerkelijk werd gebruikt als aanduiding van die behandeling, onder meer op websites van klinieken, en dat ook de aanvrager zelf erkende dat zijzelf en andere ondernemingen die term gebruikten.

IEFBE 4122

EOB werkt samen met een toonaangevende Europese AI-startup

EOB werkt samen met een toonaangevende Europese AI-startup om het octrooiproces te verbeteren en de digitale soevereiniteit te versterken

·        Het EOB zet een geavanceerd optisch tekenherkenningsmodel (OCR) in dat is ontwikkeld door Mistral AI, een leider op het gebied van grensverleggende AI 

·        Dit initiatief maakt de digitale infrastructuur en operationele veerkracht van het EOB sterker, en sluit helemaal aan bij hun AI-beleid en strategisch plan voor 2028 

München, 11 maart 2026 - Het Europees Octrooibureau (EOB) heeft vandaag een belangrijke stap gezet in het gebruik van de nieuwste kunstmatige intelligentie (AI) om de kwaliteit en efficiëntie van het octrooiverleningsproces nog verder te verbeteren. De experts van het EOB en de technische teams van Mistral AI hebben samen een nieuwe oplossing bedacht met de nieuwste optische tekenherkenningstechnologie (OCR). De oplossing is inmiddels naadloos geïntegreerd in de systemen van het EOB om niet-machinaal leesbare octrooidocumenten om te zetten in gestructureerde octrooigegevens voor een betere doorzoekbaarheid en analyse ervan.  

"Deze samenwerking helpt bij de digitale transformatie van het EOB en versterkt het innovatievermogen van Europa, terwijl we ervoor zorgen dat belangrijke AI-infrastructuur onder Europese controle blijft", zei EOB-voorzitter António Campinos. "Ons gezamenlijke plan laat zien hoe Europese samenwerkingsverbanden op een verantwoorde en effectieve manier AI kunnen gebruiken om openbare diensten te verbeteren, het concurrentievermogen te vergroten en een sterk innovatie-ecosysteem te ondersteunen." 

IEFBE 4124

Verwarringsgevaar ondanks zwak gemeenschappelijk element: FLAMBIT vs. flambriks

11 mrt 2026, IEFBE 4124; ECLI:EU:T:2026:187 (Dariusz Kowalski tegen Hoyer SE en EUIPO), https://ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-ondanks-zwak-gemeenschappelijk-element-flambit-vs-flambriks

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23340; IEFbe 4124; ECLI:EU:T:2026:187 (Dariusz Kowalski tegen Hoyer SE en EUIPO). Deze zaak gaat over de weigering van de EU‑figuratieve merkaanvraag FLAMBIT voor aanmaakblokjes en andere middelen om vuur aan te maken in klasse 4, na oppositie op basis van het oudere Duitse woordmerk ‘flambriks’ (en een ouder beeldmerk) voor onder meer brandstoffen en aan verwant houtwerk gerelateerde diensten. De oppositieafdeling had de oppositie gegrond verklaard wegens gevaar voor verwarring, waarna de aanvrager in beroep ging en de kamer van beroep die beslissing, nu uitsluitend gebaseerd op het oudere woordmerk ‘flambriks’, heeft bevestigd: het relevante publiek is het Duitse grote publiek met een gemiddeld aandachtsniveau, de betrokken waren zijn identiek, en de tekens zijn visueel en fonetisch gemiddeld vergelijkbaar en conceptueel in elk geval niet uiteenlopend, uitgaande van een normaal onderscheidend oudere merk. De aanvrager voert bij het Gerecht één middel aan wegens schending van artikel 8 lid 1 onder b EUTMR en betoogt dat er geen overeenstemming bestaat omdat het element “flam” in beide tekens beschrijvend of zeer zwak onderscheidend is en de verschillen in de tweede lettergreep en in grafische vormgeving overheersen; EUIPO en de opposant verdedigen de beoordeling van de kamer van beroep.

IEFBE 4121

Roma Leuyerink wint VIE Prijs 2026 tijdens AIPPI IE Symposium

Tijdens het jaarlijkse AIPPI IE Symposium in Zeist is de prestigieuze VIE Prijs uitgereikt aan Roma Leuyerink. Zij heeft als allereerst twee keer de VIE prijs gewonnen. De VIE Prijs, die met een knipoog wordt omschreven als de "Nobelprijs voor jonge auteurs binnen het IE-recht", bekroont het beste IE-juridische artikel van een jonge auteur. Roma Leuyerink ontving de prijs voor haar artikel De houdbaarheid van art. 7 en 8 Auteurswet, gepubliceerd in Intellectueel Eigendom & Reclamerecht.