Laatste plekken voor het seminar over de Cyberbeveiligingswet op 16 april 2026
Veel van ons leven en werk speelt zich inmiddels af in de digitale wereld. Tegelijkertijd nemen cyberdreigingen toe, denk aan grote datalekken. Daarmee groeit het belang van goede digitale beveiliging voor bedrijven en publieke instellingen. Om het niveau van cyberbeveiliging binnen de Europese Unie te versterken is de NIS2-richtlijn opgesteld, de opvolger van de eerdere NIS1-richtlijn.
In Nederland wordt deze richtlijn geïmplementeerd via de Cyberbeveiligingswet (Cbw), die naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 in werking treedt. De Cbw vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) en introduceert strengere verplichtingen voor organisaties in sectoren met een belangrijk maatschappelijk of economisch gewicht. De wet bevat onder meer regels over risicobeheer, meldplichten bij incidenten, bestuurlijke verantwoordelijkheid en toezicht. Daarnaast speelt de samenwerking met zogeheten Computer Security Incident Response Teams (CSIRT’s) een belangrijke rol bij het detecteren en afhandelen van cyberincidenten.
Tegelijkertijd wordt ook de Critical Entities Resilience Directive (CER-richtlijn) in Nederland geïmplementeerd, via de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Beide wetten zullen naar verwachting gelijktijdig in werking treden en markeren een belangrijke stap in het versterken van de digitale weerbaarheid van vitale sectoren.
Prejudiciële vragen gesteld over een vaste prijs op een webshop
Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 4 december 2025, RB 3995; IEFbe 4180; C-780/25 (Desch-Drexler Buch- und Papierhandels & Verlags GmbH tegen UO) via MinBuza. Verzoekster exploiteert een boekhandel in Oostenrijk met een onlineshop voor klanten met een postadres in Oostenrijk. Verweerder exploiteert een onlineshop op het platform Amazon Marketplace Deutschland, waar hij ook aan Oostenrijkse klanten onder meer Duitstalige boeken aanbiedt en verkoopt. In Oostenrijk hebben bepaalde boeken een minimumprijs. Verzoekster vordert in deze zaak verweerder te verbieden om boeken onder die minimumprijs te verkopen aan Oostenrijkse eindverbruikers op het platform. De Oostenrijkse rechter stelt het Hof diverse vragen over de verenigbaarheid met het Unierecht van de regel.
Prejudiciële vraag gesteld over het bewaren van persoonsgegevens door telecommunicatiediensten
Prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie EU 20 november 2026, IEF 23445; IT 5184; IEFbe 4176; C-741/25 (MR tegen TM) via MinBuza. In Polen is in november 2024 een regeling in werking getreden die telecommunicatieondernemingen verplicht om de gegevens van de gebruikers van hun netwerken te bewaren en op te slaan. De nationale regelgeving legt geen beperkingen op ten aanzien van de personen op wie deze maatregelen betrekking hebben. Op grond van het Unierecht mag alleen in bijzondere gevallen worden vastgesteld waarom de bescherming van persoonsgegevens speciaal moet worden beperkt. De verwijzende rechter vraagt zich daarom af of de nationale regeling in strijd is met richtlijn 2002/68 en met diverse bepalingen van het Handvest.
Prejudiciële vragen gesteld over dynamisch IP-adres
Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 6 oktober 2025, IT 5187; IEFbe 4178; C-654/25 (US en DR tegen KY) via MinBuza. Verzoeker exploiteert een website waarin hij Google Fonts heeft geïntegreerd. Hierdoor worden bij het bezoeken van de betreffende websites de lettertypen van Google Fonts via een Google-server gedownload en het betreffende IP-adres van de bezoeker naar Google in de VS verzonden. Een bezoeker van de site, die middels een webcrawler bewust de doorgiften uitlokte, vordert schadevergoeding wegens een vermeende inbreuk op zijn AVG-rechten. Verzoeker betaalde onder druk, maar vorderde terugbetaling. Verzoeker kreeg in hoger beroep gelijk omdat een dynamische IP-adres geen persoonsgegeven is, waardoor er geen schadevergoedingsrecht zou zijn ontstaan en de bezoeker daarmee rechtsmisbruik pleegde. De verwijzende rechter vraagt het Hof wanneer een dynamisch IP-adres volgens het Unierecht als persoonsgegeven geldt, of schadevergoeding mogelijk is wanneer de betrokkene de inbreuk bewust heeft uitgelokt, en in hoeverre een dergelijk geval tot rechtsmisbruik kan leiden.
Prejudiciële vragen gesteld over de Geneesmiddelenrichtlijn
Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 30 december 2025; IEF 23447; LS&R 2371; IEFbe 4182; C-877/25 (College ter beoordeling van geneesmiddelen, Laboratorios Cinfa SA, Laboratorios Normon, SA, Zentiva k.s., Win Medica SA, Refarm SA tegen Organon NV) via MinBuza. Verzoeker heeft in Nederland handelsvergunningen aangevraagd voor geneesmiddelen bij het College van beoordeling van geneesmiddelen (CBG), voor de combinatie van twee werkzame stoffen. De aanvraag werd goedgekeurd, maar de rechtbank oordeelde daarna dat dit onterecht was. De twee werkzame stoffen werden al in een ander geneesmiddel samengevoegd, waarvan de beschermingsperiode nog liep. De Afdeling twijfelt over hoe artikel 10ter van de Geneesmiddelenrichtlijn moet worden uitgelegd, in het bijzonder of het mogelijk is dat meerdere vergunningen worden verleend voor dezelfde combinatie van werkzame stoffen op grond van dat artikel.
Prejudiciële vragen gesteld over de etikettering van levensmiddelen (voedingsclaim)
Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 25 november 2025; RB 3994; IEFbe 4179; C-758/25 (Molkerei Alois Müller GmbH & Co. KG tegen Wettbewerbszentrale e. V.) via MinBuza. Verwerende partij is een producent van het product rijstepap. Op de verpakking van de bekers rijstepap staat dat het product eiwitrijk is, en staat de hoeveelheid gram eiwitten per beker ook los genoemd. Het is de vraag of verweerster met de losse vermelding van de hoeveelheid eiwitten inbreuk heeft gemaakt op de bepalingen van verordening 1169/2011, en haar gedrag bijgevolg een oneerlijke handelspraktijk vormt. De verwijzende rechter vraagt zich af of deze vermelding niet kan worden beschouwd als een toegestane aanvulling op een voedingsclaim, in de zin van artikel 8, lid 1 van verordening 1924/2006 (jo. bijlage).
Prejudiciële vragen gesteld over de elektronische handtekening
Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 9 december 2025, IT 5184; IEFbe 4175; C-798/25 (MV-expo, s.r.o. tegen IMMIX spol. s r. o.) via MinBuza. Verzoeker transporteert goederen, en heeft bij de rechtbank betaling van openstaande facturen gevorderd van verwerende partij. Verwerende partij heeft in 2019 via e-mail het volledig verschuldigde bedrag erkend. Bij de rechtbank stelt zij nu dat de e-mail niet voldeed aan het vereiste in schriftelijke vorm, waardoor haar erkenning van de schuld nietig is. Hierdoor zijn de verjaringstermijnen niet gestuit en zijn de vorderingen verjaard, aldus verweerster. De Tsjechische rechter twijfelt of de vermelding van de naam van een persoon onderaan een e-mail voldoet aan de vereisten ten aanzien van elektronische handtekeningen, zoals vastgesteld in artikel 3, punt 10, van verordening 910/2014.
Gerecht vernietigt EUIPO-beslissing over het merk déjà vu wegens gebrek aan beoordeling van de gebruiksduur
Gerecht EU 8 oktober 2025, IEF 23453; IEFbe 4183; ECLI:EU:T:2025:947 (Huda Beauty Ltd tegen EUIPO en Norbert Schulz). In deze zaak vordert Huda Beauty Ltd op grond van art. 263 VWEU gedeeltelijke nietigverklaring van een beslissing van de Vijfde Kamer van Beroep van het EUIPO van 16 april 2024, voor zover die beslissing de vervalvordering tegen het EU-woordmerk déjà vu voor waren in klasse 3 (“parfumerieproducten”) had afgewezen. Het vervalverzoek was gebaseerd op art. 58 lid 1, onder a, UMVo, omdat het merk volgens Huda Beauty gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar niet normaal was gebruikt. De door de interveniënt opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding wordt door het Gerecht verworpen: de bestreden beslissing was op 22 april 2024 aan Huda Beauty meegedeeld, zodat het op 2 juli 2024 ingestelde beroep, rekening houdend met de beroepstermijn van twee maanden van art. 72 lid 5 UMVo en de forfaitaire afstandstermijn van tien dagen, tijdig was. Ten gronde stelt het Gerecht voorop dat werkelijk gebruik moet worden aangetoond aan de hand van concrete en objectieve gegevens, en dat op grond van art. 10 lid 3 van Gedelegeerde Verordening 2018/625 cumulatief moet blijken van de plaats, duur, omvang en aard van het gebruik. De relevante periode liep hier van 21 april 2016 tot en met 20 april 2021. Hoewel voor verval niet is vereist dat het merk onafgebroken gedurende de gehele periode is gebruikt, maar voldoende is dat sprake is van normaal gebruik tijdens een deel daarvan, moet de Kamer van Beroep wel zelfstandig beoordelen of het temporele element van het gebruik voldoende is aangetoond. Juist daarin schoot de bestreden beslissing volgens het Gerecht tekort. Onder het kopje “duur en plaats van het gebruik” bevatte die beslissing slechts één overweging, die geen temporele elementen noemde en in wezen alleen betrekking had op Duitsland als plaats van gebruik. Dat elders in de beslissing bewijsstukken waren opgesomd of in het kader van de omvang van het gebruik enkele stukken waren genoemd die mogelijk ook iets over de duur konden zeggen, maakt dat niet anders: de Kamer van Beroep had in de bestreden beslissing geen zelfstandige beoordeling en geen eigen conclusie gegeven over de duur van het gebruik van het merk. Daarmee heeft zij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
Prejudiciële vragen gesteld over het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen
Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 5 december 2025, IEFbe 23446; LS&R 2370; IEFbe 4181; C-794/25 (Stada Arzneimittel AG tegen Takeda Pharmaceuticals USA, Inc., og Takeda Pharmaceutical Company Ltd.) via MinBuza. Verzoeker is ‘Stada Arzneimittel’, een farmaceutische onderneming in Duitsland. Stada heeft tegen twee Japanse farmaceutische ondernemingen een vordering ingesteld, strekkende tot ongeldigverklaring van het Deense aanvullende beschermingscertificaat voor medicatie. Zij hebben een beschermingscertificaat voor de ADHD-medicatie ‘dexamfetamine’. Ter discussie staat of dat certificaat ook bescherming biedt aan de medicatie ‘lisdexamfetamine’ (wat een derivaat is van de werkzame stof dexamfetamine) of dat deze medicatie een apart (of aanvullend) beschermingscertificaat vereist. Onderliggend is de vraag naar de betekenis van ‘product’ en ‘werkzame stof’ in de zin van artikel 1, onder b), van de verordening.
Artikel door Fulco Blokhuis, Boekx Advocaten.
Vibe coding en het probleem van de auteursrechtelijke bescherming van software (preview)
Artikel door Fulco Blokhuis. Oorspronkelijk verschenen in AI-Forum 2026-1.
Inleiding: Vibe coding - een revolutie in softwareontwikkeling
Het werk van veel ontwikkelaars wordt steeds meer door generatieve AI (GenAI) gedaan. Software tools, zoals Lovable, Cursor, Claude Cowork, Codex en AI Studio kunnen werkende software ontwikkelen, testen en uitvoeren op basis van een of meerdere prompts. Deze vorm van programmeren wordt – sinds februari 2025[1] – vibe coding genoemd. Vibe coding is inmiddels mainstream aan het worden.
Met behulp van Claude wordt nu in een paar uur of dagen software gebouwd waar dat normaal maanden kostte. Ontwikkelaars in Silicon Valley sturen meerdere AI agents aan, ook wel agent coding genoemd. De agents schrijven zelf code, of delegeren die taak aan andere AI agents. OpenAI maakte bekend dat haar AI Agents een miljoen regels aan code hadden geschreven, aan de hand van een uitgebreide instructie, maar zonder menselijke interventie. Het aantal apps in de appstore is in december 2025 met 60% toegenomen.
Deze verschuiving van handmatig programmeren naar "prompten" heeft fundamentele gevolgen voor de juridische bescherming van software. Het traditionele auteursrechtelijke model gaat uit van menselijke creativiteit die zich uit in code, maar bij vibe-coding is de menselijke creativiteit verschoven naar de prompt, terwijl de AI de code schrijft. Dat roept de vraag op: is software nog te beschermen door het auteursrecht?
In dit artikel worden de auteursrechtelijke gevolgen van deze ontwikkeling geschetst.
























