DOSSIERS
Alle dossiers

Merkenrecht - Droit des marques  

IEFBE 3741

Uitspraak ingezonden door Jeroen Muyldermans en Paul Maeyaert, Fencer.

Novartis v PI Pharma: hermerking generiek naar merkgeneesmiddel levert opnieuw merkinbreuk op

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 23 mei 2024, IEFBE 3741; A/23/03788 (Novartis AG tegen PI Pharma NV), https://ie-forum.be/artikelen/novartis-v-pi-pharma-hermerking-generiek-naar-merkgeneesmiddel-levert-opnieuw-merkinbreuk-op

Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel 23 mei 2024, IEFbe 3741; A/23/03788 (Novartis AG tegen PI Pharma NV). In navolging van het prejudiciële arrest van het Hof van Justitie van de EU in de zaken Femara en Rilatine [zie IEFbe 3588] en enkele eerdere uitspraken over hermerking van geneesmiddelen van Novartis, waarvan het beroep hangende is, oordeelt de Voorzitter van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank van Brussel, zetelend zoals in kort geding, opnieuw dat de hermerking van de generieke benaming ‘amplodipine/valsartan Sandoz’ naar ‘Exforge’ van Novartis onrechtmatig is.De stakingsrechter oordeelt dat het Hof van Justitie de voorwaarden inzake hermerking “scherp [heeft] gesteld” voor de hermerking van een identiek generiek geneesmiddel naar een merkgeneesmiddel. Het wacht de uitspraken van het hof van beroep van Brussel in hangende Femara en Rilatine zaken niet af en oordeelt in het bijzonder dat voorschriftpraktijken en voorschriften inzake herinneringsreclame, ondanks het kleine marktaandeel van generieken, geen objectieve noodzaak tot hermerking opleveren. Ondanks kleinere marktaandelen heeft een generieke benaming volledig toegang tot de Belgische markt:

IEFBE 3736

Uitspraak ingezonden door Anthony van der Planken, Van Innis & Delarue.

Modeontwerpster kan merkgebruik verbieden op grond van niet-ingeschreven pseudoniem

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 25 mrt 2024, IEFBE 3736; 2023/AR/36 (Appellante tegen Odile Jacobs), https://ie-forum.be/artikelen/modeontwerpster-kan-merkgebruik-verbieden-op-grond-van-niet-ingeschreven-pseudoniem

Hof van Beroep Brussel 25 maart 2024, IEFbe 3736, IEF 22014; 2023/AR/36 (Appellante tegen Odile Jacobs). In 2017 werd de kledingcollectie ‘Odile Jacobs’ gelanceerd. De naam is een combinatie van de voornaam van de ontwerpster en de achternaam van haar man. In 2019 hebben de ontwerpster en haar man een bedrijf opgericht en het Uniemerk ‘Odile Jacobs’ geregistreerd. Twee jaar later ging het echter minder goed tussen en volgde een echtscheiding. Ze werd gelijktijdig uit het bedrijf gezet. Enkele maanden later introduceerde de ontwerpster haar nieuwe collectie, zelf beheerd en nog steeds onder het pseudoniem 'Odile Jacobs'. Het voormalige bedrijf van de ontwerpster, nog steeds onder leiding van haar ex-echtgenoot, lanceerde ook een nieuwe collectie, ontworpen door een andere persoon, maar eveneens gepresenteerd onder de naam 'Odile Jacobs'. In augustus 2022 begon het bedrijf een gerechtelijke procedure tegen de ontwerpster, bewerend dat haar voortdurende gebruik van de naam 'Odile Jacobs' in strijd was met hun geregistreerde merk. Als reactie daarop diende de ontwerpster een tegenvordering in, waarbij zij betoogde dat het gebruik van de naam 'Odile Jacobs' door het bedrijf inbreuk maakte op haar niet-geregistreerde rechten op dezelfde naam. Het Hof van Beroep in Brussel oordeelt dat de ontwerpster oudere rechten heeft op de naam, aangezien zij deze voor de indiening van het Uniemerk al gebruikte als pseudoniem. Zij mocht bovendien ook na het verlaten van het bedrijf de naam ‘Odile Jacobs’ blijven gebruiken. Het Hof beveelt het bedrijf voorts het gebruik van de naam te staken en gestaakt te houden. Niet relevant is dat het bedrijf over een geregistreerd handelsmerk bezat. In artikel 137 van de Uniemerkenverordening is immers neergelegd dat een dergelijk verbod geoorloofd is op basis van een nationaal recht dat vóór de indieningsdatum is verworven van dat Uniemerk. Het Hof benadrukt hierbij dat het niet uitmaakt dat de ontwerpster de naam van haar ex-man nog gebruikt na de scheiding. Dit mag wanneer er een intellectueel eigendomsrecht is verkegen waarin die naam gebruikt is. 

IEFBE 3735

Uitspraak ingezonden door Rik Balk, Balk Legal.

Arrest van Benelux-Gerechtshof over woordmerk NIELSON

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 23 apr 2024, IEFBE 3735; C 2021/18 (Verzoekers tegen verweerder), https://ie-forum.be/artikelen/arrest-van-benelux-gerechtshof-over-woordmerk-nielson

BenGH 23 april 2023, IEF 22009, IEFbe 3735; C 2021/18 (Verzoekers tegen verweerder). Op 10 juni 2023 heeft verweerder een aanvraag ingediend voor het Benelux-woordmerk NIELSON. Verzoekers hebben op 3 april 2020 een vordering ingediend bij het BOIP (hierna: Bureau) tot doorhaling wegens vervallenverklaring, met als grondslagen dat het woordmerk niet normaal gebruikt is en dat de aanvraag te kwader trouw was. Een van de verzoekers is Nicolaas Laurens Littooij, beter bekend onder zijn artiestennaam Nielson. De vordering is gedeeltelijk toegewezen. Het woordmerk wordt vervallen en nietig verklaard voor slechts bepaalde diensten die aangeduid zijn in klasse 41. De overige vorderingen van Littooij worden afgewezen door het Bureau. Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen de beslissing van het Bureau. Zij verzoeken het woordmerk ook voor de andere diensten aangeduid in klasse 41 nietig en vervallen te verklaren.

IEFBE 3733

HvC over de bevoegdheid van de stakingsrechter

Hof van Cassatie - Cour de Cassation 7 apr 2023, IEFBE 3733; (eiseressen tegen verweersters), https://ie-forum.be/artikelen/hvc-over-de-bevoegdheid-van-de-stakingsrechter

Hof van Cassatie van België 7 april 2023, IEFbe 3733; C.22.0254.N/1 (eiseressen tegen verweerders) Eiseressen brengen voorschriftvrije geneesmiddelen op de markt, waaronder het product Physiomer. Zij verkopen dit in een verpakking met daarop een zeegolf. Verweersters hebben onder de benaming ‘Febelcare Physio’ eveneens fysiologisch water op de markt gebracht, op basis van zeewater, met op de verpakking een zeegolf. De ondernemingsrechtbank Gent heeft de vordering tot vaststelling van een verwarringstichtende en oneerlijke daad van mededinging en tot oplegging van een stakingsbevel afgewezen. In hoger beroep wordt het vonnis bekrachtigd, met dien verstande dat voor recht wordt gezegd dat de afdeelding van een zeegolf in combinatie met de vermelding ‘100% natural’ voor een product dat niet voor 100% uit zeewater bestaat, misleidend is, en op dit punt wordt een stakingsbevel opgelegd. Eiseressen voeren hiertoe aan dat door de vordering van eiseressen tot terugroeping van de inbreukmakende producten te verwerpen, de appelrechter artikel XVII.1 WER schendt. Het HvC gaat hierin mee. Krachtens artikel XVII.1 WER heeft de stakingsrechter de bevoegdheid om alle maatregelen te bevelen die bijdragen tot de staking van de inbreuk. Zo kan hij de terugname van reeds gedistribueerde producten uit de handel bevelen, voor zover deze maatregel belet dat de inbreuk voortduurt en nog nadelige gevolgen heeft, zelfs nadat de staking ervan is bevolen. De appelrechter die oordeelt dat “de bevoegdheid van de stakingsrechter niet zover reikt dat hij de verweerder zou kunnen gebieden reeds verspreide producten of exemplaren van de markt te halen”, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

IEFBE 3732

HvC over gebruik teken in advertenties van online marktplaats

Hof van Cassatie - Cour de Cassation 11 mei 2023, IEFBE 3732; ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230511.1F.4 (C.L. tegen Amazon), https://ie-forum.be/artikelen/hvc-over-gebruik-teken-in-advertenties-van-online-marktplaats

Hof van Cassatie van België 11 mei 2023, IEFbe 3732; ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230511.1F.4 (C.L. tegen Amazon) Het geschil draait om de vraag of Amazon kan worden toegerekend voor het gebruik van tekens die identiek zijn aan het merk van de eiser, dhr. L., voor producten die identiek zijn aan die waarvoor het merk is geregistreerd. De rechtbank gaf dhr. L. grotendeels gelijk en oordeelde dat de advertenties van Amazon, waarin het betwiste teken werd gebruikt, als onderdeel van Amazon's eigen commerciële communicatie beschouwd konden worden. Amazon ging in hoger beroep tegen deze beslissing. De beroepsrechtbank perkte de beperkingen op het gebruik van het teken door Amazon in tot situaties waarin Amazon direct verkoopt of de producten bezit. De in cassatie bestreden beslissing neemt in overweging dat het gebruik van het betwiste teken in advertenties op amazon.fr en amazon.de, die namens een derde verkoper worden getoond, of diens identiteit nu wordt vermeld of niet, toegeschreven moet worden aan deze derde verkoper en niet aan de verweerders zelf. Dit is zelfs het geval als het publiek mogelijk denkt dat het aanbod afkomstig is van de websitebeheerder, die het merk zou gebruiken als onderdeel van zijn eigen commerciële communicatie. Het HvC oordeelt dat sprake is van een onjuiste rechtsopvatting en de handelswijze van Amazon in strijd is met art. 2.20 § 2 a) en § 3 e) BVIE.

IEFBE 3724

HvJ EU licht toe wanneer een advocaat onafhankelijk is

HvJ EU - CJUE 30 jan 2024, IEFBE 3724; ECLI:EU:C:2024:101 (Bonnanwalt tegen EUIPO), https://ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-licht-toe-wanneer-een-advocaat-onafhankelijk-is

HvJ EU 30 januari 2024, IEF 21953, IEFbe 3724; ECLI: ECLI:EU:C:2024:101 (Bonnanwalt tegen EUIPO). In deze zaak wordt ingegaan op de genuanceerde interpretatie van het begrip “advocaat” binnen de context van het EU-recht. In casu werd door Bonnanwalt intrekking van het Uniemerk “tagesschau” gevorderd wegens non-usus. Het EUIPO trok het Uniemerk slechts gedeeltelijk in, waartegen Bonnanwalt in beroep ging en de zaak uiteindelijk bij het Hof terechtkwam. Het Gerecht achtte het beroep niet-ontvankelijk, op grond van een gebrek aan behoorlijke vertegenwoordiging in de zin van art. 51, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht en art. 19, leden 3 en 4, van het Statuut van het Hof van Justitie. De kern van het door het Gerecht gewezen arrest was het waargenomen gebrek aan onafhankelijkheid van de advocaat van Bonnanwalt, die werkte voor een kantoor dat eigendom was van de directeur van Bonnanwalt. De directeur van appellant was dus tevens de leidinggevende van het advocatenkantoor dat appellant vertegenwoordigede. Dit zou volgens het Gerecht leiden tot gelijklopende belangen tussen het advocatenkantoor en Bonnanwalt.

IEFBE 3722

Paper ingezonden door Femke van Horen, VU Amsterdam.

De Inzet van Neurowetenschap bij het Beoordelen van Verwarringsgevaar

Wat als in merkenrechtenzaken de waargenomen gelijkenis tussen twee merken direct via het brein gemeten zou kunnen worden, zonder dat daarbij een vragenlijst aan te pas zou hoeven komen?

Professor Femke van Horen, gespecialiseerd in consumentengedrag, heeft onlangs een artikel gepubliceerd in de Trademark Reporter, waarin wordt besproken hoe neurowetenschap de beoordeling van merkgelijkenis en consumentenverwarring kan verbeteren. In het experiment is gebruik gemaakt van herhalingsonderdrukking, waarbij de hersenactiviteit zwakker wordt wanneer dezelfde objecten meerdere keren waargenomen worden. Deze techniek biedt de mogelijkheid om de gelijkenis tussen twee merken puur op basis van hersenactiviteit te meten. Bovendien kan deze neuro index ook bias (vertekening) in een vragenlijst detecteren, waardoor bepaald kan worden of de vragenlijst bruikbaar is in de bewijsvoering. Hersenscans hebben zo het potentieel om de kwaliteit van juridisch bewijs in merkenrechtzaken te verbeteren.

IEFBE 3721

Uitspraak ingezonden door Maarten Rijks en Annemijn Schipper, Taylor Wessing.

Gele stiksel van Dr. Martens schoenen niet onderscheidend voor alle schoenen

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 6 feb 2024, IEFBE 3721; C 2022/15 (Van Haren Schoenen tegen Airwair International Limited), https://ie-forum.be/artikelen/gele-stiksel-van-dr-martens-schoenen-niet-onderscheidend-voor-alle-schoenen

BenGH 6 februari 2024, IEF 21931, IEFbe 3721; C 2022/15 (Van Haren Schoenen tegen Airwair International Limited). Deze zaak betreft een geschil over de geldigheid van een merkregistratie door Airwair, de fabrikant van Dr. Martens schoenen, bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). Dit merk betrof een positie merk dat bestond uit een specifieke gele stiksel op een zwarte zoolrand (trépointe), geregistreerd voor "veterlaarzen" in klasse 25. Van Haren daagde de geldigheid van dit merk aan op basis van gebrek aan onderscheidend vermogen, algemeenheid van de benaming, en het uitsluitend bestaan uit een vorm die noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch resultaat of die een aanzienlijke waarde aan de producten geeft.

IEFBE 3715

Uitspraak ingezonden door Remco Klöters, SOLV, en Jacintha van Dorp, Van Kaam IP & Media.

Hof verklaart merkinschrijving voor ‘VAN WONDEREN’ alsnog nietig

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 6 feb 2024, IEFBE 3715; C 2022/23 (De Vergulde Valck tegen MFO.ONE B.V.), https://ie-forum.be/artikelen/hof-verklaart-merkinschrijving-voor-van-wonderen-alsnog-nietig

BenGH 6 februari 2024, IEF 21880, IEFbe 3715; C 2022/23 (De Vergulde Valck tegen MFO.ONE B.V.) In 2020 diende Verzoekster een vordering tot doorhaling van het aangevraagde en ingeschreven gecombineerde woord/beeld-merk VAN WONDEREN Stroopwafels (hierna: het Merk). Het Merk werd in 2019 aangevraagd door Verweerder, MFO.ONE. Het BBIE wees de vordering van Verzoekster in haar geheel af, nu er geen kwade trouw vastgesteld kon worden. Het BBIE oordeelde tevens dat Verweerder noch het oogmerk had het Merk niet te gebruiken, of om Verzoekster te verbieden dit te gebruiken. Dit wordt volgens het BBIE versterkt door het feit dat Verweerder een licentie voor het gebruik van het Merk om niet heeft verstrekt aan Verzoekster. Verzoekster stelt echter dat er wel degelijk kwade trouw aanwezig was tijdens het indienen van de merkaanvraag, aangezien er sprake was van voorgebruik van het overeenstemmende teken, waarvan verweerder kennis had. Dit is bevestigd door het BBIE in zijn Doorhalingsbeslissing.

IEFBE 3713

Uitspraak ingezonden door Anthony Van der Planken, Innis & Delarue.

Vijfstrepenmerk van Thom Browne maakt geen inbreuk op driestrepenmerk van Adidas

EUIPO - BHIM - OHMI 26 jan 2024, IEFBE 3713; B 3 044 594 (Adidas tegen Thom Browne), https://ie-forum.be/artikelen/vijfstrepenmerk-van-thom-browne-maakt-geen-inbreuk-op-driestrepenmerk-van-adidas

EUIPO 26 januari 2024, IEF 21865, IEFBe 3713;B 3 044 594 (Adidas tegen Thom Browne) In deze zaak heeft opposant oppositie ingesteld tegen goederen van de Europese Uni met merkaanvraag No 17 458 837. Vervolgens is er een gedeeltelijke intrekking geweest hiervan en heeft de opposant oppositie ingesteld tegen merkaanvragen "No. 17 458 837", "No. 39 912 355", "No. 4 269 072", "No. 3 517 646" en "No. 300 806". De oppositieafdeling zal in zijn geheel beoordelen of opposant genoeg argumenten en bewijzen heeft aangevoerd voor het normale gebruik, onderscheidend vermogen en de reputatie van de merken.