DOSSIERS
Alle dossiers

Merkenrecht - Droit des marques  

IEFBE 4258

Gerecht EU laat terugverwijzingsbeslissing over het beschrijvende karakter van ‘MICUIR HANDMADE IN SPAIN’ in stand

Gerecht EU - Tribunal UE 8 jul 2026,, IEFBE 4258; ECLI:EU:T:2026:448 (Elena Nayra Peña de Paz tegen EUIPO en Cuchy & Charly, SL), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-laat-terugverwijzingsbeslissing-over-het-beschrijvende-karakter-van-micuir-handmade-in-spain-in-stand

Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23684; IEFbe 4258; ECLI:EU:T:2026:448 (Elena Nayra Peña de Paz tegen EUIPO en Cuchy & Charly, SL). Cuchy & Charly verzocht om nietigverklaring van het Uniewoordmerk MICUIR HANDMADE IN SPAIN voor waren in de klassen 18 en 25. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af, maar de kamer van beroep vernietigde die beslissing en verwees de zaak terug voor een volledig onderzoek naar het beschrijvende karakter en het gebrek aan onderscheidend vermogen voor alle betrokken waren. Het Gerecht oordeelt dat het beroep van de merkhouder tegen deze terugverwijzingsbeslissing ontvankelijk is. Een beslissing van een kamer van beroep is ook voor beroep vatbaar wanneer de zaak wordt terugverwezen, omdat de nietigheidsafdeling op grond van artikel 71 lid 2 UMVo aan de motivering en het dictum daarvan gebonden is. De merkhouder moest daarom onmiddellijk kunnen opkomen tegen de bindende vaststelling dat een niet te verwaarlozen deel van het Franstalige publiek het teken beschrijvend opvat. Dat zij in de procedures bij het EUIPO geen opmerkingen had ingediend, stond niet aan haar beroep of argumenten in de weg: actieve deelname is daarvoor geen voorwaarde. Het Gerecht legt haar verzoek om de beslissing te “vernietigen of in te trekken” uitsluitend uit als een verzoek tot nietigverklaring, omdat intrekking op grond van artikel 103 UMVo aan het EUIPO zelf is voorbehouden. Ook de overgelegde bijlagen waren ontvankelijk, hetzij omdat zij al tot het EUIPO-dossier behoorden, betrekking hadden op registratiepraktijk of noodzakelijk waren voor het beroep, hetzij omdat zij waren bedoeld om door de kamer van beroep als algemeen bekend aangemerkte feiten te betwisten.

IEFBE 4257

Gerecht EU vernietigt afwijzing van oppositie tegen BLUE PADEL wegens onvolledige beoordeling van verwarringsgevaar met BULLPADEL

Gerecht EU - Tribunal UE 8 jul 2026,, IEFBE 4257; ECLI:EU:T:2026:440 (Aguirre y Compañía, SA tegen EUIPO en Maria Margarida Moreira de Almeida Santos), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-vernietigt-afwijzing-van-oppositie-tegen-blue-padel-wegens-onvolledige-beoordeling-van-verwarringsgevaar-met-bullpadel

Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23683; IEFbe 4257; ECLI:EU:T:2026:440 (Aguirre y Compañía, SA tegen EUIPO Maria Margarida Moreira de Almeida Santos). Aguirre y Compañía verzette zich tegen de inschrijving van het Uniewoordmerk BLUE PADEL voor “jerseys [kleding]” in klasse 25 op basis van drie oudere Uniebeeldmerken BULLPADEL. Het Gerecht bevestigt dat het relevante publiek bestaat uit het algemene publiek van de Europese Unie met een gemiddeld aandachtsniveau. De jerseys vallen onder de ruimere categorieën kleding en sportkleding van het oudere merk en zijn daarom merkenrechtelijk identiek; ten opzichte van padelrackets zijn zij slechts in geringe mate soortgelijk. Het gemeenschappelijke element ‘padel’ mist onderscheidend vermogen, omdat het rechtstreeks verwijst naar de sport waarvoor de betrokken waren kunnen worden gebruikt. De elementen ‘bull’ en ‘blue’ zijn wel onderscheidend. De tekens zijn visueel en begripsmatig in geringe mate en fonetisch in gemiddelde mate overeenstemmend. Ook mocht de kamer van beroep uitgaan van een normaal intrinsiek onderscheidend vermogen van het oudere merk, omdat de overgelegde stukken wel gebruik aantoonden, maar niet dat BULLPADEL bij een significant deel van het relevante algemene publiek een versterkt onderscheidend vermogen had verkregen.

IEFBE 4256

Gerecht EU bevestigt weigering van ‘Be the Heartbeat of Healthcare’ voor personeelsdiensten wegens gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht EU - Tribunal UE 8 jul 2026,, IEFBE 4256; ECLI:EU:T:2026:445 (Phoenix Pharma SE tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-bevestigt-weigering-van-be-the-heartbeat-of-healthcare-voor-personeelsdiensten-wegens-gebrek-aan-onderscheidend-vermogen

Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23682, IEFbe 4256; ECLI:EU:T:2026:445 (Phoenix Pharma SE tegen EUIPO). Phoenix Pharma vroeg inschrijving aan van het Uniewoordmerk ‘Be the Heartbeat of Healthcare’ voor diverse wervings-, selectie-, personeelsbeheer- en uitzenddiensten in klasse 35. De onderzoeker wees de aanvraag gedeeltelijk af op grond van artikel 7 lid 1 onder b, gelezen in samenhang met artikel 7 lid 2 UMVo. De kamer van beroep bevestigde die weigering. Volgens haar zal het relevante Engelstalige publiek, dat deels uit het algemene publiek en deels uit vakpubliek met een verhoogd aandachtsniveau bestaat, de slogan begrijpen als een aansporing om een essentieel of belangrijk onderdeel van het gezondheidszorgstelsel te worden. Het Gerecht verwerpt het beroep van Phoenix Pharma op artikel 94 lid 1, tweede volzin, UMVo. De kamer van beroep had met haar verwijzing naar het Cambridge Dictionary geen nieuwe betekenis of nieuwe weigeringsgrond geïntroduceerd, maar slechts de reeds door de onderzoeker gehanteerde betekenis van ‘the heartbeat of something’ verduidelijkt. Phoenix Pharma had zich daarover in de administratieve procedure al kunnen uitlaten, zodat haar rechten van verdediging niet waren geschonden. Het Gerecht hoefde daarom niet meer te beoordelen of die betekenis als een algemeen bekend feit kon worden aangemerkt.

IEFBE 4255

Gerecht EU: kamer van beroep onderschat dominante positie van ‘BIOGROUP’ en overeenstemming tussen beeldmerken

Gerecht EU - Tribunal UE 13 jul 2026,, IEFBE 4255; ECLI:EU:T:2026:449 (SCM Biogroup tegen EUIPO en Bio Group Medical System Srl), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-kamer-van-beroep-onderschat-dominante-positie-van-biogroup-en-overeenstemming-tussen-beeldmerken

Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23681; IEFbe 4255; ECLI:EU:T:2026:449 (SCM Biogroup tegen EUIPO en Bio Group Medical System Srl). SCM Biogroup verzette zich tegen de inschrijving van het Uniebeeldmerk BIO-GROUP MEDICAL SYSTEM voor onderzoeks-, analyse-, test- en controlediensten in klasse 42. De oppositie was onder meer gebaseerd op het oudere Uniebeeldmerk BIOGROUP en op de handelsnaam SCM BIOGROUP en de domeinnaam biogroup.fr. Nadat de oppositieafdeling de oppositie had toegewezen, vernietigde de kamer van beroep die beslissing en wees zij de oppositie volledig af wegens het ontbreken van verwarringsgevaar. Het Gerecht bevestigt dat het relevante publiek hoofdzakelijk bestaat uit beroepsbeoefenaren met een relatief hoog aandachtsniveau. Ook onderschrijft het Gerecht dat het gemeenschappelijke element ‘biogroup’ of ‘bio-group’ slechts zwak onderscheidend is. De woorden ‘bio’ en ‘group’ zijn voor het relevante publiek begrijpelijk en hun samenvoeging levert geen ongebruikelijke of fantasievolle term op die meer is dan de som van de afzonderlijke bestanddelen. De overgelegde bewijzen tonen wel gebruik van het oudere merk aan, maar zijn onvoldoende om een door intensief gebruik of bekendheid versterkt onderscheidend vermogen vast te stellen.

IEFBE 4252

Uniemerk 4011 B552 terecht nietig wegens kwade trouw

Gerecht EU - Tribunal UE 1 jul 2026,, IEFBE 4252; ECLI:EU:T:2026:422 ((Driss El Hakmaoui Attilah tegen EUIPO)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/uniemerk-4011-b552-terecht-nietig-wegens-kwade-trouw

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23673; IEFbe 4252; ECLI:EU:T:2026:422 (Driss El Hakmaoui Attilah tegen EUIPO). Het Gerecht van de Europese Unie verwerpt het beroep van Driss El Hakmaoui Attilah tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO van 23 oktober 2024 (zaak R 403/2024‑2), waarin het Uniebeeldmerk 4011 B552 nietig wordt verklaard wegens kwade trouw. Bella Tawziaa II en Groupe Bellakhdar vorderen op 31 maart 2022 bij het EUIPO nietigverklaring van het in 2013 aangevraagde Uniebeeldmerk (nr. 11 674 413) voor waren in klasse 30 (waaronder koffie, thee en aanverwante producten). Zij beroepen zich daarbij op oudere rechten die onder meer de elementen 4011 en B552, Arabische woordelementen en een leeuwconcept of leeuwafbeelding bevatten. De nietigheidsvordering is formeel gebaseerd op art. 59 lid 1 sub b Verordening (EU) 2017/1001 (Uniemerkverordening 2017), maar omdat de merkaanvraag dateert van 21 maart 2013, beoordeelt het Gerecht de zaak materieel aan de hand van art. 52 lid 1 sub b Verordening (EG) nr. 207/2009. Het Gerecht benadrukt dat bij kwade trouw niet dezelfde vergelijking plaatsvindt als bij verwarringsgevaar: het gaat niet om een precieze mate van overeenstemming vanuit het perspectief van de gemiddelde consument, maar om de bedoeling van de aanvrager op het moment van indiening van de merkaanvraag. Die bedoeling moet objectief worden vastgesteld aan de hand van alle relevante omstandigheden, waarbij ook feiten van na het depot in aanmerking mogen worden genomen voor zover zij licht werpen op de intentie ten tijde van het depot.

IEFBE 4247

Verworven onderscheidend vermogen van merkondeel maakt samengesteld merk niet intrinsiek onderscheidend

Gerecht EU - Tribunal UE 1 jul 2026,, IEFBE 4247; ECLI:EU:T:2026:432 (Veikkaus Oy tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verworven-onderscheidend-vermogen-van-merkondeel-maakt-samengesteld-merk-niet-intrinsiek-onderscheidend

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23659, IEFbe 4247; ECLI:EU:T:2026:432 (Veikkaus Oy tegen EUIPO). In deze zaak vordert Veikkaus gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO over haar aanvraag voor het Uniewoordmerk FOR BETTER GAMING - VEIKKAUS. De aanvraag zag onder meer op diensten in de klassen 35, 41 en 42, waaronder retaildiensten voor game- en goksoftware, online entertainment-, spel-, gok-, wed- en casinodiensten en ontwerp-, ontwikkel- en onderhoudsdiensten voor online goksoftware en gokwebsites. De kamer van beroep had het beroep slechts gedeeltelijk toegewezen voor enkele diensten, maar de inschrijving voor de overige diensten geweigerd wegens gebrek aan intrinsiek onderscheidend vermogen op grond van artikel 7 lid 1 onder b, gelezen in samenhang met artikel 7 lid 2, Verordening 2017/1001. Volgens de kamer van beroep zou het Finstalige relevante publiek het teken begrijpen als “voor beter gokken/spelen – weddenschap, gokvoorspelling” en dus niet als herkomstaanduiding, maar als een zuiver promotionele boodschap voor de betrokken diensten. De subsidiaire stelling van Veikkaus dat het teken door gebruik onderscheidend vermogen had verkregen, was nog niet inhoudelijk beoordeeld en was door de kamer van beroep terugverwezen naar de onderzoeker.

IEFBE 4243

Uitspraak ingezonden door Rik Balk, Balk Legal

BenGH over merk NIELSON: kwade trouw en incidenteel beroep buiten de beroepstermijn

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 29 jun 2026,, IEFBE 4243; C 2021/18/V (([verzoeker] tegen [verweerders])), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/bengh-over-merk-nielson-kwade-trouw-en-incidenteel-beroep-buiten-de-beroepstermijn

BenGH 15 april 2026, IEF 23650; IEF-Be 4243; C 2021/18/V ([verzoeker] tegen [verweerders]). In deze zaak tussen [verzoeker] en [verweerders] gaat het om de vraag of de Eerste Kamer van het Benelux‑Gerechtshof aanleiding ziet een arrest van de Tweede Kamer te corrigeren, waarin een Benelux‑woordmerk NIELSON (gedeeltelijk) nietig is verklaard wegens depot te kwader trouw. Daarnaast speelt de vraag of incidenteel beroep tegen een beslissing van het BBIE mogelijk is nadat de in het BVIE opgenomen beroepstermijn is verstreken. [verzoeker] heeft in 2013 het Benelux‑woordmerk NIELSON aangevraagd, dat in 2013 is ingeschreven voor diensten in de klassen 35, 41 en 42. In 2020 hebben [verweerders] bij het BBIE een vordering ingediend tot vervallenverklaring en nietigverklaring van het merk voor de in klasse 41 aangeduide diensten. Zij hebben zich daarbij beroepen op verval wegens het ontbreken van normaal gebruik en op kwade trouw bij de aanvraag. Het BBIE heeft het merk vervallen verklaard voor een groot deel van de diensten in klasse 41, maar de inschrijving in stand gelaten voor de diensten van een DJ. Het beroep op kwade trouw is door het BBIE afgewezen. Daarbij is onder meer overwogen dat het gebruik van het teken “Mister Nielson” voor DJ‑diensten niet afdoet aan het onderscheidend vermogen van het ingeschreven merk, dat voor DJ‑diensten normaal gebruik is aangetoond, dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat [verzoeker] ten tijde van de aanvraag geen gebruiksintentie had en dat voor de aanvraag een commerciële logica bestond. [verweerders] hebben beroep ingesteld bij de Tweede Kamer van het Benelux‑Gerechtshof. [verzoeker] heeft incidenteel beroep ingesteld tegen de beslissing van het BBIE. De Tweede Kamer heeft dat incidentele beroep niet‑ontvankelijk verklaard omdat het na afloop van de in artikel 1.15bis BVIE genoemde beroepstermijn van twee maanden is ingesteld en BVIE, het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux‑Gerechtshof en het Reglement op de procesvoering geen grondslag bieden voor incidenteel beroep buiten die termijn. Voorts heeft de Tweede Kamer de beslissing van het BBIE vernietigd voor zover het beroep op kwade trouw was afgewezen. Samengevat heeft zij geoordeeld dat de inschrijving te kwader trouw is aangevraagd voor diensten die identiek zijn aan of overeenstemmen met de diensten waarvoor het teken Nielson op het moment van de aanvraag werd gebruikt, waarbij onder meer betekenis is toegekend aan de (door de Tweede Kamer vastgestelde) bekendheid van de artiest Nielson, de bekendheid van [verzoeker] met dat gebruik, diens eigen gebruik van “Mister Nielson” en diens beweegredenen voor het depot. Voor de overige diensten in klasse 41 is het merk reeds vervallen verklaard.

IEFBE 4241

BenGH: beroep op niet-geregistreerd Tsjechisch merk strandt bij gebrek aan onderbouwing

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 2 jun 2026,, IEFBE 4241; C 2025/12 ((Mogador tegen Panon).), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/bengh-beroep-op-niet-geregistreerd-tsjechisch-merk-strandt-bij-gebrek-aan-onderbouwing

BenGH 2 juni 2026, IEF 23644; IEFbe 4241; C 2025/12 (Mogador tegen Panon). In deze zaak tussen Mogador s.r.o. en Panon Healthy Food d.o.o. staat een oppositie tegen een Benelux-woord-/beeldmerk voor rijstepap en rijstproducten centraal. Mogador beroept zich daarbij op artikel 2.14 lid 2 onder b jo. artikel 2.2ter lid 3 onder b BVIE en stelt dat Panon een teken heeft aangevraagd waarop zij oudere niet-geregistreerde Tsjechische merkrechten bezit. Het Benelux-Gerechtshof moet beoordelen of Mogador voldoende heeft aangetoond dat zij naar Tsjechisch recht als houdster van dergelijke oudere merkrechten kan worden aangemerkt. Panon heeft bij het BBIE een Benelux-woord-/beeldmerk aangevraagd voor rijstepap en rijstproducten voor het snel bereiden van gerechten in klasse 30. Mogador heeft tegen deze aanvraag oppositie ingesteld. Volgens Mogador was sprake van oudere niet-geregistreerde merken waarvan zij houdster was en had Panon het teken als vertegenwoordiger of handelspartner zonder toestemming op eigen naam aangevraagd. Het BBIE wees de oppositie af, waarna Mogador beroep instelde bij het Benelux-Gerechtshof. Voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling verwerpt het Hof een ontvankelijkheidsverweer van Panon. Het Hof oordeelt op basis van het BVIE en het Reglement op de procesvoering dat, nu de beroepstermijn op een zondag verstreek, de vervaldag verschoof naar de eerstvolgende werkdag (2 juni 2025), zodat het beroep tijdig is ingesteld.Het Hof stelt voorop dat artikel 2.2ter lid 3 onder b BVIE ertoe strekt misbruik door gemachtigden of vertegenwoordigers van een merkhouder tegen te gaan. Het Hof wijst erop dat een beroep op deze bepaling alleen kan slagen wanneer onder meer vaststaat dat de opposant houder is van een ouder merk. Dat begrip omvat niet alleen ingeschreven merken, maar kan ook niet-geregistreerde merken omvatten, voor zover het recht van het land van oorsprong dergelijke rechten erkent.

IEFBE 4239

BenGH: FRAXEL-merken niet normaal gebruikt, PLAXEL PLASMA PEN blijft ingeschreven

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 4 feb 2026,, IEFBE 4239; C 2023/28 ((Safety4yoU tegen Solta)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/bengh-fraxel-merken-niet-normaal-gebruikt-plaxel-plasma-pen-blijft-ingeschreven

BenGH 4 februari 2026, IEF-be 4239; C 2023/28 (Safety4yoU tegen Solta). In deze zaak tussen Safety4yoU en Solta staat de vraag centraal of Solta haar oudere FRAXEL-merken normaal heeft gebruikt en zich daarom met succes kan verzetten tegen de inschrijving van het woordmerk PLAXEL PLASMA PEN. Safety4yoU heeft in oktober 2021 een Benelux-inschrijving aangevraagd voor het woordmerk PLAXEL PLASMA PEN voor waren en diensten in de klassen 8, 10, 41 en 44. Tegen deze aanvraag heeft Solta oppositie ingesteld op basis van drie oudere FRAXEL-merken: een Beneluxmerk uit 2005 voor medische apparaten en instrumenten in klasse 10 en twee Uniemerken uit 2006 respectievelijk 2008 voor medische hulpmiddelen in klasse 10 en cosmetische, plastische en dermatologische behandelingen in klasse 44. Volgens Solta bestond verwarringsgevaar tussen de merken. Safety4yoU heeft zich verweerd met de stelling dat Solta haar oudere merken niet normaal heeft gebruikt. Het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) achtte slechts normaal gebruik bewezen voor medische hulpmiddelen bestaande uit lasers en onderdelen en accessoires daarvoor in klasse 10. De oppositie werd daarom gedeeltelijk toegewezen voor bepaalde waren in klasse 8 en alle waren in klasse 10, en gedeeltelijk afgewezen voor de overige waren en diensten. Safety4yoU stelde beroep in bij het Benelux-Gerechtshof. Het hof stelt voorop dat op grond van artikel 2.16bis BVIE de merkhouder moet bewijzen dat het oudere merk in de relevante periode van 4 oktober 2016 tot 4 oktober 2021 normaal is gebruikt. Onder verwijzing naar de arresten Ferrari (Testarossa), Centrotherm en Maxxus/Globus overweegt het hof dat sprake moet zijn van een reële commerciële exploitatie die is gericht op het vinden of behouden van afzet voor de betrokken waren of diensten. De bewijslast rust volledig op de merkhouder. Ten aanzien van de diensten in klasse 44 voert Solta aan dat FRAXEL-behandelingen met haar toestemming worden aangeboden door 131 Europese klinieken. Het hof acht de door Solta opgestelde lijst van deze klinieken echter onvoldoende bewijs. Daarnaast heeft Solta historische websites van verschillende klinieken overgelegd waarop het woord FRAXEL voorkomt. Slechts drie van deze klinieken blijken echter ook voor te komen op de eigen lijst van Solta. Voor de overige klinieken ontbreekt een verklaring waarom zij niet op die lijst staan, zodat niet kan worden uitgesloten dat zij het merk zonder toestemming gebruikten. Bovendien zijn alleen voor de Nederlandse kliniek Kazem facturen voor de aanschaf van FRAXEL-producten overgelegd. Voor de Franse en Spaanse klinieken ontbreekt dergelijk bewijs, terwijl Solta zelf heeft gesteld dat deze producten noodzakelijk zijn voor iedere FRAXEL-behandeling.

IEFBE 4236

Geen nietigheid Uniemerk op basis van niet-ingeschreven Bulgaars teken: uitsluitend exportgebruik volstaat niet onder artikel 8 lid 4 UMVo

Gerecht EU - Tribunal UE 10 jun 2026,, IEFBE 4236; ECLI:EU:T:2026:374 (Global Rice EOOD tegen EUIPO en Ricegrowers Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-nietigheid-uniemerk-op-basis-van-niet-ingeschreven-bulgaars-teken-uitsluitend-exportgebruik-volstaat-niet-onder-artikel-8-lid-4-umvo

Gerecht EU 10 juni 2026, IEF 23614, IEFbe 4236; ECLI:EU:T:2026:374 (Global Rice EOOD tegen EUIPO en Ricegrowers Ltd). Het Gerecht EU wijst het beroep van Global Rice af tegen de beslissing van EUIPO om het Uniemerk van Ricegrowers niet nietig te verklaren. Global Rice beriep zich op een ouder niet-ingeschreven Bulgaars figuratief teken voor rijst en stelde dat het latere Uniemerk van Ricegrowers ongeldig moest worden verklaard op grond van artikel 60 lid 1 onder c UMVo, gelezen samen met artikel 8 lid 4 UMVo. Voor zo’n beroep op een ouder niet-ingeschreven teken gelden vier cumulatieve voorwaarden: het teken moet in het economisch verkeer worden gebruikt, meer dan alleen plaatselijke betekenis hebben, vóór het latere Uniemerk zijn verkregen volgens het toepasselijke recht, en dat toepasselijke nationale recht moet de houder het recht geven om het gebruik van het latere merk te verbieden. In deze zaak ging het vooral om die laatste voorwaarde. Volgens het Bulgaarse merkenrecht kan een niet-ingeschreven merk alleen tegen een later merk worden ingeroepen als het daadwerkelijk in het handelsverkeer op het grondgebied van Bulgarije is gebruikt.