DOSSIERS
Alle dossiers

Merkenrecht - Droit des marques  

IEFBE 4274

Uitspraak ingezonden door Quirijn Meijnen, LMO Advocaten.

Geen kwade trouw bij depot AEROINTEL-merk na conflict tussen medeoprichters

BBIE/OBPI 26 jun 2026,, IEFBE 4274; nr. 3000861 (Aerointel tegen [verweerder]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-kwade-trouw-bij-depot-aerointel-merk-na-conflict-tussen-medeoprichters

BBIE 26 juni 2026, IEF 23741; IEFbe 4274; nr. 3000861 (Aerointel tegen [verweerder]). In deze zaak verzoekt Aerointel B.V. op grond van artikel 2.30bis lid 1 onder a in verbinding met artikel 2.2bis lid 2 BVIE om doorhaling van het op 6 juni 2025 aangevraagde en op 30 augustus 2025 ingeschreven gecombineerde woord-/beeldmerk AEROINTEL. Het merk is ingeschreven voor waren en diensten in de klassen 9, 12 en 42, die onder meer betrekking hebben op drones en dronetechnologie. Aerointel stelt dat zij de naam en het logo heeft ontwikkeld en deze vanaf 27 juli 2024 openbaar en ononderbroken gebruikt, aanvankelijk via een onderneming in oprichting en vanaf 4 oktober 2024 via Aerointel B.V. In april en mei 2025 ontstaat tussen Aerointel en [verweerder] een geschil over diens beoogde participatie in de onderneming. Volgens Aerointel deponeert [verweerder] het teken vervolgens zonder besluit van de algemene vergadering of volmacht op persoonlijke naam, terwijl hij weet dat Aerointel het teken al intensief gebruikt. Aerointel voert aan dat [verweerder] het merk na het depot niet zelf in de Benelux gebruikt, maar de registratie inzet als drukmiddel om haar gebruik van AEROINTEL en haar bedrijfsvoering te blokkeren. Zij wijst daarbij onder meer op een sommatie van 21 mei 2025, de inzet van het depot tegenover een derde op 20 juni 2025, een e-mail van 25 juni 2025 waarin overleg afhankelijk wordt gesteld van staking van het gebruik van AEROINTEL, het offline gaan van de website van Aerointel op 26 juni 2025 en de presentatie van vergelijkbare activiteiten onder een andere handelsnaam op 30 juni 2025. Volgens Aerointel blijkt uit deze chronologie dat sprake is van een blokkeringsdepot zonder legitiem ondernemingsdoel. [Verweerder] betwist dat Aerointel een zelfstandig ouder recht op de naam of het logo heeft. Hij stelt dat hij samen met de bestuurder van Aerointel al vanaf augustus 2023 een gezamenlijke onderneming op het gebied van drones ontwikkelt, dat zij in maart 2024 gezamenlijk onder een eerdere handelsnaam en vervolgens onder de naam Aerointel naar buiten treden en dat zij het bestreden logo in mei 2024 ontwikkelen. Volgens [verweerder] richten zij Aerointel B.V. op als gezamenlijke onderneming, waarbij het de bedoeling is dat ieder uiteindelijk vijftig procent van de aandelen houdt. Die afspraak wordt volgens hem niet uitgevoerd, waarna hij wordt uitgesloten van bestanden, communicatiekanalen, de website en de presentatie van de onderneming. Hij stelt dat hij het merk deponeert om de door hem mede opgebouwde goodwill, het onderscheidend vermogen van de naam en het logo en de herkomst van de gezamenlijk ontwikkelde dronetechnologie te beschermen. Het depot dient volgens hem daarmee de wezenlijke functie van een merk en is geen leeg, speculatief of uitsluitend blokkerend depot.

IEFBE 4273

Uitspraak ingezonden door Quirijn Meijnen, LMO advocaten.

Depot A-Team-logo na sommatie niet te kwader trouw

BBIE/OBPI 24 apr 2026,, IEFBE 4273; 3000826 (Afix tegen The A-Team Agency), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/depot-a-team-logo-na-sommatie-niet-te-kwader-trouw

BBIE 24 april 2026, IEF 23739; IEFbe 4273; nr. 3000826 (Afix tegen The A-Team Agency). In deze zaak verzoekt Afix BV op grond van artikel 2.30bis lid 1 onder a in verbinding met artikel 2.2bis lid 2 BVIE om doorhaling van het op 10 december 2024 aangevraagde en op 25 februari 2025 ingeschreven gecombineerde woord-/beeldmerk van International Video Company B.V., handelend onder de naam The A-Team Agency. Het merk is ingeschreven voor diensten in de klassen 35, 41 en 42, waaronder marketing, video- en filmproductie en het ontwerpen en ontwikkelen van websites. Afix stelt dat zij het door haar ingeroepen A-logo sinds 2016 onafgebroken gebruikt en daarop auteursrechten bezit. Nadat Afix The A-Team Agency op 10 december 2024 had gesommeerd het volgens haar inbreukmakende gebruik van een aangepaste versie van haar logo te staken, diende The A-Team Agency nog diezelfde dag de merkaanvraag in. Volgens Afix blijkt daaruit dat het merk is aangevraagd om het volgens haar inbreukmakende gebruik achteraf te legitimeren en haar rechtmatige gebruik te frustreren. The A-Team Agency betwist dat sprake is van kwade trouw en voert aan dat het bestreden merk onderdeel is van een reeds gebruikte, op de televisieserie The A-Team geïnspireerde merkidentiteit. Zij stelt dat zij het logo zelf heeft ontworpen en ten tijde van het depot alleen bekend was met het volledige Afix-logo, en niet met het afzonderlijke A-logo waarop Afix zich later beriep.

IEFBE 4266

Uitspraak ingezonden door Xavier Koehoorn, Dillinger Law & Kristien Wevers, GSJ Advocaten.

Argenta moet gegevens rekeninghouder verstrekken voor onderzoek naar mogelijke merkinbreuk

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 2 jul 2026,, IEFBE 4266; A/26/02126 (Volkswagen tegen Argenta Spaarbank), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/argenta-moet-gegevens-rekeninghouder-verstrekken-voor-onderzoek-naar-mogelijke-merkinbreuk

Ondernemingsrechtbank Antwerpen 2 juli 2026, IEF 23711; IEFbe 4266; IT 5391; A/26/02126 (Volkswagen tegen Argenta Spaarbank). In deze zaak vordert Volkswagen dat Argenta Spaarbank wordt bevolen de identiteit en contactgegevens te verstrekken van de houder van een bankrekening waarop inkomsten uit vermeend nagemaakte wieldoppen met het Volkswagen-logo zijn ontvangen. Volkswagen heeft vastgesteld dat dergelijke wieldoppen via 2dehands.be worden verkocht. Uit een door de anti-namaakorganisatie ABAC-BAAN verrichte proefaankoop blijkt dat de betrokken verkoper gebruikmaakt van een bankrekening bij Argenta. Volkswagen verzoekt om verstrekking van de volledige naam, de adresgegevens, het eventuele ondernemingsnummer, het telefoonnummer en het e-mailadres van de rekeninghouder, om te kunnen onderzoeken of sprake is van een inbreuk op haar merkrechten en daartegen zo nodig op te treden. Argenta betwist de vordering tot verstrekking van deze gegevens in essentie niet en gedraagt zich wat dat betreft naar de wijsheid van de rechtbank. Zij verzet zich wel tegen de oplegging van een dwangsom, omdat zij aankondigt het vonnis te zullen naleven.

IEFBE 4264

Gerecht: te late onderbouwing verzoek tot nietigverklaring TEAM blijft buiten beschouwing

Gerecht EU - Tribunal UE 16 jul 2026,, IEFBE 4264; ECLI:EU:T:2026:477 (Team Beverage tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-te-late-onderbouwing-verzoek-tot-nietigverklaring-team-blijft-buiten-beschouwing

Gerecht EU 16 juli 2026, IEF 23701; IEFbe 4264; ECLI:EU:T:2026:477 (Team Beverage tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung). Team Beverage verzoekt het EUIPO om nietigverklaring van het Uniewoordmerk TEAM, dat is ingeschreven voor verzekeringsdiensten in klasse 36. Zij beroept zich op artikel 59 lid 1 onder a, gelezen in samenhang met artikel 7 lid 1 onder b en c, UMVo, maar vermeldt bij de indiening dat de onderbouwing nog zal volgen. Het verzoek is ontvankelijk, omdat de feiten, argumenten en bewijzen niet noodzakelijk al bij de indiening hoeven te worden overgelegd. Het EUIPO informeert Team Beverage echter dat de merkhouder tot 15 juli 2024 opmerkingen kan indienen en dat bij het uitblijven daarvan de contradictoire fase wordt gesloten en op basis van de beschikbare stukken wordt beslist. Nadat de merkhouder niet reageert, sluit het EUIPO die fase op 22 juli 2024. De pas op 16 augustus 2024 ingediende memorie met argumenten en bijlagen wordt daarom niet in aanmerking genomen. De nietigheidsafdeling wijst het verzoek vervolgens als ongegrond af wegens het ontbreken van tijdig ingediende feiten, argumenten en bewijzen. De Kamer van Beroep bevestigt deze beslissing.

IEFBE 4262

Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen beeldmerk go VEGE en woordmerk végé’

Gerecht EU - Tribunal UE 15 jul 2026,, IEFBE 4262; ECLI:EU:T:2026:469 (Desimo, Lda. tegen EUIPO en Topas GmbH), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-beeldmerk-go-vege-en-woordmerk-vege

Gerecht 15 juli 2026, IEF 23693; IEFbe 4262; ECLI:EU:T:2026:469 (Desimo, Lda. tegen EUIPO en Topas GmbH). Het Gerecht verwerpt het beroep van Desimo tegen de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de inschrijving van het beeldmerk go VEGE gedeeltelijk is geweigerd wegens verwarringsgevaar met het oudere Uniewoordmerk végé’ van Topas. De betrokken waren en diensten bestaan onder meer uit vegetarische en plantaardige voedingsmiddelen in de klassen 29 en 30 en detailhandelsdiensten voor voedingsmiddelen in klasse 35. Desimo betwistte niet dat het relevante publiek bestaat uit het algemene en professionele publiek in de Europese Unie, met een laag tot gemiddeld aandachtsniveau, dat de betrokken waren en diensten deels identiek en deels, ten minste in geringe mate, soortgelijk zijn en dat het oudere merk een zwak onderscheidend vermogen heeft. Volgens het Gerecht mocht de kamer van beroep oordelen dat het woordelement ‘VEGE’ het dominante bestanddeel van het aangevraagde merk vormt. Dit element trekt door zijn centrale positie en omvang in de eerste plaats de aandacht van de consument. Het kleinere woord ‘go’ heeft voor het Engelstalige publiek een zwak onderscheidend karakter, omdat het kan worden opgevat als een aansporing om een vegetarische levensstijl aan te nemen. De groene cirkel en de tak met bladeren zijn hoofdzakelijk decoratief en verwijzen in de context van de betrokken waren en diensten naar een ecologisch of milieuvriendelijk karakter. Een element met een zwak onderscheidend vermogen kan niettemin dominant zijn wanneer het door zijn positie of omvang de totaalindruk van het merk bepaalt.

IEFBE 4261

Gerecht bevestigt gedeeltelijke weigering van het teken OPENAI wegens beschrijvend karakter

Gerecht EU - Tribunal UE 15 jul 2026,, IEFBE 4261; ECLI:EU:T:2026:472 (OpenAI tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-gedeeltelijke-weigering-van-het-teken-openai-wegens-beschrijvend-karakter

Gerecht EU 15 juli 2026, IEF 23692; IEFbe 4261; ECLI:EU:T:2026:472 (OpenAI tegen EUIPO). Het Gerecht verwerpt het beroep van OpenAI, Inc. tegen de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO om het woordteken OPENAI niet in te schrijven voor bepaalde waren en diensten in de klassen 9, 42 en 45. Het relevante publiek bestaat uit het Engelstalige algemene en professionele publiek in de Europese Unie, met een aandachtsniveau dat varieert van gemiddeld tot hoog. Volgens het Gerecht zal dit publiek het teken gemakkelijk herkennen als een combinatie van ‘open’ en ‘AI’, waarbij ‘AI’ algemeen wordt begrepen als de afkorting van artificial intelligence en ‘open’ in de technologische context onder meer kan verwijzen naar toegankelijke, onbeperkte, transparante of vrij beschikbare kunstmatige intelligentie. Voor toepassing van artikel 7 lid 1 onder c UMVo is voldoende dat ten minste één mogelijke betekenis van een teken een kenmerk van de betrokken waren of diensten beschrijft. De combinatie OPENAI volgt bovendien de gewone Engelse grammaticale structuur en creëert geen indruk die voldoende afwijkt van de som van haar bestanddelen. Dat de woorden zonder spatie zijn samengevoegd en dat de combinatie niet als vaste uitdrukking in een woordenboek voorkomt, neemt het beschrijvende karakter daarom niet weg.

IEFBE 4258

Gerecht EU laat terugverwijzingsbeslissing over het beschrijvende karakter van ‘MICUIR HANDMADE IN SPAIN’ in stand

Gerecht EU - Tribunal UE 8 jul 2026,, IEFBE 4258; ECLI:EU:T:2026:448 (Elena Nayra Peña de Paz tegen EUIPO en Cuchy & Charly, SL), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-laat-terugverwijzingsbeslissing-over-het-beschrijvende-karakter-van-micuir-handmade-in-spain-in-stand

Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23684; IEFbe 4258; ECLI:EU:T:2026:448 (Elena Nayra Peña de Paz tegen EUIPO en Cuchy & Charly, SL). Cuchy & Charly verzocht om nietigverklaring van het Uniewoordmerk MICUIR HANDMADE IN SPAIN voor waren in de klassen 18 en 25. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af, maar de kamer van beroep vernietigde die beslissing en verwees de zaak terug voor een volledig onderzoek naar het beschrijvende karakter en het gebrek aan onderscheidend vermogen voor alle betrokken waren. Het Gerecht oordeelt dat het beroep van de merkhouder tegen deze terugverwijzingsbeslissing ontvankelijk is. Een beslissing van een kamer van beroep is ook voor beroep vatbaar wanneer de zaak wordt terugverwezen, omdat de nietigheidsafdeling op grond van artikel 71 lid 2 UMVo aan de motivering en het dictum daarvan gebonden is. De merkhouder moest daarom onmiddellijk kunnen opkomen tegen de bindende vaststelling dat een niet te verwaarlozen deel van het Franstalige publiek het teken beschrijvend opvat. Dat zij in de procedures bij het EUIPO geen opmerkingen had ingediend, stond niet aan haar beroep of argumenten in de weg: actieve deelname is daarvoor geen voorwaarde. Het Gerecht legt haar verzoek om de beslissing te “vernietigen of in te trekken” uitsluitend uit als een verzoek tot nietigverklaring, omdat intrekking op grond van artikel 103 UMVo aan het EUIPO zelf is voorbehouden. Ook de overgelegde bijlagen waren ontvankelijk, hetzij omdat zij al tot het EUIPO-dossier behoorden, betrekking hadden op registratiepraktijk of noodzakelijk waren voor het beroep, hetzij omdat zij waren bedoeld om door de kamer van beroep als algemeen bekend aangemerkte feiten te betwisten.

IEFBE 4257

Gerecht EU vernietigt afwijzing van oppositie tegen BLUE PADEL wegens onvolledige beoordeling van verwarringsgevaar met BULLPADEL

Gerecht EU - Tribunal UE 8 jul 2026,, IEFBE 4257; ECLI:EU:T:2026:440 (Aguirre y Compañía, SA tegen EUIPO en Maria Margarida Moreira de Almeida Santos), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-vernietigt-afwijzing-van-oppositie-tegen-blue-padel-wegens-onvolledige-beoordeling-van-verwarringsgevaar-met-bullpadel

Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23683; IEFbe 4257; ECLI:EU:T:2026:440 (Aguirre y Compañía, SA tegen EUIPO Maria Margarida Moreira de Almeida Santos). Aguirre y Compañía verzette zich tegen de inschrijving van het Uniewoordmerk BLUE PADEL voor “jerseys [kleding]” in klasse 25 op basis van drie oudere Uniebeeldmerken BULLPADEL. Het Gerecht bevestigt dat het relevante publiek bestaat uit het algemene publiek van de Europese Unie met een gemiddeld aandachtsniveau. De jerseys vallen onder de ruimere categorieën kleding en sportkleding van het oudere merk en zijn daarom merkenrechtelijk identiek; ten opzichte van padelrackets zijn zij slechts in geringe mate soortgelijk. Het gemeenschappelijke element ‘padel’ mist onderscheidend vermogen, omdat het rechtstreeks verwijst naar de sport waarvoor de betrokken waren kunnen worden gebruikt. De elementen ‘bull’ en ‘blue’ zijn wel onderscheidend. De tekens zijn visueel en begripsmatig in geringe mate en fonetisch in gemiddelde mate overeenstemmend. Ook mocht de kamer van beroep uitgaan van een normaal intrinsiek onderscheidend vermogen van het oudere merk, omdat de overgelegde stukken wel gebruik aantoonden, maar niet dat BULLPADEL bij een significant deel van het relevante algemene publiek een versterkt onderscheidend vermogen had verkregen.

IEFBE 4256

Gerecht EU bevestigt weigering van ‘Be the Heartbeat of Healthcare’ voor personeelsdiensten wegens gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht EU - Tribunal UE 8 jul 2026,, IEFBE 4256; ECLI:EU:T:2026:445 (Phoenix Pharma SE tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-bevestigt-weigering-van-be-the-heartbeat-of-healthcare-voor-personeelsdiensten-wegens-gebrek-aan-onderscheidend-vermogen

Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23682, IEFbe 4256; ECLI:EU:T:2026:445 (Phoenix Pharma SE tegen EUIPO). Phoenix Pharma vroeg inschrijving aan van het Uniewoordmerk ‘Be the Heartbeat of Healthcare’ voor diverse wervings-, selectie-, personeelsbeheer- en uitzenddiensten in klasse 35. De onderzoeker wees de aanvraag gedeeltelijk af op grond van artikel 7 lid 1 onder b, gelezen in samenhang met artikel 7 lid 2 UMVo. De kamer van beroep bevestigde die weigering. Volgens haar zal het relevante Engelstalige publiek, dat deels uit het algemene publiek en deels uit vakpubliek met een verhoogd aandachtsniveau bestaat, de slogan begrijpen als een aansporing om een essentieel of belangrijk onderdeel van het gezondheidszorgstelsel te worden. Het Gerecht verwerpt het beroep van Phoenix Pharma op artikel 94 lid 1, tweede volzin, UMVo. De kamer van beroep had met haar verwijzing naar het Cambridge Dictionary geen nieuwe betekenis of nieuwe weigeringsgrond geïntroduceerd, maar slechts de reeds door de onderzoeker gehanteerde betekenis van ‘the heartbeat of something’ verduidelijkt. Phoenix Pharma had zich daarover in de administratieve procedure al kunnen uitlaten, zodat haar rechten van verdediging niet waren geschonden. Het Gerecht hoefde daarom niet meer te beoordelen of die betekenis als een algemeen bekend feit kon worden aangemerkt.

IEFBE 4255

Gerecht EU: kamer van beroep onderschat dominante positie van ‘BIOGROUP’ en overeenstemming tussen beeldmerken

Gerecht EU - Tribunal UE 13 jul 2026,, IEFBE 4255; ECLI:EU:T:2026:449 (SCM Biogroup tegen EUIPO en Bio Group Medical System Srl), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-kamer-van-beroep-onderschat-dominante-positie-van-biogroup-en-overeenstemming-tussen-beeldmerken

Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23681; IEFbe 4255; ECLI:EU:T:2026:449 (SCM Biogroup tegen EUIPO en Bio Group Medical System Srl). SCM Biogroup verzette zich tegen de inschrijving van het Uniebeeldmerk BIO-GROUP MEDICAL SYSTEM voor onderzoeks-, analyse-, test- en controlediensten in klasse 42. De oppositie was onder meer gebaseerd op het oudere Uniebeeldmerk BIOGROUP en op de handelsnaam SCM BIOGROUP en de domeinnaam biogroup.fr. Nadat de oppositieafdeling de oppositie had toegewezen, vernietigde de kamer van beroep die beslissing en wees zij de oppositie volledig af wegens het ontbreken van verwarringsgevaar. Het Gerecht bevestigt dat het relevante publiek hoofdzakelijk bestaat uit beroepsbeoefenaren met een relatief hoog aandachtsniveau. Ook onderschrijft het Gerecht dat het gemeenschappelijke element ‘biogroup’ of ‘bio-group’ slechts zwak onderscheidend is. De woorden ‘bio’ en ‘group’ zijn voor het relevante publiek begrijpelijk en hun samenvoeging levert geen ongebruikelijke of fantasievolle term op die meer is dan de som van de afzonderlijke bestanddelen. De overgelegde bewijzen tonen wel gebruik van het oudere merk aan, maar zijn onvoldoende om een door intensief gebruik of bekendheid versterkt onderscheidend vermogen vast te stellen.