DOSSIERS
Alle dossiers

Merkenrecht - Droit des marques  

IEFBE 4344

Verwarringsgevaar tussen MARKETVECTOR INDEXES en VECTOR FUND; normaal gebruik ouder merk voldoende aangetoond

Gerecht EU - Tribunal UE 30 sep 2026, IEFBE 4344; ECLI:EU:T:2026:609 (MARKETVECTOR INDEXES), https://ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-marketvector-indexes-en-vector-fund-normaal-gebruik-ouder-merk-voldoende-aangetoond

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23906; IEFbe 4344; ECLI:EU:T:2026:609 (MARKETVECTOR INDEXES). Van Eck Associates had de Europese Unie aangewezen voor de internationale registratie van het woordteken MARKETVECTOR INDEXES voor financiële diensten in klasse 36. Vector S.A. stelde oppositie in op basis van het oudere Uniewoordmerk VECTOR FUND en beriep zich op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Nadat Van Eck om bewijs van normaal gebruik had gevraagd, legde Vector onder meer jaarstukken, websiteprints, verklaringen, nieuwsbrieven, artikelen en gegevens over de registratie van fondsen over. Het Gerecht oordeelt dat de kamer van beroep terecht heeft aangenomen dat het oudere merk normaal is gebruikt. Het merk was weliswaar niet in exact dezelfde vorm gebruikt als geregistreerd, maar het gebruik van het element “vector” kan als gebruik van VECTOR FUND gelden. “Fund” is beschrijvend voor de betrokken financiële diensten, zodat het weglaten daarvan het onderscheidend vermogen van het merk niet wijzigt. Ook toevoegingen als “navigator”, “flexible”, “top managers mixed” en “SICAV” veranderen dat onderscheidend vermogen niet, omdat deze elementen beschrijvend zijn voor kenmerken of de rechtsvorm van de betrokken fondsen. Het Gerecht stelt bovendien vast dat “vector” niet uitsluitend als handels- of ondernemingsnaam is gebruikt, maar ook als merk, omdat het teken in de overgelegde stukken zelfstandig de commerciële herkomst van de betrokken financiële diensten aanduidt.

IEFBE 4350

Gerecht EU: geen nietigheid van merk lightoptics wegens onvoldoende bewijs van ouder auteursrecht en kwade trouw

Gerecht EU - Tribunal UE 7 okt 2026, IEFBE 4350; ECLI:EU:T:2026:644 (lightoptics), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-geen-nietigheid-van-merk-lightoptics-wegens-onvoldoende-bewijs-van-ouder-auteursrecht-en-kwade-trouw

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23916; IEFbe 4350; ECLI:EU:T:2026:644 (lightoptics). Salumanus heeft verzocht om nietigverklaring van het Uniebeeldmerk ‘lightoptics’, dat op naam van Heyoptics is ingeschreven voor onder meer glasvezelkabels, elektronische apparatuur en commerciële diensten in de klassen 9 en 35. Volgens Salumanus kan zij zich beroepen op een ouder auteursrecht op een overeenstemmend teken en heeft Heyoptics bij de merkaanvraag te kwader trouw gehandeld. Het verzoek is gebaseerd op artikel 60 lid 2 onder c en artikel 59 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De nietigheidsafdeling van EUIPO wees het verzoek af, waarna ook de kamer van beroep oordeelde dat Salumanus onvoldoende had aangetoond dat zij bescherming kon ontlenen aan het Poolse auteursrecht. Het Gerecht bevestigt dat niet is bewezen dat Salumanus het betreffende teken vóór de merkaanvraag van 1 november 2021 heeft gecreëerd. De overgelegde e-mails, overeenkomsten, productfoto's en andere documenten tonen onvoldoende aan wie het teken heeft ontworpen en wanneer dit is gebeurd. Ook het feit dat Salumanus producten met het teken heeft verhandeld, bewijst niet dat zij de maker ervan is. Het Gerecht benadrukt dat degene die zich op een ouder nationaal auteursrecht beroept, onder meer het bestaan en de beschermingsomvang van dat recht en de inhoud van het toepasselijke nationale recht moet aantonen. Omdat Salumanus onvoldoende heeft bewezen dat zij het teken vóór de merkaanvraag heeft gecreëerd, hoeft het Gerecht niet verder te beoordelen of de verstrekte informatie over het Poolse auteursrecht toereikend is. De voor het eerst bij het Gerecht ingediende aanvullende e-mails worden bovendien niet-ontvankelijk verklaard.

IEFBE 4349

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen ABAC en ABACCO’S STEAKHOUSE voor restaurant- en hoteldiensten

Gerecht EU - Tribunal UE 7 okt 2026, IEFBE 4349; ECLI:EU:T:2026:645 (ABACCO'S STEAKHOUSE), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-tussen-abac-en-abacco-s-steakhouse-voor-restaurant-en-hoteldiensten

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23915; IEFbe 4349; ECLI:EU:T:2026:645 (ABACCO'S STEAKHOUSE). Abacco’s GmbH komt op tegen de beslissing van de kamer van beroep van EUIPO waarbij de weigering van bescherming in de Europese Unie van het internationaal geregistreerde beeldmerk ‘ABACCO’S STEAKHOUSE’ voor diensten op het gebied van het verstrekken van eten en drinken en tijdelijke accommodatie in klasse 43 werd bevestigd. Restaurant Abac SL had oppositie ingesteld op basis van het oudere Spaanse woordmerk ABAC, dat onder meer is ingeschreven voor dezelfde diensten. Volgens Restaurant Abac bestaat verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De oppositieafdeling van EUIPO wees de oppositie toe en de kamer van beroep verwierp het daartegen ingestelde beroep. Het Gerecht onderschrijft het oordeel dat de betrokken diensten identiek zijn en dat het relevante publiek bestaat uit het algemene publiek in Spanje met een gemiddeld aandachtsniveau. Het woordelement ‘abacco’s’ vormt het meest onderscheidende en dominante bestanddeel van het aangevraagde merk. Het element ‘steakhouse’ is beschrijvend voor de betrokken diensten en de horizontale scheidingslijn heeft geen onderscheidend vermogen. Omdat het oudere merk ABAC volledig terugkomt aan het begin van het dominante bestanddeel ‘abacco’s’, stemmen de tekens visueel in gemiddelde mate en fonetisch in ten minste bovengemiddelde mate overeen.

IEFBE 4347

Gerecht EU: EUIPO beoordeelde beschrijvend karakter en onderscheidend vermogen van ‘MID season’ op basis van onjuiste betekenis

Gerecht EU - Tribunal UE 7 okt 2026, IEFBE 4347; ECLI:EU:T:2026:641 (MID season For When It's Not Quite Cold Not Quite Warm), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-euipo-beoordeelde-beschrijvend-karakter-en-onderscheidend-vermogen-van-mid-season-op-basis-van-onjuiste-betekenis

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23912; IEFbe 4347; ECLI:EU:T:2026:641 (MID season For When It's Not Quite Cold Not Quite Warm). Milestone Sportswear Handels GmbH heeft verzocht om nietigverklaring van het Uniebeeldmerk ‘MID season For When It’s Not Quite Cold Not Quite Warm’, dat op naam van John Peter Srl is ingeschreven voor onder meer tassen, kleding en detailhandelsdiensten in de klassen 18, 25 en 35. Volgens Milestone Sportswear is het merk beschrijvend en mist het onderscheidend vermogen in de zin van artikel 7 lid 1 onder b en c van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De nietigheidsafdeling van EUIPO wees het verzoek af, waarna ook de kamer van beroep oordeelde dat het merk niet beschrijvend was en voldoende onderscheidend vermogen bezat. De kamer van beroep ging ervan uit dat het relevante Engelstalige publiek de woorden ‘mid season’ uitsluitend zou begrijpen als het midden van een van de vier seizoenen. Het Gerecht oordeelt echter dat de kamer van beroep hiermee een beoordelingsfout heeft gemaakt. Uit de door Milestone Sportswear overgelegde woordenboekfragmenten en voorbeelden uit de modebranche blijkt dat ‘mid season’ ook kan verwijzen naar overgangsseizoenen, zoals de lente en de herfst. De toevoeging ‘For When It’s Not Quite Cold Not Quite Warm’ ondersteunt deze betekenis, omdat daarmee wordt verwezen naar weersomstandigheden waarin het niet bijzonder koud of warm is.

IEFBE 4343

EUIPO beoordeelt gebruik e.plus voor telecommunicatiediensten ten onrechte als onvoldoende

Gerecht EU - Tribunal UE 30 sep 2026, IEFBE 4343; ECLI:EU:T:2026:614 (e plus), https://ie-forum.be/artikelen/euipo-beoordeelt-gebruik-e-plus-voor-telecommunicatiediensten-ten-onrechte-als-onvoldoende

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23905; IEFbe 4343; ECLI:EU:T:2026:614 (e plus). ePlus Inc. had verzocht om vervallenverklaring van het Uniemerk e.plus van Telefónica Germany wegens het ontbreken van normaal gebruik in de zin van artikel 58 lid 1 onder a UMVo. De nietigheidsafdeling verklaarde het merk vervallen voor alle betrokken waren en diensten en de kamer van beroep liet die beslissing in stand. In beroep beperkte Telefónica haar vordering tot de telecommunicatiediensten in klasse 38. Het Gerecht stelt voorop dat bij de beoordeling van normaal gebruik alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen en dat verschillende bewijsstukken gezamenlijk kunnen aantonen dat van normaal gebruik sprake is. De relevante periode liep van 10 november 2017 tot en met 9 november 2022. De kamer van beroep had haar beoordeling in de bestreden beslissing echter beperkt tot de aard van het gebruik en geoordeeld dat niet was aangetoond dat e.plus in die periode werd gebruikt voor de betrokken telecommunicatiediensten. Geplakte markdown

IEFBE 4342

Oppositie op basis van ouder niet-ingeschreven teken faalt wegens onvoldoende bewijs van gebruik in het economisch verkeer en meer dan plaatselijke betekenis

Gerecht EU - Tribunal UE 30 sep 2026, IEFBE 4342; ECLI:EU:T:2026:611 (PROVIDENTIAE MEMOR), https://ie-forum.be/artikelen/oppositie-op-basis-van-ouder-niet-ingeschreven-teken-faalt-wegens-onvoldoende-bewijs-van-gebruik-in-het-economisch-verkeer-en-meer-dan-plaatselijke-betekenis

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23904; IEFbe 4342; ECLI:EU:T:2026:611 (PROVIDENTIAE MEMOR). Freie Sachsen had oppositie ingesteld tegen de inschrijving van het aangevraagde Uniebééldmerk PROVIDENTIAE MEMOR voor “politieke diensten” in klasse 45. De oppositie was gebaseerd op een ouder niet-ingeschreven teken en op artikel 8 lid 4 van Verordening (EU) 2017/1001, gelezen in samenhang met § 5 MarkenG. Nadat zowel de oppositieafdeling als de kamer van beroep van het EUIPO de oppositie hadden afgewezen, stelde Freie Sachsen beroep in bij het Gerecht. Het Gerecht benadrukt dat artikel 8 lid 4 UMVo vier cumulatieve voorwaarden stelt: het oudere teken moet in het economisch verkeer worden gebruikt, van meer dan slechts plaatselijke betekenis zijn, naar het toepasselijke nationale recht vóór de datum van de Uniemerkaanvraag zijn verkregen en de houder ervan het recht geven het gebruik van een jonger merk te verbieden. De eerste twee voorwaarden worden autonoom naar Unierecht beoordeeld. Gebruik in het economisch verkeer vereist dat het teken wordt gebruikt in het kader van een commerciële activiteit die op economisch voordeel is gericht. Bij de beoordeling of het teken van meer dan slechts plaatselijke betekenis is, moet zowel rekening worden gehouden met de geografische omvang als met de economische betekenis van het gebruik, waaronder de duur, intensiteit en verspreiding ervan.

IEFBE 4332

Gerecht EU: normaal gebruik VECTOR FUND aangetoond en verwarringsgevaar met MARKETVECTOR

Gerecht EU - Tribunal UE 1 okt 2026, IEFBE 4332; ECLI:EU:T:2026:610 (MARKETVECTOR), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-normaal-gebruik-vector-fund-aangetoond-en-verwarringsgevaar-met-marketvector

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23889; IEFbe 4332; ECLI:EU:T:2026:610 (MARKETVECTOR). Van Eck Associates Corp. verzocht om vernietiging van een beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO in een oppositieprocedure tegen de internationale registratie MARKETVECTOR voor financiële diensten in klasse 36. De oppositie van Vector S.A. was gebaseerd op het oudere Uniewoordmerk VECTOR FUND. Het Gerecht bevestigt dat normaal gebruik van het oudere merk is aangetoond. Hoewel VECTOR FUND niet in exact de geregistreerde vorm was gebruikt, werd het element ‘vector’ wel als merk gebruikt ter identificatie van de commerciële herkomst van de betrokken fondsen en financiële diensten. Dat het teken daarnaast ook als handelsnaam of vennootschapsnaam werd gebruikt, sluit merkgebruik niet uit wanneer het tevens een verband legt tussen het teken en de aangeboden diensten. De weglating van het beschrijvende element ‘fund’ tast het onderscheidend vermogen van het oudere merk niet aan. Ook de toevoeging van aanduidingen als ‘navigator’, ‘flexible’, ‘top managers mixed’ en ‘SICAV’ verandert dat onderscheidend vermogen niet, omdat deze elementen voor het relevante publiek beschrijvend zijn voor de kenmerken of juridische vorm van de verschillende fondsen. De kamer van beroep had daarom terecht geoordeeld dat sprake was van normaal gebruik in de zin van artikel 47 leden 2 en 3, gelezen in samenhang met artikel 18 lid 1 onder a UMVo.

IEFBE 4331

Gerecht EU bevestigt verwarringsgevaar tussen T-HEAD en oudere HEAD-merken

Gerecht EU - Tribunal UE 30 sep 2026, IEFBE 4331; ECLI:EU:T:2026:616 (T-HEAD), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-t-head-en-oudere-head-merken

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23888; IEFbe 4331; ECLI:EU:T:2026:616 (T-HEAD). T-Head (Shanghai) Semiconductor Co. Ltd verzocht om vernietiging van een beslissing van de Tweede kamer van beroep van het EUIPO in een oppositieprocedure tegen de inschrijving van het beeldmerk T-HEAD voor onder meer waren en diensten in de klassen 9, 35, 41, 42 en 45. De oppositie van Head Technology GmbH was gebaseerd op verschillende oudere HEAD-merken, waaronder Oostenrijkse woordmerken en een internationale registratie. Het Gerecht verwerpt eerst het betoog dat de kamer van beroep haar motiveringsplicht had geschonden bij de vergelijking van de waren in klasse 9. Voor zover T-Head bepaalde waren in haar beroep bij het EUIPO niet uitdrukkelijk had betwist, mocht de kamer van beroep aansluiten bij de motivering van de oppositieafdeling. Ook was de motivering niet tegenstrijdig waar onderscheid werd gemaakt tussen gespecialiseerde technologische componenten met meerdere mogelijke toepassingen en waren die volgens hun omschrijving specifiek als computerhardware moesten worden aangemerkt. Voor die laatste categorie, waaronder computerchips, centrale verwerkingseenheden en netwerkhardware, mocht de kamer van beroep aannemen dat sprake was van ten minste een geringe mate van soortgelijkheid met de software waarop de oudere merken betrekking hadden. Ook de overige door T-Head bestreden vergelijkingen van waren en diensten in de klassen 35, 41, 42 en 45 konden volgens het Gerecht standhouden.

IEFBE 4330

Gerecht EU vernietigt EUIPO-beslissing wegens onvoldoende motivering over onderscheidend vermogen element ‘food’

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4330; ECLI:EU:T:2026:538 (Food Pass), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-vernietigt-euipo-beslissing-wegens-onvoldoende-motivering-over-onderscheidend-vermogen-element-food

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23887; IEFbe 4330; ECLI:EU:T:2026:538 (Food Pass). Agraya GmbH maakte op grond van artikel 8 lid 1 onder b UMVo oppositie tegen de inschrijving van het aangevraagde beeldmerk Food Pass voor diensten in de klassen 42 en 44, met een beroep op haar oudere Uniewoordmerk FoodPLUS voor diensten in de klassen 35, 41 en 42. De oppositieafdeling wees de oppositie af en de Tweede kamer van beroep bevestigde die beslissing. Voor de beoordeling ging de kamer, uit proceseconomische overwegingen en vanuit de voor Agraya gunstigste veronderstelling, ervan uit dat alle betrokken diensten identiek waren. Zij achtte de tekens visueel en fonetisch minder dan gemiddeld overeenstemmend en begripsmatig verschillend. Daarbij oordeelde zij dat het gemeenschappelijke element ‘food’ slechts een zwak onderscheidend vermogen had en dat het oudere merk FoodPLUS, mede vanwege het weinig onderscheidende karakter van ‘plus’, slechts een minimaal intrinsiek onderscheidend vermogen bezat. Op grond daarvan kwam zij tot de conclusie dat geen verwarringsgevaar bestond.

IEFBE 4329

Gerecht EU: geen restitutio in integrum na gemiste verlengingstermijn voor Uniemodel

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4329; ECLI:EU:T:2026:551 (Barth tegen EUIPO), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-geen-restitutio-in-integrum-na-gemiste-verlengingstermijn-voor-uniemodel

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23886; IEFbe 4329; ECLI:EU:T:2026:551 (Barth tegen EUIPO). Barth GmbH verzocht om vernietiging en wijziging van een beslissing van de Derde kamer van beroep van het EUIPO over een geregistreerd Uniemodel voor isolerende dozen. De bescherming van het model liep op 17 juni 2024 af. Nadat noch binnen de reguliere termijn, noch binnen de aanvullende termijn tegen betaling van een toeslag om verlenging was verzocht, stelde het EUIPO vast dat de bescherming was verstreken. Barth diende vervolgens een verzoek om restitutio in integrum in op grond van artikel 67 lid 1 van Verordening nr. 6/2002. Volgens Barth was de termijnoverschrijding het gevolg van een samenloop van fouten van twee medewerkers van haar gemachtigde. Het Gerecht bevestigt dat herstel in de vorige toestand alleen mogelijk is wanneer de betrokkene, ondanks alle door de omstandigheden vereiste zorgvuldigheid, een termijn niet heeft kunnen naleven. Daarvoor moet een systeem van interne controle en termijnbewaking bestaan dat onbedoelde termijnoverschrijdingen in beginsel uitsluit. Menselijke fouten bij de handmatige verwerking van termijnen zijn volgens het Gerecht niet uitzonderlijk of onvoorzienbaar. Het gebruikte controlesysteem bood onvoldoende waarborgen: de controle berustte in wezen op de ene medewerker die het werk van een andere medewerker controleerde, terwijl geen systematische controle plaatsvond op de medewerker die de verlengingstermijn uit het systeem verwijderde. Ook werd niet in ieder dossier gecontroleerd of de verlengingsvergoeding daadwerkelijk was betaald. Systematische controles, zoals het opvragen van een betalingsbewijs of een controle achteraf of de verlenging in het register was ingeschreven, hadden de fout kunnen ontdekken.