DOSSIERS
Alle dossiers

Octrooirecht - Droit des brevets  

IEFBE 4352

UPC CoA: octrooi Amgen op cholesterolverlagende antilichamen blijft in stand

Unified Patent Court (UPC) 25 nov 2025, IEFBE 4352; UPC_CoA_528/2024; UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi and Regeneron), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-octrooi-amgen-op-cholesterolverlagende-antilichamen-blijft-in-stand

UPC CoA 25 november 2025, IEF 23924; LS&R 2477; IEFbe 4352; UPC_CoA_528/2024 en UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi en Regeneron). In deze zaak tussen Amgen enerzijds en Sanofi en Regeneron anderzijds staat de geldigheid centraal van Europees octrooi EP 3 666 797 voor antilichamen die het eiwit PCSK9 blokkeren en daarmee kunnen worden ingezet bij de behandeling van aandoeningen die samenhangen met een verhoogd cholesterolgehalte. Amgen brengt het cholesterolverlagende geneesmiddel Repatha op de markt, terwijl Sanofi en Regeneron het concurrerende geneesmiddel Praluent aanbieden. De Centrale Divisie München van het UPC had het octrooi in juli 2024 volledig vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit. Amgen is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.

IEFBE 4351

UPC CoA: verzoek Fujifilm om schorsende werking tijdens herzieningsprocedure afgewezen

Unified Patent Court (UPC) 31 aug 2026, IEFBE 4351; UPC-COA-312/2025 (Fujifilm tegen Kodak), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-verzoek-fujifilm-om-schorsende-werking-tijdens-herzieningsprocedure-afgewezen

UPC CoA 31 augustus 2026, IEF 23920; IEFbe 4351; UPC_CoA_312/2025 (Fujifilm/Kodak). In deze zaak tussen Fujifilm en Kodak staat de vraag centraal of aan een verzoek tot herziening van een definitieve beslissing van het Hof van Beroep schorsende werking moet worden toegekend. Het geschil betreft octrooi EP 3 511 174. Bij beslissing van 2 juni 2026 vernietigde het Hof van Beroep de beschikking van de Lokale Divisie Mannheim voor zover daarin het verweer inzake het recht van voorgebruik was verworpen, en wees het de inbreukvordering van Fujifilm af. Fujifilm heeft vervolgens op grond van artikel 81 UPCA en regel 245 e.v. RoP een verzoek tot herziening ingediend. Volgens Fujifilm bevat de beslissing fundamentele procedurele gebreken, waaronder schendingen van het beginsel van een eerlijk proces en het recht om te worden gehoord. Fujifilm verzoekt onder meer om vernietiging van de beslissing en heropening van de procedure. Daarnaast verzoekt zij om schorsende werking van het herzieningsverzoek.

IEFBE 4341

UPC CoA: schorsende werking hoger beroep tegen nietigheidsbeslissing geldt niet voor kostenbeslissing

Unified Patent Court (UPC) 18 sep 2026, IEFBE 4341; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-schorsende-werking-hoger-beroep-tegen-nietigheidsbeslissing-geldt-niet-voor-kostenbeslissing

UPC CoA 18 september 2026, IEF 23902; LS&R 2475; IEFbe 4341; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead). In deze zaak tussen de Academy of Military Medical Sciences (AMMS) en Gilead staat de vraag centraal of de automatische schorsende werking van een hoger beroep tegen een nietigheidsbeslissing zich ook uitstrekt tot de daarmee samenhangende kostenbeslissing. Gilead had bij de Central Division Milan nietigverklaring van EP 3 854 403 gevorderd. De rechtbank herriep het octrooi volledig en bepaalde, overeenkomstig een afspraak tussen partijen, dat AMMS € 800.000 aan proceskosten van Gilead moest dragen. AMMS stelde hoger beroep in tegen de nietigheidsbeslissing. AMMS stelde zich op het standpunt dat de automatische schorsende werking van art. 74 lid 2 UPCA niet alleen de beslissing over de geldigheid van het octrooi raakt, maar ook de kostenbeslissing. Het Hof van Beroep volgt dat standpunt niet. Art. 74 lid 2 UPCA vormt een uitzondering op de hoofdregel dat hoger beroep geen schorsende werking heeft. De automatische schorsende werking is volgens het Hof gerechtvaardigd door de bijzondere aard van geldigheidsbeslissingen, die erga omnes werken en de juridische status van het octrooi raken zolang het hoger beroep nog loopt.

IEFBE 4340

UPC CoA: griffierecht mag na beroepstermijn worden betaald binnen hersteltermijn

Unified Patent Court (UPC) 10 sep 2026, IEFBE 4340; UPC-CoA-97/2026 (Dainese tegen Alpinestars), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-griffierecht-mag-na-beroepstermijn-worden-betaald-binnen-hersteltermijn

UPC CoA 10 september 2026, IEF 23901; IEFbe 4340; UPC-CoA-97/2026 (Dainese tegen Alpinestars). In deze zaak tussen Dainese enerzijds en Alpinestars en Motocard anderzijds staat de ontvankelijkheid van het hoger beroep centraal. Dainese had op 19 juni 2026 hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de Local Division Milan. De beroepstermijn liep af op 22 juni 2026. Het griffierecht werd echter pas na een uitnodiging van de Registry betaald; de betaalopdracht dateerde van 29 juni 2026. Alpinestars en Motocard stelden daarom dat het hoger beroep niet tijdig was ingesteld en niet-ontvankelijk moest worden verklaard.

IEFBE 4339

UPC CoA: bevestigt nietigheid HUROM-octrooi en verduidelijkt regels voor octrooiwijziging en Poolse inbreuk

Unified Patent Court (UPC) 28 aug 2026, IEFBE 4339; UPC_CoA_678/2025 (Hurom tegen NUC), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-bevestigt-nietigheid-hurom-octrooi-en-verduidelijkt-regels-voor-octrooiwijziging-en-poolse-inbreuk

UPC CoA 28 augustus 2026, IEF 23896; IEFbe 4339; UPC-CoA-678/2026 (Hurom tegen NUC). In deze zaak tussen HUROM enerzijds en NUC en WARMCOOK anderzijds staat een Europees octrooi voor een sapextractiemodule voor slowjuicers centraal. HUROM stelde dat verschillende Kuvings-slowjuicers inbreuk maakten op EP 3 155 936 en vorderde voor de Local Division Parijs onder meer een verbod voor Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland en Polen. NUC en WARMCOOK stelden een reconventionele nietigheidsvordering in. De Local Division herriep de relevante delen van het octrooi wegens gebrek aan inventiviteit en wees de inbreukvorderingen af. Het Hof van Beroep bevestigt dat een verzoek tot wijziging van een octrooi op grond van R. 30.1 RoP voor de ontvankelijkheid slechts hoeft te bevatten waarom de wijzigingen volgens de octrooihouder voldoen aan art. 84 en 123 lid 2 en 3 EOV. Bij de ontvankelijkheid wordt niet beoordeeld of die toelichting ook overtuigend is; dat behoort tot de inhoudelijke beoordeling van de geldigheid van het gewijzigde octrooi. HUROM had aan deze formele eis voldaan, zodat haar New Main Request ontvankelijk is.

IEFBE 4338

UPC CoA: Keysight krijgt herstel in rechten na gemiste beroepstermijn

Unified Patent Court (UPC) 28 sep 2026, IEFBE 4338; UPC-CoA-126/2026 (Keysight tegen Centripetal), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-keysight-krijgt-herstel-in-rechten-na-gemiste-beroepstermijn

UPC CoA 28 september 2026, IEF 23895; IEFbe 4338; UPC-CoA-126/2026 (Keysight tegen Centripetal).  In deze zaak tussen Keysight en Centripetal staat de vraag centraal of Keysight herstel in rechten kan krijgen nadat zij niet tijdig beroep had ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar voorwaardelijke reconventionele nietigheidsvordering. Centripetal had een inbreukvordering ingesteld tegen Keysight met betrekking tot EP 3 821 580. Keysight stelde daarop een reconventionele nietigheidsvordering in, onder de voorwaarde dat de rechter eerst inbreuk zou aannemen. De Local Division Mannheim oordeelde dat geen sprake was van inbreuk en kwam daarom niet toe aan de nietigheidsvordering. Centripetal stelde hoger beroep in tegen het oordeel dat geen sprake was van inbreuk. Pas nadat het Hof van Beroep in Emboline/AorticLab had verduidelijkt hoe een partij in een dergelijke situatie moet handelen, stelde Keysight zelf beroep in en verzocht zij om herstel in rechten. Volgens het Hof van Beroep was het vóór die verduidelijking niet evident dat een partij die een voorwaardelijke nietigheidsvordering had ingesteld voldoende belang had om zelf beroep in te stellen tegen het uitblijven van een beslissing daarop.

IEFBE 4334

UPC CoA: verklaring van niet-inbreuk vóór octrooiverlening is kwestie van ontvankelijkheid

Unified Patent Court (UPC) 21 sep 2026, IEFBE 4334; UPC-CoA-90/2026 (OMNIA tegen Sidel), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-verklaring-van-niet-inbreuk-voor-octrooiverlening-is-kwestie-van-ontvankelijkheid

UPC CoA 21 september 2026, IEF 23894; IEFbe 4334; UPC-CoA-90/2026 (OMNIA tegen Sidel). In deze zaak tussen OMNIA en Sidel staat de vraag centraal of bij het UPC een vordering tot verklaring van niet-inbreuk kan worden ingesteld voordat de betrokken Europese octrooien zijn verleend. OMNIA stelde op 3 maart 2026 bij de Centrale Divisie Parijs een vordering in tot verklaring dat haar Opera Omnia labelling module geen inbreuk maakt op EP 4 594 194 en EP 4 624 351. Beide octrooien waren op dat moment nog niet verleend. Sidel diende daarna opt-outverzoeken in en stelde in een preliminary objection dat het UPC niet bevoegd was van de vordering kennis te nemen. De Centrale Divisie verwierp dat bezwaar, waarna Sidel in hoger beroep ging.

IEFBE 4315

UPC CoA: eierverpakkingspatent slechts geldig in beperkte vorm, geen inbreuk door Omni-Pac

Unified Patent Court (UPC) 19 aug 2026, IEFBE 4315; UPC_CoA_908/2025; UPC_CoA_909/2025; UPC_CoA_918/2025 (Hartmann tegen Omni-Pac), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-eierverpakkingspatent-slechts-geldig-in-beperkte-vorm-geen-inbreuk-door-omni-pac

UPC CoA 19 augustus 2026, IEF 23855; IEFbe 4315; UPC_CoA_908/2025; UPC_CoA_909/2025; UPC_CoA_918/2025 (Hartmann tegen Omni-Pac). In deze zaak tussen Hartmann Packaging en Omni-Pac staat de geldigheid en inbreuk op EP 2 755 901 centraal. Het octrooi van Hartmann ziet op een eierverpakking en op een werkwijze voor de vervaardiging daarvan. Hartmann stelde dat de door Omni-Pac geproduceerde en verhandelde ComPac-eierverpakkingen inbreuk maakten. Omni-Pac betwistte de inbreuk en stelde een tegenvordering tot nietigverklaring in. De Local Division Düsseldorf hield conclusie 1 slechts in gewijzigde vorm volgens auxiliary request 2 in stand, maar achtte werkwijzeconclusie 6 zoals verleend geldig. De inbreukvordering van Hartmann werd afgewezen. Beide partijen gingen in hoger beroep. Het Court of Appeal gaat eerst in op enkele processuele punten. R. 222.2 RoP, op grond waarvan nieuwe verzoeken, feiten en bewijsmiddelen in hoger beroep buiten beschouwing kunnen worden gelaten, ziet niet op nieuwe juridische argumenten. Een partij mag in hoger beroep dus een nieuw juridisch argument aanvoeren wanneer dat argument is gebaseerd op feiten en bewijs die al in eerste aanleg waren aangevoerd. De uitleg van een octrooiconclusie is volgens het Court of Appeal een rechtsvraag. Nieuwe bewijsmiddelen die Hartmann in hoger beroep had ingediend, worden daarentegen niet toegelaten, omdat Hartmann niet aannemelijk had gemaakt dat deze redelijkerwijs niet eerder konden worden overgelegd, terwijl hun relevantie bovendien gering was. Bij de uitleg van conclusie 1 oordeelt het Court of Appeal dat de daarin genoemde ‘upwardly extending retainment projection’ moet worden onderscheiden van de traditionele flexibele sluitflappen uit de stand van de techniek. Het octrooi beoogt juist een verpakking te bieden die zonder zo'n traditionele sluitflap betrouwbaar en in één mechanische beweging kan worden gesloten en vergrendeld. De conclusie vereist niet dat de retainment projection een bepaalde mate van stijfheid heeft, maar een traditionele, scharnierende flexibele sluitflap valt wel buiten de betekenis van dit kenmerk.

IEFBE 4314

UPC CoA: onderneming verantwoordelijk voor naleving inbreukverbod op externe marketingplatforms

Unified Patent Court (UPC) 17 aug 2026, IEFBE 4314; UPC_CoA_87/2026 (Lepu tegen Occlutech), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-onderneming-verantwoordelijk-voor-naleving-inbreukverbod-op-externe-marketingplatforms

UPC CoA 17 augustus 2026, IEF 23854; IEFbe 4314; UPC_CoA_87/2026 (Lepu tegen Occlutech). In deze zaak tussen Lepu Medical en Occlutech staat de naleving van een voorlopig inbreukverbod centraal. De Local Division Hamburg had Lepu verboden bepaalde medische implantaten in onder meer Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland en Ierland aan te bieden, in de handel te brengen, te gebruiken, in te voeren of voor die doeleinden op te slaan. Aan overtreding van dit verbod was een dwangsom verbonden. Nadat Occlutech om verbeurte van dwangsommen had verzocht, veroordeelde de Local Division Lepu tot betaling van € 58.800 wegens niet-naleving van het verbod. Lepu komt tegen die beslissing in beroep. Het Court of Appeal stelt voorop dat degene tot wie een verbod is gericht in beginsel ook verantwoordelijk is voor derden die hij inschakelt om aan dat verbod te voldoen. Hetzelfde geldt wanneer een onderneming gebruikmaakt van een extern marketingplatform en daarvoor zelf content aanlevert. In dat geval moet de onderneming ervoor zorgen dat de inhoud op dat platform niet tot schending van het rechterlijk bevel leidt. Lepu kan zich daarom niet met succes beroepen op het feit dat derden betrokken waren bij het beheer van haar website of andere online kanalen.

IEFBE 4313

UPC CoA: tegenvordering tot nietigverklaring mag afhankelijk worden gesteld van vaststelling van inbreuk

Unified Patent Court (UPC) 17 aug 2026, IEFBE 4313; UPC_CoA_40/2026; UPC_CoA_123/2026 (AorticLab tegen Emboline), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-tegenvordering-tot-nietigverklaring-mag-afhankelijk-worden-gesteld-van-vaststelling-van-inbreuk

UPC CoA 17 augustus 2026, IEF 23853; IEFbe 4313; UPC_CoA_40/2026; UPC_CoA_123/2026 (AorticLab tegen Emboline). In deze zaak tussen Emboline en AorticLab staat de vraag centraal of een tegenvordering tot nietigverklaring afhankelijk mag worden gesteld van de voorwaarde dat het octrooi inbreuk maakt, en welke gevolgen zo’n voorwaardelijke tegenvordering heeft in hoger beroep. Emboline had AorticLab aangesproken wegens inbreuk op EP 2 129 425. AorticLab stelde een tegenvordering tot nietigverklaring in, maar maakte deze tijdens de mondelinge behandeling afhankelijk van een vaststelling van octrooi-inbreuk door het gerecht. De Local Division Munich oordeelde dat geen sprake was van inbreuk en besliste daarom niet inhoudelijk op de tegenvordering. Het Court of Appeal oordeelt dat een inbreukvordering en een tegenvordering tot nietigverklaring onder het UPCA en de Rules of Procedure afzonderlijke procedures zijn. Een voorwaarde waarbij de tegenvordering tot nietigverklaring afhankelijk wordt gesteld van een vaststelling van inbreuk, is daarom geen zuiver intra-procedurele maar een ‘inter-procedural’ voorwaarde. Dat onderscheid is met name van belang voor de wijze waarop hoger beroep moet worden ingesteld: bij een inter-procedurele voorwaarde moet tegen de beslissing in de tegenvorderingsprocedure afzonderlijk beroep worden ingesteld en kan niet worden volstaan met een cross-appeal in de inbreukprocedure.