DOSSIERS
Alle dossiers

Octrooirecht - Droit des brevets  

IEFBE 4315

UPC CoA: eierverpakkingspatent slechts geldig in beperkte vorm, geen inbreuk door Omni-Pac

Unified Patent Court (UPC) 19 aug 2026, IEFBE 4315; UPC_CoA_908/2025; UPC_CoA_909/2025; UPC_CoA_918/2025 (Hartmann tegen Omni-Pac), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-eierverpakkingspatent-slechts-geldig-in-beperkte-vorm-geen-inbreuk-door-omni-pac

UPC CoA 19 augustus 2026, IEF 23855; IEFbe 4315; UPC_CoA_908/2025; UPC_CoA_909/2025; UPC_CoA_918/2025 (Hartmann tegen Omni-Pac). In deze zaak tussen Hartmann Packaging en Omni-Pac staat de geldigheid en inbreuk op EP 2 755 901 centraal. Het octrooi van Hartmann ziet op een eierverpakking en op een werkwijze voor de vervaardiging daarvan. Hartmann stelde dat de door Omni-Pac geproduceerde en verhandelde ComPac-eierverpakkingen inbreuk maakten. Omni-Pac betwistte de inbreuk en stelde een tegenvordering tot nietigverklaring in. De Local Division Düsseldorf hield conclusie 1 slechts in gewijzigde vorm volgens auxiliary request 2 in stand, maar achtte werkwijzeconclusie 6 zoals verleend geldig. De inbreukvordering van Hartmann werd afgewezen. Beide partijen gingen in hoger beroep. Het Court of Appeal gaat eerst in op enkele processuele punten. R. 222.2 RoP, op grond waarvan nieuwe verzoeken, feiten en bewijsmiddelen in hoger beroep buiten beschouwing kunnen worden gelaten, ziet niet op nieuwe juridische argumenten. Een partij mag in hoger beroep dus een nieuw juridisch argument aanvoeren wanneer dat argument is gebaseerd op feiten en bewijs die al in eerste aanleg waren aangevoerd. De uitleg van een octrooiconclusie is volgens het Court of Appeal een rechtsvraag. Nieuwe bewijsmiddelen die Hartmann in hoger beroep had ingediend, worden daarentegen niet toegelaten, omdat Hartmann niet aannemelijk had gemaakt dat deze redelijkerwijs niet eerder konden worden overgelegd, terwijl hun relevantie bovendien gering was. Bij de uitleg van conclusie 1 oordeelt het Court of Appeal dat de daarin genoemde ‘upwardly extending retainment projection’ moet worden onderscheiden van de traditionele flexibele sluitflappen uit de stand van de techniek. Het octrooi beoogt juist een verpakking te bieden die zonder zo'n traditionele sluitflap betrouwbaar en in één mechanische beweging kan worden gesloten en vergrendeld. De conclusie vereist niet dat de retainment projection een bepaalde mate van stijfheid heeft, maar een traditionele, scharnierende flexibele sluitflap valt wel buiten de betekenis van dit kenmerk.

IEFBE 4314

UPC CoA: onderneming verantwoordelijk voor naleving inbreukverbod op externe marketingplatforms

Unified Patent Court (UPC) 17 aug 2026, IEFBE 4314; UPC_CoA_87/2026 (Lepu tegen Occlutech), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-onderneming-verantwoordelijk-voor-naleving-inbreukverbod-op-externe-marketingplatforms

UPC CoA 17 augustus 2026, IEF 23854; IEFbe 41314; UPC_CoA_87/2026 (Lepu tegen Occlutech). In deze zaak tussen Lepu Medical en Occlutech staat de naleving van een voorlopig inbreukverbod centraal. De Local Division Hamburg had Lepu verboden bepaalde medische implantaten in onder meer Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland en Ierland aan te bieden, in de handel te brengen, te gebruiken, in te voeren of voor die doeleinden op te slaan. Aan overtreding van dit verbod was een dwangsom verbonden. Nadat Occlutech om verbeurte van dwangsommen had verzocht, veroordeelde de Local Division Lepu tot betaling van € 58.800 wegens niet-naleving van het verbod. Lepu komt tegen die beslissing in beroep. Het Court of Appeal stelt voorop dat degene tot wie een verbod is gericht in beginsel ook verantwoordelijk is voor derden die hij inschakelt om aan dat verbod te voldoen. Hetzelfde geldt wanneer een onderneming gebruikmaakt van een extern marketingplatform en daarvoor zelf content aanlevert. In dat geval moet de onderneming ervoor zorgen dat de inhoud op dat platform niet tot schending van het rechterlijk bevel leidt. Lepu kan zich daarom niet met succes beroepen op het feit dat derden betrokken waren bij het beheer van haar website of andere online kanalen.

IEFBE 4313

UPC CoA: tegenvordering tot nietigverklaring mag afhankelijk worden gesteld van vaststelling van inbreuk

Unified Patent Court (UPC) 17 aug 2026, IEFBE 4313; UPC_CoA_40/2026; UPC_CoA_123/2026 (AorticLab tegen Emboline), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-tegenvordering-tot-nietigverklaring-mag-afhankelijk-worden-gesteld-van-vaststelling-van-inbreuk

UPC CoA 17 augustus 2026, IEF 23853; IEFbe 4313; UPC_CoA_40/2026; UPC_CoA_123/2026 (AorticLab tegen Emboline). In deze zaak tussen Emboline en AorticLab staat de vraag centraal of een tegenvordering tot nietigverklaring afhankelijk mag worden gesteld van de voorwaarde dat het octrooi inbreuk maakt, en welke gevolgen zo’n voorwaardelijke tegenvordering heeft in hoger beroep. Emboline had AorticLab aangesproken wegens inbreuk op EP 2 129 425. AorticLab stelde een tegenvordering tot nietigverklaring in, maar maakte deze tijdens de mondelinge behandeling afhankelijk van een vaststelling van octrooi-inbreuk door het gerecht. De Local Division Munich oordeelde dat geen sprake was van inbreuk en besliste daarom niet inhoudelijk op de tegenvordering. Het Court of Appeal oordeelt dat een inbreukvordering en een tegenvordering tot nietigverklaring onder het UPCA en de Rules of Procedure afzonderlijke procedures zijn. Een voorwaarde waarbij de tegenvordering tot nietigverklaring afhankelijk wordt gesteld van een vaststelling van inbreuk, is daarom geen zuiver intra-procedurele maar een ‘inter-procedural’ voorwaarde. Dat onderscheid is met name van belang voor de wijze waarop hoger beroep moet worden ingesteld: bij een inter-procedurele voorwaarde moet tegen de beslissing in de tegenvorderingsprocedure afzonderlijk beroep worden ingesteld en kan niet worden volstaan met een cross-appeal in de inbreukprocedure.

IEFBE 4316

UPC CoA: R. 190 RoP biedt geen ruimte voor fishing expeditions

Unified Patent Court (UPC) 27 aug 2026, IEFBE 4316; UPC_CoA-76/2026 (Xingi Technology e.a. tegen Avient Protective Materials), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-r-190-rop-biedt-geen-ruimte-voor-fishing-expeditions

UPC CoA 27 augustus 2026, IEF 23856; IEFbe 4316; UPC_CoA_76/2026 (Xingi Technology e.a. tegen Avient Protective Materials). In deze zaak tussen Xingi Technology c.s. en Avient Protective Materials staat de toepassing van R. 190 RoP centraal. Avient stelt dat verschillende door Xingi aangeboden UHMWPE-vezels, UD-fabrics en ballistische producten inbreuk maken op EP 2 791 402. Nadat Xingi had aangevoerd dat inbreuk op conclusies 13 tot en met 15 niet door berekeningen en extrapolaties, maar alleen door daadwerkelijke ballistische tests kon worden vastgesteld, verzocht Avient om overlegging van onder meer monsters van verschillende UD-fabrics, interne testrapporten en Engelstalige versies van een introductievideo. De judge-rapporteur van de Local Division Den Haag wees het verzoek gedeeltelijk toe en beval Xingi onder meer om van twee UD-fabricvarianten telkens 30 kilogram beschikbaar te stellen en de Engelstalige introductievideo over te leggen.

IEFBE 4312

UPC CoA: beroep tegen afwijzing bewijsverzoek moet binnen 15 dagen worden ingesteld

Unified Patent Court (UPC) 17 aug 2026, IEFBE 4312; UPC_CoA_69/2026; UPC_CoA_71/2026; UPC_CoA_72/2026 (Network System Technologies tegen Qualcomm), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-beroep-tegen-afwijzing-bewijsverzoek-moet-binnen-15-dagen-worden-ingesteld

UPC CoA 17 augustus 2026, IEF 23852; IEFbe 4312; UPC_CoA_69/2026; UPC_CoA_71/2026; UPC_CoA_72/2026 (Network System Technologies tegen Qualcomm). In deze zaak tussen Network System Technologies (NST) en Qualcomm staat de vraag centraal binnen welke termijn beroep moet worden ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek om overlegging van bewijs op grond van artikel 59 UPCA en R. 190 RoP. NST had Qualcomm in drie inbreukprocedures verzocht broncode en technische documentatie met betrekking tot haar NoC-technologie over te leggen. De Munich Local Division wees deze verzoeken af en nam die afwijzing op in haar beslissingen in de hoofdprocedures. NST stelde daartegen pas in haar beroep tegen die beslissingen bezwaren aan de orde en diende daarnaast bij het Court of Appeal opnieuw verzoeken op grond van R. 190 RoP in.

IEFBE 4311

UPC CoA: ontbrekende handtekening maakt hoger beroep niet-ontvankelijk

Unified Patent Court (UPC) 21 aug 2026, IEFBE 4311; UPC_CoA_894/2025 (Windhager tegen bellissa HAAS), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-ontbrekende-handtekening-maakt-hoger-beroep-niet-ontvankelijk

UPC CoA 21 augustus 2026, IEF 23843; IEFbe 4311; UPC_CoA_894/2025 (Windhager tegen bellissa HAAS). In deze zaak tussen Windhager en bellissa HAAS staat de ontvankelijkheid van het hoger beroep centraal. Windhager stelde beroep in tegen een beslissing van de Lokale Afdeling Mannheim, maar diende zowel de oorspronkelijke als de herstelde Statement of Appeal zonder elektronische handtekening in. Pas na afloop van de beroepstermijn werd een ondertekende versie ingediend.

IEFBE 4310

UPC CoA: commerciële marktgegevens kunnen als vertrouwelijke informatie worden beschermd

Unified Patent Court (UPC) 10 jun 2026, IEFBE 4310; UPC_CoA_61/2026 (SharkNinja tegen SEB), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-commerciele-marktgegevens-kunnen-als-vertrouwelijke-informatie-worden-beschermd

UPC CoA 10 juni 2026, IEF 23841; IEFbe 4310; UPC_CoA_61/2026 (SharkNinja tegen SEB). In deze zaak tussen SharkNinja en SEB staat de vraag centraal in hoeverre commerciële marktgegevens als vertrouwelijke informatie kunnen worden beschermd en wie toegang tot die informatie mag krijgen. Het Hof oordeelt dat R. 262A RoP niet alleen ziet op bedrijfsgeheimen in strikte zin, maar ook op andere vertrouwelijke informatie als bedoeld in art. 58 UPCA. De betrokken marktgegevens over SharkNinja’s Ninja Foodi-producten vallen daaronder, mede omdat zij afkomstig zijn van commerciële dataproviders en onder vertrouwelijkheidsverplichtingen beschikbaar zijn gesteld.

IEFBE 4309

UPC CoA: evidente fout leidt niet tot schorsing gehele beslissing

Unified Patent Court (UPC) 21 aug 2026, IEFBE 4309; UPC_CoA_135/2026 (Nuna tegen Cybex), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-evidente-fout-leidt-niet-tot-schorsing-gehele-beslissing

UPC CoA 21 augustus 2026, IEF 23840; IEFbe 4309; UPC_CoA_135/2026 (Nuna tegen Cybex). In deze zaak tussen Nuna enerzijds en Cybex anderzijds staat de vraag centraal of het beroep tegen een voorlopige voorziening van de Local Division Hamburg opschortende werking moet krijgen. Cybex stelt dat verschillende onderdelen van een kinderzitjessysteem inbreuk maken op EP 4 242 056. De Local Divison achtte zowel directe als indirecte inbreuk waarschijnlijk, maar nam in het bevel over de indirecte inbreuk een aanvullende verplichting op die Cybex niet had gevorderd.

IEFBE 4182

Prejudiciële vragen gesteld over de Geneesmiddelenrichtlijn

HvJ EU - CJUE 30 dec 2025, IEFBE 4182; C-877/25 ( College ter beoordeling van geneesmiddelen, Laboratorios Cinfa SA, Laboratorios Normon, SA, Zentiva k.s., Win Medica SA, Refarm SA tegen Organon NV), https://ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-geneesmiddelenrichtlijn

Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 30 december 2025; IEF 23447; LS&R 2371; IEFbe 4182; C-877/25 (College ter beoordeling van geneesmiddelen, Laboratorios Cinfa SA, Laboratorios Normon, SA, Zentiva k.s., Win Medica SA, Refarm SA tegen Organon NV) via MinBuza. Verzoeker heeft in Nederland handelsvergunningen aangevraagd voor geneesmiddelen bij het College van beoordeling van geneesmiddelen (CBG), voor de combinatie van twee werkzame stoffen. De aanvraag werd goedgekeurd, maar de rechtbank oordeelde daarna dat dit onterecht was. De twee werkzame stoffen werden al in een ander geneesmiddel samengevoegd, waarvan de beschermingsperiode nog liep. De Afdeling twijfelt over hoe artikel 10ter van de Geneesmiddelenrichtlijn moet worden uitgelegd, in het bijzonder of het mogelijk is dat meerdere vergunningen worden verleend voor dezelfde combinatie van werkzame stoffen op grond van dat artikel.

IEFBE 4181

Prejudiciële vragen gesteld over het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen

HvJ EU - CJUE 5 dec 2025, IEFBE 4181; C-794/25 (Stada Arzneimittel AG tegen Takeda Pharmaceuticals USA, Inc., og Takeda Pharmaceutical Company Ltd.), https://ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-het-aanvullende-beschermingscertificaat-voor-geneesmiddelen

Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 5 december 2025, IEFbe 23446; LS&R 2370; IEFbe 4181;  C-794/25 (Stada Arzneimittel AG tegen Takeda Pharmaceuticals USA, Inc., og Takeda Pharmaceutical Company Ltd.) via MinBuza. Verzoeker is ‘Stada Arzneimittel’, een farmaceutische onderneming in Duitsland. Stada heeft tegen twee Japanse farmaceutische ondernemingen een vordering ingesteld, strekkende tot ongeldigverklaring van het Deense aanvullende beschermingscertificaat voor medicatie. Zij hebben een beschermingscertificaat voor de ADHD-medicatie ‘dexamfetamine’. Ter discussie staat of dat certificaat ook bescherming biedt aan de medicatie ‘lisdexamfetamine’ (wat een derivaat is van de werkzame stof dexamfetamine) of dat deze medicatie een apart (of aanvullend) beschermingscertificaat vereist. Onderliggend is de vraag naar de betekenis van ‘product’ en ‘werkzame stof’ in de zin van artikel 1, onder b), van de verordening.