DOSSIERS
Alle dossiers

Octrooirecht - Droit des brevets  

IEFBE 3744

Conclusie A-G: Merck Sharp & Dohme

HvJ EU - CJUE 6 jun 2024, IEFBE 3744; ECLI:EU:C:2024:472 (Merck Sharp & Dohme), https://ie-forum.be/artikelen/conclusie-a-g-merck-sharp-dohme

Conclusie A-G HvJ EU 6 juni 2024, IEF 22084; IEFbe 3744; C‑119/22 en C‑149/22 ECLI:EU:C:2024:472 (Merck Sharp & Dohme) Onderhavige zaken hebben betrekking op de voorwaarden waaronder ABC’s in de Unie kunnen worden afgegeven voor in geneesmiddelen gebruikte samenstellingen van werkzame stoffen. In de zaken staat artikel 3 onder a en onder c ABC-verordening centraal. A-G Emiliou is in het kader van artikel 3 onder c ABC-verordening van mening dat het Hof de letterlijke uitlegging van artikel 3 onder c ABC-verordening moet volgen, inhoudende dat i) het relevante “product” de samenstelling A+B is, en ii) de inspecteur moet nagaan of de octrooihouder reeds een ABC voor die samenstelling heeft verkregen. Door een juiste uitlegging en strikte toepassing van de laatste voorwaarde, kan de in Actavis I [IEF 13336] en Actavis II [IEF 14750] aangehaalde beleidsproblematiek worden aangepakt. Met betrekking tot artikel 3 onder a ABC-verordening, concludeert de A-G dat een product om te kunnen worden beschouwd als beschermd door een basisoctrooi in de zin van de bepaling, niet alleen uitdrukkelijk moet worden vermeld of ‘specifiek moet kunnen worden geïdentificeerd’ in de conclusies (vermeldingscriterium), maar ook moet vallen onder de uitvinding die het voorwerp uitmaakt van dat octrooi (uitvindingscriterium) [IEF 17872]. Het gaat dan in feite om een beoordeling achteraf van de informatie in het octrooi.

IEFBE 3707

Prejudiciële beslissing over uitlegging van artikel 9, lid 7, van richtlijn 2004/48/EG

HvJ EU - CJUE 11 jan 2024, IEFBE 3707; ECLI:EU:C:2024:8 (Mylan AB tegen Gilead), https://ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-beslissing-over-uitlegging-van-artikel-9-lid-7-van-richtlijn-2004-48-eg

HvJEU 11 januari 2024,IEF 21842,LS&R 2226,IEFbe 3707, ECLI:EU:C:2024:8 (Mylan AB tegen Gilead) In deze zaak gaat het om een geschil tussen Mylan AB en Gilead over een aanvullend beschermingscertificaat (ABC) voor een antiretroviraal geneesmiddel. De markkinaoikeus (bijzondere rechter van Finland) heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof), met name met betrekking tot de verenigbaarheid van de Finse risicoaansprakelijkheidsregeling met Artikel 9, Lid 7 van richtlijn 2004/48/EG. Deze bepaling creëert de bevoegdheid voor rechterlijke instanties om op verzoek van de verweerder een passende vergoeding op te leggen voor schade die is geleden door onterechte voorlopige maatregelen. De Finse regeling bepaalt dat de verzoeker schade moet vergoeden als een voorlopige maatregel ongegrond blijkt.

IEFBE 3691

Hof van Beroep hervormt bestreden vonnis, geen inbreuk op (werkwijze-)conclusies

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 1 jun 2023, IEFBE 3691; 2016/AR/337 (Eiser tegen gedaagde), https://ie-forum.be/artikelen/hof-van-beroep-hervormt-bestreden-vonnis-geen-inbreuk-op-werkwijze-conclusies

Hof van beroep Brussel 6 juni 2023, IEFBE 3691; 2016/AR/337 (Eiser tegen gedaagde).“S” is houder van een Belgisch octrooi ter bescherming van imitatie- of kunststoftakken. Zij is tevens houder van een Europees octrooi ter bescherming van de methode voor de productie van imitatietakken. “F” is houder van drie gemeenschapsmodellen die betrekking hebben op respectievelijk (1) een imitatietak, (2) een paneel gemaakt van gevlochten imitatietakken en (3) een paneel eveneens gemaakt van gevlochten imitatietakken in een frame. “F” dient een verzoek in tot beschrijvend beslag wegens vermeende inbreuk door “V” voor het vervaardigen van soortgelijke panelen en door “N” voor het aanleveren van synthetische takken daartoe. “N” dient oppositie in bij het EOB tegen het Europees octrooi van “S”, waarna de conclusies finaal worden gewijzigd. “S” en “F” verzoeken ondertussen in eerste aanleg een verbod op het vervaardigen, verdelen en verkopen of aanbieden van de beweerde namaakproducten door “V” en “N”, dat wordt toegewezen op straffe van een geldboete. “V” en “N” tekenen beroep aan tegen deze beslissing.

Octrooirecht

Opdat het weerlegbare vermoeden van inbreuk gelegen in artikel XI.60, §2 WER (“Indien een octrooi betrekking heeft op een werkwijze tot vervaardiging van een nieuw voortbrengsel, wordt zulk een voortbrengsel dat door een ander dan de octrooihouder is vervaardigd, behoudens tegenbewijs, geacht met toepassing van de geoctrooieerde werkwijze te zijn vervaardigd”) toepassing kan vinden, moeten “V” en “N” aantonen dat het product dat het resultaat is van de geoctrooieerde werkwijze nieuw is en identiek is aan het product dat zou zijn verkregen door inbreuk te maken op de geoctrooieerde werkwijze. (§10 van het arrest). Het onderzoek naar de identieke aard van de producten die via de respectieve werkwijzen zijn verkregen, moet worden uitgevoerd met betrekking tot de producten zelf, en dus in het bijzonder met betrekking tot het product dat met behulp van de geoctrooieerde werkwijze is geproduceerd, en niet met betrekking tot de conclusies van het werkwijze-octrooi (§11 van het arrest). De hoven en rechtbanken beoordelen soeverein de bewijskracht van een verklaring uitgaande van één van de partijen in overeenstemming met de artikelen 961/1 en 961/2 van het Gerechtelijk Wetboek (§13 van het arrest). Bij de beoordeling van een octrooiinbreuk, moet het vermeende inbreukmakende product worden vergeleken met de octrooiconclusies (§22, 24 van het arrest). Er moet worden nagegaan of de essentiële kenmerken van de conclusies werden overgenomen (§24). Als er geen inbreuk is op een onafhankelijke conclusie, is er ook geen inbreuk op de daarvan afhankelijke conclusies (§15, 25). Art. XI.86, §1 WER: Indien, doordat er afstand is gedaan van de productconclusies, het ingeroepen Europees octrooi beperkt is tot een werkwijze-octrooi, vervallen de productconclusies van het Belgisch octrooi, dat als prioriteit van het Europees octrooi werd ingeroepen, niet (§20).

IEFBE 3692

UPC: proceduretaal wordt veranderd van Nederlands naar Engels

Unified Patent Court (UPC) 18 okt 2023, IEFBE 3692; UPC_CFI_239/2023 (Arkyne tegen Plant-e), https://ie-forum.be/artikelen/upc-proceduretaal-wordt-veranderd-van-nederlands-naar-engels

UPC 18 oktober 2023, IEF 21734, LS&R 2214, IEFbe 3692; UPC_CFI_239/2023 (Arkyne tegen Plant-e). Arkyne heeft verzocht om een wijziging van de proceduretaal van Nederlands naar Engels. Zij vond de Engelse taal wenselijker, omdat dit ook de taal is waarin het octrooi is verleend. Ook is het relevant dat het veel geld kost voor Arkyne om de stukken te vertalen, gezien zij een Spaanse onderneming zijn. Plant-e voerde echter aan dat het niet onredelijk was voor Arkyne om de vertaalkosten te betalen. Ook geeft zij aan dat de keuze voor Nederlandse taal logisch is, gezien zij voor het Nederlandse onderdeel van het UPC procederen. Het UPC oordeelt dat de proceduretaal veranderd wordt naar Engels, omdat beide partijen goed Engels kunnen en reeds in het Engels gecommuniceerd hebben. Ook zorgt de wijziging van de proceduretaal er niet voor dat de wederpartij wordt benadeeld, maar juist dat Arkyne minder wordt benadeeld dan wanneer verwacht werd dat deze in het Nederlands procedeerde. 

IEFBE 3663

Een nieuw Europees octrooisysteem: een nieuw tijdperk voor octrooibescherming en -handhaving

1 jan 1970, IEFBE 3663; https://ie-forum.be/artikelen/een-nieuw-europees-octrooisysteem-een-nieuw-tijdperk-voor-octrooibescherming-en-handhaving

De Commissie verwelkomt de lancering van het Unitair Octrooi vandaag, waardoor het voor bedrijven eenvoudiger en gemakkelijker wordt om hun innovaties in Europa te beschermen en van hun intellectuele eigendom te profiteren. Het unitair octrooi zal de innovatie en het concurrentievermogen van de Europese Unie versterken en de interne markt voor octrooien voltooien. Het zal aanvankelijk zeventien lidstaten bestrijken, die ongeveer 80% van het bbp van de EU vertegenwoordigen. In de toekomst kunnen nog meer lidstaten deelnemen.

Het unitair octrooi biedt één loket voor de registratie en handhaving van octrooien in Europa. Dit betekent lagere kosten, minder papierwerk en minder administratieve lasten voor innovatoren, met name voor het MKB. Het stelt bedrijven en andere innovatoren in staat één enkel 'unitair' octrooi voor hun uitvindingen te verkrijgen, dat geldig is in alle deelnemende lidstaten. Dit vervangt de noodzaak om te navigeren door een complexe lappendeken van nationale octrooiwetgeving en -procedures en maakt een einde aan de duurdere nationale validatievereisten die van toepassing zijn op Europese octrooien.

IEFBE 3644

Europese Commissie: een meer transparant, effectief en toekomstbestendig octrooirecht

Op 27 april 2023 heeft de Europese Commissie enkele wetsvoorstellen gedaan die ten doel hebben een meer transparant, effectief en toekomstbestendig octrooirecht framewerk tot stand te brengen. De wetsvoorstellen omhelzen nieuwe regels aangaande standaard essentiële octrooien (SEP), de verlening van dwanglicenties voor octrooien in tijden van crisis en de herziening van wetgeving over aanvullende beschermingscertificaten (ABC).

De EC erkent dat merken, ontwerpen, octrooien en data steeds belangrijker zijn in onze huidige economie. Daarnaast bedragen IE-gerelateerde sectoren tegenwoordig 90% van de EU-export. De voorstellen van de EC zullen het Europees octrooi met eenheidswerking – die vanaf 1 juni 2023 in werking zal treden – verder aanvullen.

IEFBE 3615

UNION-IP Winter Round Table 24 februari 2023

UNION-IP Roundtable over de (on)bedoelde consequenties van wijzigingen in de octrooibeschrijving

UNION-IP houdt haar traditionele winter Roundtable dit jaar weer als fysiek evenement in de grote zaal van het Duitse Octrooibureau (DPMA) in München. De titel is: ‘What Does My Claim Cover – Intended and Unintended Consequences of Amendments During Prosecution and Post-Grant Proceedings’. De datum is 24 februari 2023.

IEFBE 3585

Prejudiciële vragen over "passende schadeloosstelling"

HvJ EU - CJUE 22 sep 2022, IEFBE 3585; (Mylan), https://ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-over-passende-schadeloosstelling

HvJ EU 20 september 2022, IEF 21114, IEFbe 3585; C‑472/22 (Mylan) Via MinBuza: Op 3 december 2009 heeft het nationaal octrooi- en registratiebureau op basis van het in Finland gevalideerde Europees octrooi in Finland het aanvullend beschermingscertificaat nr. 266 verleend. Mylan heeft haar geneesmiddel ‘EMTRICITABINE/TENOFOVIR DISOPROXIL MYLAN 200 mg/245 mg, filmomhulde tablet’ in het voorjaar van 2017 aangeboden in het kader van openbare aanbestedingen van twee Finse verpleegkundige districten en deze aanbestedingen voor het genoemde product gewonnen. De geldigheidsduur van het voornoemde basisoctrooi is inmiddels op 25 juli 2017 verstreken. Gilead Sciences Finland hebben op 15 september 2017 bij de Markkinaoikeus (bijzondere rechter bevoegd voor handelsrecht, mededingingsrecht, overheidsopdrachten en internationaal privaatrecht, Finland) een vordering ingesteld tegen onder meer Mylan wegens inbreuk op aanvullend beschermingscertificaat nr. 266. In dezelfde context heeft Gilead een verzoek om een voorlopige maatregel tegen Mylan ingediend. Mylan heeft zich verzet tegen de vordering van Gilead wegens inbreuk en tegen het verzoek van Gilead om een voorlopige maatregel, en heeft van haar kant bij de Markkinaoikeus een vordering tot nietigverklaring van aanvullend beschermingscertificaat nr. 266 ingesteld.

IEFBE 3482

Onvoldoende waarschijnlijkheid bescherming farmaceutisch octrooi

Brussel - Bruxelles 20 feb 2018, IEFBE 3482; (Mylan tegen Icos), https://ie-forum.be/artikelen/onvoldoende-waarschijnlijkheid-bescherming-farmaceutisch-octrooi

Hof van beroep Brussel 20 februari 2018, IEF 20812, IEFbe 3482, LS&R 2086; rolnr. 2018/KR/3 (Mylan tegen Icos) Zie ook de latere uitspraak: [LS&R 1764] en de gelijktijdige uitspraak: [IEFbe 3480]. Icos is een biotechnologisch bedrijf dat is overgenomen door de farmaceutische onderneming Eli Lilly & Company. Eli Lilly brengt het geneesmiddel Cialis op de markt, met als actieve bestanddeel tadalafil. Tadalafil maakt onderdeel uit van het octrooi EP 668 waarvan de beschermingsduur in 2017 is verstreken, na afloop van het aanvullend beschermingscertificaat 009. Icos is nog wel houder van het tweede generatie octrooi betreffende de doseringssamenstelling van tadalafil, genaamd EP 181. Het Hof oordeelt dat de bescherming die wordt ingeroepen door Icos omtrent EP 181 niet voldoende waarschijnlijk is, waardoor de vordering van Icos onvoldoende schijn van recht heeft om de door haar gevorderde maatregelen te verantwoorden. De vordering van Icos wordt daarom in hoger beroep als ongegrond bestempeld.

IEFBE 3480

Bescherming door farmaceutisch octrooi onvoldoende waarschijnlijk

Brussel - Bruxelles 20 feb 2018, IEFBE 3480; (Sandoz tegen Icos), https://ie-forum.be/artikelen/bescherming-door-farmaceutisch-octrooi-onvoldoende-waarschijnlijk

Hof van beroep Brussel 20 februari 2018, IEF 20813, IEFbe 3480, LS&R 2084; rolnr. 2018/KR/3 (Sandoz tegen Icos) Zie ook de latere uitspraak: [LS&R 1764]. Icos is een biotechnologisch bedrijf dat is overgenomen door de farmaceutische onderneming Eli Lilly & Company. Eli Lilly brengt het geneesmiddel Cialis op de markt, met als actieve bestanddeel tadalafil. Tadalafil maakt onderdeel uit van het octrooi EP 668 waarvan de beschermingsduur in 2017 is verstreken, na afloop van het aanvullend beschermingscertificaat 009. Icos is nog wel houder van het tweede generatie octrooi betreffende de doseringssamenstelling van tadalafil, genaamd EP 181. Het Hof oordeelt dat de bescherming die wordt ingeroepen door Icos omtrent EP 181 niet voldoende waarschijnlijk is, waardoor de vordering van Icos onvoldoende schijn van recht heeft om de door haar gevorderde maatregelen te verantwoorden. De vordering van Icos wordt daarom in hoger beroep als ongegrond bestempeld.