DOSSIERS
Alle dossiers

Merkenrecht - Droit des marques  

IEFBE 3297

Uitspraak ingezonden door Grégory Sorreaux, Thales.

Identiteit leverancier niet bewezen

15 jul 2021, IEFBE 3297; (Aluk tegen Eko Okna), https://ie-forum.be/artikelen/identiteit-leverancier-niet-bewezen

Tribunal de l'entreprise francophone de Bruxelles 15 juli 2021, IEFbe 3297; A/17/03191 (Aluk tegen Eko-Okna) Het geschil betrof de inbreuk op merkrechten van de AluK Group op aluminium raam- en deursystemen. AluK maakte bezwaar tegen het gebruik van haar merk Blyweert door de Eko-Okna-groep voor identieke producten. Eko-Okna beweerde dat de producten met de merken in de Europese Unie op de markt waren gebracht met toestemming van AluK. Volgens Eko-Okna waren de producten op de markt gebracht op grond van een licentieovereenkomst tussen AluK en een derde bedrijf, het Poolse bedrijf Blyweert PL, en zouden de merkrechten van AluK daardoor zijn uitgeput. De rechtbank oordeelt echter dat Eko-Okna de identiteit van hun leverancier niet bewijst en verwerpt het uitputtingsargument.

IEFBE 3294

Uitspraak ingezonden door Josine van den Berg en Sjo Anne Hoogcarspel, Mount Law.

EUIPO: verzoek tot nietigverklaring lampenmerk afgewezen

EUIPO - BHIM - OHMI 7 okt 2021, IEFBE 3294; (Ikea tegen Ledar), https://ie-forum.be/artikelen/euipo-verzoek-tot-nietigverklaring-lampenmerk-afgewezen

EUIPO 7 oktober 2021, IEF 20240, IEFbe 3294; 40840 (Ikea tegen Ledar) Op 5 oktober 2021 heeft het EUIPO het merk LEDAR geldig verklaard [zie IEF 20231]. In reactie hierop heeft IKEA bij het EUIPO een verzoek tot nietigverklaring gedaan. Hierbij wordt bepleit dat de onderdelen van het ingeschreven merk uitsluitend uit beschrijvende elementen bestaan en dat LEDAR nu een standaard benaming voor lampen is geworden. Door het ontbreken van onderscheidend karakter zou de inschrijving nietig verklaard moeten worden. Ledar verweert door te stellen dat het element 'AR' geen betekenis heeft. Het publiek zal 'LEDAR' niet als een woord zien dat begint met een apart element LED, maar eerder als een neologisme. Gelet op al het voorgaande komt de nietigheidsafdeling tot de conclusie dat het merk niet valt binnen de werkingssfeer van het verbod van artikel 7, lid 1, sub b, c of d, EUTMR valt. Bijgevolg moet het beroep worden verworpen.

IEFBE 3292

Uitspraak ingezonden door Josine van den Berg en Sjo Anne Hoogcarspel, Mount Law.

EUIPO: merk LEDARC is geldig

EUIPO - BHIM - OHMI 5 okt 2021, IEFBE 3292; (Ikea tegen Ledar), https://ie-forum.be/artikelen/euipo-merk-ledarc-is-geldig

EUIPO 5 oktober 2021, IEF 20231, IEFbe 3292; 40789 (Ikea tegen Ledar) Ledar verhandelt op het gebied van verlichting diverse producten onder de merken LEDARC en LEDAR. Ikea c.s. verkoopt (led)lampen met gebruikmaking van het teken LEDARE. Ikea heeft bij het EUIPO onder meer verval en de nietigheid van het LEDARC-merk ingeroepen. Het EUIPO acht het merk LEDARC – een van de twee merken waarop Ledar zich in de bodemprocedure beroept [IEF 19515] – geldig. Het merk is niet te kwader trouw gedeponeerd, niet beschrijvend, mist niet elk onderscheidend vermogen en is ook geen gebruikelijke benaming.

IEFBE 3288

Uitspraak ingezonden door Robert Sampat, De Geschillenmeester en Sander Verbeek, Good Law.

EUIPO: Uniemerk CASA ook in hoger beroep nietig

EUIPO - BHIM - OHMI 13 jul 2021, IEFBE 3288; (Interstyle tegen Casa International), https://ie-forum.be/artikelen/euipo-uniemerk-casa-ook-in-hoger-beroep-nietig

EUIPO 13 juli 2021, IEF 20222, IEFbe 3288; R 1280/2020-2 (Interstyle tegen Casa International) Vervolg op [IEF 19275]. Het Uniemerk toebehorende aan Casa International (België) is ook in hoger beroep nietig verklaard door de Second Board of Appeal van het EUIPO. De vordering tot doorhaling bij het EUIPO was in maart 2019 al geïnitieerd namens Interstyle. Dit bedrijf handelt sinds 2009 onder de handelsnaam “Casa Wonen” te Utrecht. Casa International heeft in reactie op de vordering tot doorhaling in januari 2020 een dagvaardingsprocedure ingesteld bij de rechtbank Den Haag op grond van vermeend merkinbreuk door Interstyle, [IEF 19221]. De Second Board of Appeal oordeelt dat Casa International onvoldoende bewijs heeft geleverd waarmee kan worden aangetoond dat sprake is van “merkgebruik in relatie tot alle door Casa International ingeschreven goederen en diensten” dan wel dat sprake is van alsnog verkregen onderscheidend vermogen door gebruik van het bestreden merk binnen de genoemde lidstaten.

IEFBE 3276

Uitspraak ingezonden door Emmanuel Cornu and Eric De Gryse, Simont Braun.

Figuratieve elementen maken merken genoeg onderscheidend

Brussel - Bruxelles 28 jun 2021, IEFBE 3276; (Appellante tegen geïntimeerden), https://ie-forum.be/artikelen/figuratieve-elementen-maken-merken-genoeg-onderscheidend

Hof van beroep Brussel 28 juni 2021, IEFbe 3276; 2019/AR/1204 (Appellante tegen geïntimeerden) Deze zaak speelt tussen verschillende rechtspersonen die gebruik maken van de merken 'Golden Vegas' en 'Golden Palace', beide voor casino's. Hier gaat een vonnis van 25 april 2019 aan vooraf, waarbij appellante verzocht om vast te stellen dat 'Golden Vegas' inbreuk maakte op haar merken in de zin van artikel 2.20.2b en/of c BVIE. De eerste rechter verklaarde deze vordering niet gegrond. In dit hoger beroep vordert appellant nogmaals de vorderingen ontvankelijk en gegrond te verklaren. Het hof oordeelt als volgt. Volgens vaste rechtspraak moet er bij samengestelde merken worden gekeken naar de bestanddelen. Gelijkenis ontstaat pas wanneer het overeenstemmende bestanddeel dominerend is in de totaalindruk die het merk oproept. De veronderstelling is dan dat de andere delen verwaarloosbaar zijn. In casu kunnen de figuratieve elementen van de merken niet als verwaarloosbaar worden beschouwd. Deze hebben niet slechts een decoratieve functie maar onderbouwen de andere, hierdoor onderscheidende, bestanddelen. De elementen 'Palace' en 'Vegas' in de beeldmerken zijn, mede hierdoor, minstens gelijkwaardig aan het element Golden. De mate van fonetische overeenstemming tussen de merken is van ondergeschikt belang. Dit zorgt er dan ook voor dat het hof het bestreden vonnis grotendeels bevestigt. 

IEFBE 3271

Verwarringsgevaar beeldmerken

Gerecht EU - Tribunal UE 1 sep 2021, IEFBE 3271; ECLI:EU:T:2021:523 (FF IP srl tegen EUIPO), https://ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-beeldmerken

Gerecht EU 1 september 2021, IEF 20167, IEFbe 3271; ECLI:EU:T:2021:523 (FF IP srl tegen EUIPO en Seven SpA)  EFFEGI Srl heeft een aanvraag tot inschrijving van het beeldteken ´the DoubleF´ ingediend bij het EUIPO. Interveniënte Seven SpA heeft bezwaar gemaakt tegen de inschrijving vanwege haar oudere beeldmerk ´THE DOUBLE´. Verzoekster voert in wezen één enkel middel aan, namelijk schending van artikel 8, lid 1, van verordeningnr. 207/2009, zoals gewijzigd, dat in vier alinea's is verdeeld. Zij betoogt dat de Kamer van Beroep 1) een beoordelingsfout heeft gemaakt m.b.t. het relevante publiek, 2) ten onrechte de waren en diensten heeft vergeleken waarop de betwiste merken betrekking hebben, 3) ten onrechte een hoge mate van visuele en fonetische gelijkenis en een zeer hoge mate van conceptuele gelijkenis, of zelfs quasi-identiteit, tussen de betrokken merken heeft vastgesteld, 4) had moeten vaststellen dat het oudere merk een laag onderscheidend vermogen had en verwarringsgevaar moeten uitsluiten. De Kamer van Beroep heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat er verwarringsgevaar bestond. Het middel wordt afgewezen.

IEFBE 3270

Gerecht EU verwerpt beroep nietigverklaring e*message

Gerecht EU - Tribunal UE 1 sep 2021, IEFBE 3270; ECLI:EU:T:2021:522 (eMessage tegen EUIPO en Apple), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-verwerpt-beroep-nietigverklaring-e-message

Gerecht EU 1 september 2021, IEF 20165, IT 3642, IEFbe 3270; ECLI:EU:T:2021:522 (eMessage tegen EUIPO en Apple) eMessage Wireless Information Services heeft een aanvraag tot inschrijving van het Gemeenschapsmerk 'e*message' ingediend bij het EUIPO. Op verzoek van interveniënte Apple Inc. werd de inschrijving nietig verklaard. eMessage voert in beroep zeven middelen aan. Het eerste middel betoogt dat er geen geldige bepaling bestaat om het litigieuze merk ongeldig te verklaren. Het tweede middel klaagt over een onjuiste toepassing van de huidige uitlegging van artikel 7, lid 1, onder b) en c), van verordening 2017/1001. Het derde en het vierde middel gaan over fouten in de beoordeling van de figuratieve elementen van het litigieuze merk bij het onderzoek van het beschrijvende karakter ervan. Het vijfde middel klaagt over een onjuiste beoordeling van het onderscheidend vermogen van het litigieuze merk. Het zesde en het zevende middel gaan over een schending van artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van de beginselen van bescherming van het gewettigd vertrouwen en van de rechtszekerheid. De middelen worden afgewezen.

IEFBE 3265

Artikel ingezonden door Emmanuel Cornu, Simont Braun.

Strijd tussen twee merken krabconserven

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 22 jul 2021, IEFBE 3265; (Walfood tegen Intriguing Brands), https://ie-forum.be/artikelen/strijd-tussen-twee-merken-krabconserven

Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel 22 juli 2021, IEFbe 3265; A/21/00012 (Walfood tegen Intriguing Brands) Deze zaak betreft een inbreukprocedure die Walfood heeft aangespannen tegen Chatka Seafood en haar distributeur Intriguing Brands. Walfood is eigenaar van het merk Chatka in heel Europa, met uitzondering van Spanje, waar Chatka Seafood dit bezit. Dit merk wordt door beide partijen gebruikt op krabconserven in combinatie met een afbeelding van een koningskrab. Walfood verzet zich tegen de verhandeling van Chatka producten uit Spanje op andere grondgebieden dan het Spaanse en verzoekt dan ook tot vaststelling van inbreuk op artikel 2.20 §2, b BVIE. De ondernemingsrechtbank heeft Chatka Seafood en Intriguing Brand veroordeeld om het gebruik van het merk Chatka in de Benelux te staken, inhoudende dat dit ook niet meer mag gebeuren via internationale online platforms. 

IEFBE 3264

Beroep Rich John Richmond als merknaam te gebruiken afgewezen

Gerecht EU - Tribunal UE 14 jul 2021, IEFBE 3264; ECLI:EU:T:2021:432 (Fashioneast en AM.VI. tegen Moschillo ), https://ie-forum.be/artikelen/beroep-rich-john-richmond-als-merknaam-te-gebruiken-afgewezen

Gerecht EU 14 juli 2021, IEF 20141, IEFbe 3264; ECLI:EU:T:2021:432 (Fashioneast en AM.VI. tegen Moschillo) Fashioneast en AM.VI. hebben bij het EUIPO bovenstaande als merknaam aangevraagd en toegewezen gekregen, in onder meer de classificaties sieraden, tassen en kleding volgens de Nice Classificatie. Moschillo heeft als reactie hierop een vordering tot vervallenverklaring van het merk ingediend, op grond van het niet normaal gebruiken van het merk. Deze vordering is toegewezen. Beroep van Fashioneast en AM.VI. bij het EUIPO leverde niet het beoogde resultaat op, wat ertoe heeft geleid dat de partijen de beslissing aanvechten bij het Gerecht. Het EUIPO zou volgens de verzoekers niet genoeg hebben gekeken naar het bewijsmateriaal in de vorm van foto's, echter is hier geen enkel spoor van het 'richmond' element te zien. Daarnaast zou er onterecht geoordeeld zijn dat er niet genoeg onderscheidend vermogen is in de woordencombinatie 'rich' en 'richmond'. Het Gerecht oordeelt dat gebruik van de bestanddelen "rich" en "richmond" tezamen, maar op verschillende delen van de waren, geen normaal gebruik van het litigieuze merk kan vormen dat het onderscheidend vermogen ervan niet wijzigt. Het beroep wordt in zijn geheel verworpen. 

IEFBE 3262

Prejudiciële vraag over de uitleg van artikel 10 van de Richtlijn 2004/48

HvJ EU - CJUE 7 jun 2021, IEFBE 3262; (Procter & Gamble tegen Perfumesco), https://ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-over-de-uitleg-van-artikel-10-van-de-richtlijn-2004-48

Hooggerechtshof Polen 7 juni 2021, IEF 20133, IEFbe 3262; C-355/21–1 (Procter & Gamble tegen Perfumesco)  De verzoekende partij Procter & Gamble is producent van parfum en krachtens een licentieovereenkomst merkhouder van Hugo Boss. Perfumesco is een groothandel in onder andere parfum en verkoopt zogenaamde demonstratieproducten van het merk Hugo Boss. De Poolse rechter heeft de verordering van verzoeker tot vernietiging van de producten van Perfumesco toegewezen, omdat deze zonder de toestemming van P & G in de handel zijn gebracht. Daarnaast waren de verpakkingen beschadigd, wat de naam en het exclusieve karakter van Hugo Boss in diskrediet brengt. Bijgevolg hebben de genoemde rechterlijke instanties aangenomen dat de regeling van nationaal recht niet strijdig met het Unierecht in ruime zin mag zijn en dat de vernietiging van de waren ook moet worden gelast wanneer deze niet op onrechtmatige wijze door de eigenaar zijn vervaardigd of gemerkt.In dat verband is het in de prejudiciële vraag aan de orde zijnde vraagstuk gerezen, namelijk of artikel 10 van richtlijn 2004/48 zich verzet tegen de uitlegging van een bepaling van nationaal recht, die de mogelijkheid tot het gelasten van de vernietiging van waren beperkt tot waren die op onrechtmatige wijze zijn vervaardigd of gemerkt.