DOSSIERS
Alle dossiers

Merkenrecht - Droit des marques  

IEFBE 3447

HvJ EU conclusie A-G: nadere uitleg Bristol-Myers Squibb

HvJ EU - CJUE 12 mei 2022, IEFBE 3447; ECLI:EU:C:2022:387 (SodaStream tegen MySoda Oy), https://ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-conclusie-a-g-nadere-uitleg-bristol-myers-squibb

HvJ EU conclusie A-G 12 mei 2022, IEF 20712, IEFbe 3447; ECLI:EU:C:2022:387 (SodaStream tegen MySoda Oy) SodaStream is een internationaal bedrijf dat zich richt op de verkoop van bruiswaterapparaten. Bij deze apparaten hoort een navulbare CO2-fles waarop het merk van SodaStream of Sodaclub is gegraveerd. Ook is een etiket met het merk op de hervulbare fles geplakt. MySoda Oy plakt na het hervullen van de fles een eigen etiket op de eerder besproken flessen. Hierbij is het etiket van SodaStream niet meer te zien, maar de gravering van het merk in de hals nog wel. SodaStream stapt vervolgens naar de Finse rechter waarna er vier vragen worden geformuleerd voor het Hof, [IEF 20010]. Met de eerste, tweede en vierde vraag concludeert de A-G dat gevraagd wordt om het arrest Bristol-Myers Squibb e.a. nader te preciseren gelet op de omstandigheid dat Sodastream zich tegen de handelswijze van MySoda oy kan verzetten. Met de derde en laatste vraag staat centraal of het verwijderen van het etiket van een ander, om vervolgens je eigen etiket erop te plakken, de functie van het merk ondermijnt. In het bijzonder wordt gedoeld op de herkomstfunctie van een merk.

IEFBE 3427

Uitspraak ingezonden door Anthony Van der Planken, Van Innis & Delareu.

Ongerechtvaardigd voordeel trekken uit reputatie van ander

EUIPO - BHIM - OHMI 30 mrt 2022, IEFBE 3427; (Kipling), https://ie-forum.be/artikelen/ongerechtvaardigd-voordeel-trekken-uit-reputatie-van-ander

EUIPO 30 maart 2022, IEF 20673, IEFbe 3427; C 50 577(Kipling) Volgens het EUIPO trekt het betwiste merk voor klasse 18 handtassen ongerechtvaardigd voordeel uit de reputatie van het eerder ingeschreven merk Kipling. Het betwiste merk lijkt volgens het EUIPO te veel op het ingeschreven merk van Kipling, waardoor deze ongerechtvaardigd voordeel trekt uit het onderscheidende vermogen en de naamsbekendheid van het Kipling merk. Het algemeen publiek zal hierbij, aldus het EUIPO, ook een link leggen tussen het ingeschreven en het betwiste merk. Hierdoor werd de merkinschrijving voor klasse 18 afgewezen. De klasse 35 inschrijving blijft daarentegen intact.

IEFBE 3425

Uitspraak ingezonden door Jorn Torenbosch, Universiteit Utrecht en KLOS c.s.

Q-Music overtreedt co-existentie overeenkomst

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 19 apr 2022, IEFBE 3425; ECLI:NL:RBAMS:2022:2083 (Q-Dance tegen Q-Music), https://ie-forum.be/artikelen/q-music-overtreedt-co-existentie-overeenkomst

Vzr. Rb Amsterdam 19 april 2022, IEF 20669, IEFbe 3425; ECLI:NL:RBAMS:2022:2083 (Q-Dance tegen Q-Music) Q-Dance organiseert in Nederland muziekfestivals en -evenementen. Hiervoor heeft Q-Dance het woordmerk Q-Dance als Beneluxmerk gedeponeerd. Q-Music exploiteert een commerciële radio-omroep die uitzendt onder de naam Q-Music. Partijen hebben een co-existentie overeenkomst gesloten. Zij spraken hiermee af dat partijen hun respectievelijke activiteiten naast elkaar in dezelfde landen kunnen uitvoeren op zodanige wijze dat het voor het publiek zo duidelijk mogelijk is dat partijen niet aan elkaar gelieerd zijn. Ze spraken ook af dat partijen niet rechtstreeks met elkaar in concurrentie treden.

IEFBE 3409

Advocaat is niet onafhankelijk

HvJ EU - CJUE 24 mrt 2022, IEFBE 3409; ECLI:EU:C:2022:218 (PJ en PC tegen EUIPO), https://ie-forum.be/artikelen/advocaat-is-niet-onafhankelijk

HvJ EU 24 maart 2022, IEF 20623, IEFbe 3409; ECLI:EU:C:2022:218 (PJ en PC tegen EUIPO) PJ was houder van het Uniewoordmerk Erdmann & Rossi. Nadat Erdmann & Rossi GmbH een vordering tot nietigverklaring had ingesteld, verklaarde het EUIPO het merk nietig. PJ heeft bij het Gerecht beroep tot nietigverklaring van deze beslissing ingesteld. Het inleidend verzoekschrift was ondertekend door een advocaat. PJ bleek medeoprichter en een van de twee vennoten van het advocatenkantoor dat hij had gemachtigd om hem te vertegenwoordigen via de advocaat, die voor rekening van dit kantoor optrad. Het Gerecht heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het inleidend verzoekschrift dus niet door een onafhankelijke advocaat was ondertekend.

IEFBE 3404

Uitspraak ingezonden door Kristof Neefs, Inteo.

Merkinschrijving van verpakking

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 14 mrt 2022, IEFBE 3404; (Laboratoire de la Mer en Omega Pharma tegen Febelco, Axone Pharma en Ceres Pharma), https://ie-forum.be/artikelen/merkinschrijving-van-verpakking

Hof van beroep Gent 14 maart 2022, IEF 20609, IEFbe 3404; 2020/AR/1633 (Laboratoire de la Mer en Omega Pharma tegen Febelco, Axone Pharma en Ceres Pharma) Laboratoire de la Mer is de fabrikant van de Physiomer neussprays met zeewater. Omega Pharma verdeelt het product. Febelco lanceerde in 2019 een neusspray die zeewater bevat onder de merknaam Febelcare Physio. Ceres Pharma levert dat product aan Febelco. Laboratoire de la Mer en Omega Pharma stelden een vordering in tegen Febelco. Zij voeren aan dat de verpakking van Febelcare Physio een verwarringwekkende en parasitaire kopie is van de verpakking van Physiomer. Ceres Pharma deponeerde de opmaak van de verpakking van Physiomer bij wijze van experiment als Beneluxmerk. Het Benelux Bureau aanvaardde het depot op absolute gronden.

IEFBE 3403

Prejudiciële vragen over licentieverstrekking door merkhouders

Overig - Autres 4 jan 2022, IEFBE 3403; (Legea), https://ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-licentieverstrekking-door-merkhouders

Corte suprema di cassazione (Italië) 4 januari 2022, IEF 20606, IEFbe 3403; C-686/21 (Legea) via MinBuza. Alle vier de houders van het nationale en gemeenschapsmerk Legea hebben een exclusieve licentie voor het gebruik van dit merk verleend aan Legea S.r.l.. Jaren later heeft alleen medehouder VW te kennen gegeven de licentie voor het gebruik van het merk niet te willen laten voortduren. Ondanks deze niet-instemming is Legea S.r.l. het merk blijven gebruiken. De rechter in eerste aanleg oordeelt dat het gebruik na de niet-instemming van VW onrechtmatig was. De rechter in tweede aanleg is het hier niet mee eens. Hij oordeelt dat het merkgebruik ook na de niet-instemming rechtmatig was, omdat de meerderheid van de gezamenlijke merkhouders na die datum met een dergelijk gebruik had ingestemd. VW heeft tegen dit arrest cassatieberoep ingesteld.
Prejudiciële vragen:

IEFBE 3398

HvJ EU: Maxxus tegen Globus

HvJ EU - CJUE 10 mrt 2022, IEFBE 3398; ECLI:EU:C:2022:174 (Maxxus tegen Globus), https://ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-maxxus-tegen-globus

HvJ EU 10 maart 2022, IEF 20595, IEFbe 3398; ECLI:EU:C:2022:174 (Maxxus tegen Globus) Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend in het kader van een geding tussen Maxxus en Globus [zie IEF 19976]. In deze zaak wordt door Maxxus betwist dat Globus’ merknaam ‘Maxus’ nog in gebruik is. Het Landgericht Saarbrücken heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:

IEFBE 3394

Uitspraak ingezonden door Emmanuel Cornu, Simont Braun.

Verwarringsgevaar tussen Ice en Ice-Watch

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 7 mrt 2022, IEFBE 3394; (Drelin tegen Gilmar), https://ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-ice-en-ice-watch

BenGH 7 maart 2022, IEF 20582, IEFbe 3394; C 2020/15/8 (Drelin tegen Gilmar) Drelin heeft een merkaanvraag gedaan waartegen Gilmar oppositie heeft ingesteld. Drelin levert kritiek op de analyse van het Bureau omtrent het verwarringsgevaar en verzoekt het Hof de oppositie af te wijzen en haar merk in te schrijven. Het Hof gaat niet mee in de stelling van Drelin dat het zou gaan om een bovengemiddeld aandachtig publiek. Vervolgens oordeelt het Hof dat het merk en teken in auditief, visueel en begripsmatig opzicht in zekere mate overeenstemmen. Ook gaat het Hof mee in het oordeel van het Bureau dat sprake is van verwarringsgevaar. Hierbij wordt rekening gehouden met het gemiddeld onderscheidend vermogen van het merk en het gemiddeld aandachtsniveau van het relevante publiek. Het beroep van Drelin wordt afgewezen.

IEFBE 3393

Uitspraak ingezonden door Rogier de Vrey, Marcoline van der Dussen, Yasar Celebi en Aukje Haan, CMS.

Oppositie wordt afgewezen

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 7 mrt 2022, IEFBE 3393; (Lamborghini tegen Urus), https://ie-forum.be/artikelen/oppositie-wordt-afgewezen

BenGH 7 maart 2022, IEF 20578, IEFbe 3393; C 2020/17/8 (Lamborghini tegen Urus) Urus heeft een Benelux-aanvraag verricht van het woordmerk URUS. Lamborghini heeft oppositie ingesteld tegen inschrijving van deze aanvraag voor alle diensten. Het Bureau heeft de oppositie afgewezen en bepaald dat het teken van Urus wordt ingeschreven voor alle diensten waarvoor het is aangevraagd. Het hof gaat er van uit dat het oudere merk bij het doelpubliek bekend is. Dat het oudere merk ook bekend is voor de andere waren dan SUV’s waarvoor het is ingeschreven is door Urus betwist en heeft Lamborghini niet (voldoende) onderbouwd.

IEFBE 3372

Uitspraak ingezonden door Timme Geerlof en Shaharzaad Said, Windt Le Grand Leeuwenburgh.

Doorhalingsbeslissing 'ik wil van mijn auto af' bevestigd

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 27 jan 2022, IEFBE 3372; (Dealerdirect Global tegen WijKopenAutos), https://ie-forum.be/artikelen/doorhalingsbeslissing-ik-wil-van-mijn-auto-af-bevestigd

BenGH 27 januari 2022, IEF 20498, IEFbe 3372; C 2019/14/7 (Dealerdirect Global tegen WijKopenAutos) Eerder oordeelde het BBIE in deze zaak dat het merk ‘Ik wil van mijn auto af’ te beschrijvend was en dat het elk onderscheidend vermogen miste [IEF 18503]. Dealerdirect Global verzoekt tot vernietiging van deze doorhalingsbeslissing en het oorspronkelijke verzoek tot vernietiging en doorhaling van het bestreden merk af te wijzen. Het hof oordeelt in deze zaak dat het niet in strijd is met de rechtszekerheid om terug te komen op een eerdere beslissing om het merk in te schrijven, aangezien het eigen is aan de procedure voor het BBIE dat een marktdeelnemer op basis van een procedure op tegenspraak een verzoek tot doorhaling kan instellen. Vervolgens oordeelt het hof dat het feit dat ‘ik wil van mijn auto af’ niet wordt gebruikt als zoekterm onvoldoende is om het beschrijvend karakter van het bestreden merk in twijfel te trekken. Daarnaast is het hof van mening dat het BBIE, anders dan verzoekster aanvoert, de CHIEMSEE-principes heeft toegepast. Bovendien kan er geen inburgering worden aangetoond. Concluderend oordeelt het hof dat het bestreden merk ab initio beschrijvend is en onvoldoende onderscheidend vermogen heeft verworven door inburgering. De bestreden doorhalingsbeslissing wordt bevestigd.