Uitspraak ingezonden door Sjo Anne Hoogcarspel, Mount Law.
BenGH: rode ‘Powerball’ van Finish mist onderscheidend vermogen
BenGH 2 juni 2026, IEF 23601; IEF-be 4233; C 2024/27 (Reckitt tegen Henkel). Het Benelux-Gerechtshof heeft het beroep van Reckitt Benckiser Finish afgewezen tegen een beslissing van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) waarbij een beeldmerk bestaande uit een rode cirkel of bol voor afwas- en schoonmaakmiddelen nietig was verklaard. Volgens het Hof beschikt het teken niet van huis uit over onderscheidend vermogen, omdat het relevante publiek het zal opvatten als een decoratief element en niet als een aanduiding van commerciële herkomst. Reckitt had het beeldmerk in april 2023 aangevraagd voor onder meer afwasmiddelen, vaatwastabletten, spoelmiddelen, poetsmiddelen, ontkalkingsmiddelen en andere schoonmaakproducten in klasse 3. Het merk werd op 30 juni 2023 ingeschreven. Henkel verzocht vervolgens op grond van artikel 2.30bis lid 1 onder a BVIE om nietigverklaring van de inschrijving. Daarbij beriep zij zich op de absolute nietigheidsgronden van artikel 2.2bis lid 1 onder b en c BVIE: het ontbreken van onderscheidend vermogen en het beschrijvende karakter van het teken. Het BBIE verklaarde de inschrijving nietig. Volgens het Bureau bestaat het merk uit een eenvoudige geometrische vorm, namelijk een rode cirkel met schaduweffecten. Het relevante publiek zal het teken niet opvatten als een herkomstaanduiding, maar als een decoratief element dat wordt gebruikt bij de promotie en verpakking van vaatwasmiddelen. In beroep voerde Reckitt aan dat het merk niet kan worden gereduceerd tot een eenvoudige rode cirkel. Volgens haar gaat het om een glimmende helderrode bal met een bijzondere driedimensionale uitstraling. Verder stelde zij dat het BBIE ten onrechte geen rekening had gehouden met de wijze waarop zij het teken al jarenlang gebruikt op Finish-verpakkingen. Ook bestreed zij de relevantie van de door Henkel overgelegde voorbeelden van vergelijkbare vormen op verpakkingen van andere schoonmaakproducten. Het Hof stelt voorop dat bij een nietigheidsvordering op absolute gronden moet worden uitgegaan van een vermoeden van geldigheid van het ingeschreven merk. Het is aan degene die de nietigheid inroept om concrete omstandigheden aan te dragen die de geldigheid van het merk in twijfel trekken. Voor de beoordeling van het intrinsieke onderscheidend vermogen is bovendien de datum van de merkaanvraag bepalend, in dit geval 18 april 2023. Onder verwijzing naar de rechtspraak van het Hof van Justitie benadrukt het Hof dat een merk de consument in staat moet stellen de betrokken waren te onderscheiden van die van andere ondernemingen. Daarbij moet worden gekeken naar de perceptie van de normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige gemiddelde consument van de betrokken producten. Naar het oordeel van het Hof bestaat het merk uit een rode cirkel of bol met schaduweffecten. Een cirkel of bol is een eenvoudige geometrische vorm die consumenten in het algemeen niet zullen onthouden als herkomstaanduiding.