DOSSIERS
Alle dossiers

Modellenrecht - Droit des dessins et modèles  

IEFBE 2492

HvJ EU: Bij beoordeling of uiterlijke kenmerken uitsluitend door technische functie worden bepaald moet worden nagegaan of die functie de enige bepalende factor is

HvJ EU - CJUE 8 mrt 2018, IEFBE 2492; C-395/16 (Doceram tegen Ceramtec), https://ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-bij-beoordeling-of-uiterlijke-kenmerken-uitsluitend-door-technische-functie-worden-bepaald-mo

HvJ EU 8 maart 2018, IEF 17542; IEFbe 2492; C-395/16 (Doceram tegen CeramTec) Modellenrecht. Uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die uitsluitend door de technische functie van dat voortbrengsel worden bepaald – Beoordelingscriteria – Bestaan van alternatieve modellen – Inaanmerkingneming van het standpunt van een ,objectieve waarnemer’”

1) Artikel 8, lid 1, van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen moet aldus worden uitgelegd dat voor de beoordeling of uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel uitsluitend door de technische functie van dat voortbrengsel worden bepaald, nagegaan moet worden of die functie de enige factor is die bepalend was voor die kenmerken, en dat in dit verband niet doorslaggevend is of er alternatieve modellen zijn.

IEFBE 2483

Uitspraak ingezonden door Carina Gommers, Margot Van Meerbeeck, HOYNG ROKH MONEGIER.

Derdenverzet beschikking mini-portefeuille ongegrond

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 13 feb 2018, IEFBE 2483; C/17/00087 (Griffe J tegen Secrid), https://ie-forum.be/artikelen/derdenverzet-beschikking-mini-portefeuille-ongegrond

Voorz. NL Rechtbank van Koophandel Brussel 13 februari 2018, IEFbe 2483; C/17/00087 (Griffe J tegen Secrid) Kort geding. Derdenverzet. Octrooirecht. Modellenrecht. Verweerster is houdster van Europees octrooi EP 2 434 922 B1 met de titel "Houder voor betaalkaarten" en Benelux modelregistratie 38548-01 dat het ontwerp van de "mini-portefeuille" beschermt. Eisende partij op derdenverzet biedt eveneens mini portefeuilles aan via webshops. Verweerster heeft eiser in gebreke gesteld. Verweerster meent dat eiser na deze ingebrekestelling nog steeds de inbreukmakende producten aanbiedt. De voorzitter van de rechtbank van koophandel staat toe dat er een beschrijvend en bewarend beslag wordt gelegd. Deze beschikking is proportioneel. De vorderingen van eiser op derdenverzet zijn ongegrond.

IEFBE 2457

Uitspraak aangebracht door Carina Gommers en Eva De Pauw, HOYNG ROKH MONEGIER.

SnackTastic friteuse maakt inbreuk op modellenrecht Philips Airfryer

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 28 dec 2017, IEFBE 2457; (Philips tegen Fritel), https://ie-forum.be/artikelen/snacktastic-friteuse-maakt-inbreuk-op-modellenrecht-philips-airfryer

Voorz. NL Rechtbank van Koophandel Brussel 28 december 2017, IEFbe 2457(Philips tegen Fritel) Modellenrecht. Philips is houder van verschillende ingeschreven modellen met betrekking tot het design van de Philips Aifryer hetelucht friteuse. Fritel bracht onder de benaming SnackTastic een hetelucht friteuse op de markt die, volgens eisende partij, treffend gelijkt op de ingeschreven modellen van Philips. Tussen de twee friteuses zijn weliswaar een aantal ondergeschikte verschillen. Echter, deze elementen zijn noodzakelijk en door de technische functie gedicteerde elementen. Zij zijn daarom niet van aard om de globale indruk van overeenstemming weg te nemen. Fritel pleegt bijgevolg inbreuk op de Gemeenschapsmodellen van Philips. 

IEFBE 2430

Uitspraak ingezonden door Margot van Gerwen en Charlotte Garnitsch, TaylorWessing.

Noch in Nederland, noch in België aanspraak op auteursrechtelijke bescherming voor Eames-stoel

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 13 dec 2017, IEFBE 2430; ECLI:NL:RBDHA:2017:14483 (Kwantum tegen Vitra), https://ie-forum.be/artikelen/noch-in-nederland-noch-in-belgi-aanspraak-op-auteursrechtelijke-bescherming-voor-eames-stoel

Rechtbank Den Haag 13 december 2017, IEF 17352; IEFbe 2430; ECLI:NL:RBDHA:2017:14483 (Kwantum tegen Vitra) Auteursrecht. Modellenrecht. Internationale verdragen. Vitra heeft de Eames stoel DWS ontworpen en constateert de 'Paris'-stoel die door Kwantum op de markt is gebracht. In kort geding is een auteursrechtinbreuk verbod opgelegd [IEF 14584]. Vitra beroept zich op artikel 2 lid 1 van het Unieverdrag. Ook artikel X van het Nederlands-Amerikaanse Vriendschapsverdrag en artikel 5.3 van het Belgisch-Amerikaanse Vriendschapsverdrag bieden volgens Vitra basis voor auteursrechtelijke bescherming van de DSW. Daarnaast voert Vitra aan dat 10 lid 2 Duurrichtlijn in Nederland in artikel 51 Aw en in België in de WER en de interpretatie hiervan in HvJ EU Sony/Falcon auteursrecht aan de DSW toekent. In het onderhavige geval staat tussen partijen vast dat de DSW in het land van oorsprong geen auteursrechtelijke bescherming toekomt. Voor de groep modellen waar de DSW toe behoort heeft in Nederland en België immers nooit de mogelijkheid bestaan om modelrechtelijke bescherming te verkrijgen omdat die groep nooit heeft voldaan aan de nationale beschermingsvoorwaarden. Verklaring voor recht dat er geen auteursrechtinbreuk is en geen slaafse nabootsing.

IEFBE 2421

Uitspraak aangebracht door Thierry van Innis en Anthony Van der Planken, Van Innis & Delarue.

Un sac à l'achat de produits Léonidas au-delà d'un certain montant

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 25 okt 2017, IEFBE 2421; (Jean Cassegrain contre Léonidas), https://ie-forum.be/artikelen/un-sac-l-achat-de-produits-l-onidas-au-del-d-un-certain-montant

Tribunal de commerce francophone de Bruxelles 25 octobre 2017, IEFbe 2421 (Jean Cassegrain contre Léonidas) Longchamp est titulaire des droits d'auteur sur un modèle de sac appelé 'Le Pliage'. Leonidas a offert à ses clients un sac à l'achat de produits Léonidas au-delà d'un certain montant. La campagne était temporaire. Le juge condamne LEONIDAS à cesser d'offrir, distribuer, communiquer au public ou de détenir à ces fins des sacs dans lesquels est incorporée une contrefaçon du modèle LE PLIAGE.

IEFBE 2385

Conclusie AG: Bescherming gemeenschapsmodel centreerpennen uitgesloten als uiterlijke kenmerken zijn gekozen met het oog op technische functie

HvJ EU - CJUE 19 okt 2017, IEFBE 2385; ECLI:EU:C:2017:779 (Doceram tegen CeramTec), https://ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-bescherming-gemeenschapsmodel-centreerpennen-uitgesloten-als-uiterlijke-kenmerken-zijn

Conclusie AG HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17192; IEFbe 2385; ECLI:EU:C:2017:779; C-395/16 (Doceram tegen CeramTec). Modellenrecht. Docecream is houdster van diverse gemeenschapsmodellen die centreerpennen beschermen in drie verschillende geometrische vormen. Docecream stelt nietigverklaring van de soortgelijke modellen van Ceramtec omdat de bekendgemaakte uiterlijke kenmerken van de producten uitsluitend door de technische functie worden bepaald. Relevant is of er sprake is van technische bepaaldheid die bescherming in de zin van artikel 8.1 van Vo. 6/2002 uitsluit wanneer de (technische) functionaliteit de enige factor is die het design bepaalt. De Duitse rechter vraagt zich af of de bescherming zich al dan niet dient uit te strekken tot onderdelen die onzichtbaar zijn wanneer eenmaal op hun plaats zijn aangebracht. 

Conclusie AG:

1)      Artikel 8, lid 1, van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen moet aldus worden uitgelegd dat de door genoemde verordening geboden bescherming is uitgesloten indien de uiterlijke kenmerken van het aan de orde zijnde voortbrengsel uitsluitend zijn gekozen met het doel dat dat voortbrengsel kan voldoen aan een gegeven technische functie, dus zonder enige creatieve bijdrage van de ontwerper ervan; het feit dat er mogelijk andere vormen bestaan waarmee hetzelfde technische resultaat kan worden bereikt, is dienaangaande op zichzelf niet beslissend.
2)      Teneinde te bepalen of de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel zijn gekozen op grond van overwegingen die uitsluitend verband houden met de technische functie van een voortbrengsel, in de zin van genoemd artikel 8, lid 1, moet de aangezochte rechter een objectief oordeel vellen, door gebruik te maken van zijn eigen beoordelingsbevoegdheid, rekening houdend met alle relevante omstandigheden van het concrete geval.

IEFBE 2354

Conclusie AG: Autovelgen zijn 'onderdeel van samengesteld voortbrengsel' die voor normaal gebruik nodig en zichtbaar zijn

HvJ EU - CJUE 28 sep 2017, IEFBE 2354; ECLI:EU:C:2017:730 (Acacia tegen Fallimento Pneusgarda), https://ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-autovelgen-zijn-onderdeel-van-samengesteld-voortbrengsel-die-voor-normaal-gebruik-nodig

Conclusie AG HvJ EU 28 september 2017, IEF 17138; IEFbe; 2354; ECLI:EU:C:2017:730; C-397/16; C-435/16 (Acacia tegen Audi en Fallimento Pneusgarda) Modelrecht. Audi en Pneusgara zijn houder van het gemeenschapsmodel voor lichtmetalen wielvelgen voor Audi's. Audi vordert dat Acacia stopt met de invoer, productie of verkoop van haar replicavelgen. Sluiten de beginselen van het vrije verkeer van goederen de wettelijke interpretatie (die een reparatieclausule bevat die uitsluitend uit replica wielen die esthetisch identiek aan origineel wielen zijn), met het oog op de reparatie van dit samengestelde voortbrengsel en het herstel van zijn oorspronkelijke vorm, uit? Conclusie AG:

1)      Artikel 110, lid 1, van [GemModVo] moet aldus worden uitgelegd dat het begrip ‚onderdeel van een samengesteld voortbrengsel’ niet is beperkt tot onderdelen waarvan de vorm afhankelijk is van de uiterlijke kenmerken van het samengestelde voortbrengsel, maar betrekking heeft op elk product dat in een ander product, dat als ‚samengesteld voortbrengsel’ wordt aangemerkt, is verwerkt, dat eruit kan worden gehaald en vervangen, dat nodig is voor een normaal gebruik van het samengestelde voortbrengsel en dat bij een normaal gebruik van dit samengestelde voortbrengsel zichtbaar blijft.

IEFBE 2351

HvJ EU: Afbeelden van game console bij het aanbieden van accessoires is toegestaan

HvJ EU - CJUE 27 sep 2017, IEFBE 2351; ECLI:EU:C:2017:724 (Nintendo-afstandbediening), https://ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-afbeelden-van-game-console-bij-het-aanbieden-van-accessoires-is-toegestaan

HvJ EU 27 september 2017, C-24/16 en C-25/16, ECLI:EU:C:2017:724; IEF 17133; IEFbe 2351; IT 2352 (Nintendo tegen BigBen) Jurisdictie. Modelrecht. Via een website worden afstandsbedieningen voor game consoles aangeboden met daarbij een afbeelding van een game console waarop modelrechten gelden. HvJ EU antwoordt (FR/DUI), kort gezegd, dat artikel 20 lid 1 onder c GemModVo zo moet worden uitgelegd dat een derde die zonder toestemming van de Gemeenschapsmodelgerechtigde bij rechtmatig voeren van een bedrijf in accessoires die toebehoren aan waren van de modelrechthouder om de toepassing van die waren toe te lichten middel het plaatsen van een afbeelding op de website of daartoe te citeren dat dat toelaatbaar is.

1)      Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen, gelezen in samenhang met artikel 6, punt 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat in omstandigheden als die van de hoofdgedingen, waarin de internationale bevoegdheid van een rechtbank voor het gemeenschapsmodel waarbij een vordering wegens inbreuk aanhangig is gemaakt, ten aanzien van een eerste verweerder is gebaseerd op artikel 82, lid 1, van verordening nr. 6/2002 en ten aanzien van een in een andere lidstaat gevestigde tweede verweerder op dat artikel 6, punt 1, gelezen in samenhang met artikel 79, lid 1, van verordening nr. 6/2002, omdat deze tweede verweerder producten vervaardigt en levert aan de eerste verweerder die deze verkoopt, deze rechtbank op verzoek van de verzoekende partij ten aanzien van de tweede verweerder maatregelen overeenkomstig artikel 89, lid 1, en artikel 88, lid 2, van verordening nr. 6/2002 kan gelasten die ook betrekking hebben op gedragingen van deze tweede verweerder die geen verband houden met bovengenoemde toeleveringsketen en die gelden voor de gehele Europese Unie.

2)      Artikel 20, lid 1, onder c), van verordening nr. 6/2002 moet aldus worden uitgelegd dat een derde die, zonder toestemming van de houder van de aan een gemeenschapsmodel verbonden rechten, onder meer via zijn website gebruikmaakt van afbeeldingen van producten die overeenstemmen met dergelijke modellen in het kader van de rechtmatige verkoop van producten die bestemd zijn voor gebruik als accessoires voor specifieke producten van de houder van de aan deze modellen verbonden rechten, teneinde het gezamenlijke gebruik van de aldus verkochte producten en de specifieke producten van de houder van die rechten uit te leggen en te tonen, een handeling bestaande in de reproductie ter „illustratie” in de zin van dat artikel 20, lid 1, onder c), verricht, zodat een dergelijke handeling krachtens deze bepaling toegestaan is voor zover is voldaan aan de daarin gestelde cumulatieve voorwaarden, hetgeen de nationale rechter dient na te gaan.

3)      Artikel 8, lid 2, van verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen („Rome II”) moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „land waar de inbreuk is gepleegd” in de zin van die bepaling ziet op het land van de plaats waar de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan. In omstandigheden waarin eenzelfde verweerder verschillende inbreukmakende handelingen worden verweten die in verschillende lidstaten zijn verricht, dient voor de vaststelling van de schadeveroorzakende gebeurtenis niet te worden gerefereerd aan elke verweten inbreukmakende handeling, maar dient het gedrag van die verweerder in zijn totaliteit te worden beoordeeld teneinde de plaats vast te stellen waar de oorspronkelijke inbreukmakende handeling die ten grondslag ligt aan het verweten gedrag, door die verweerder is verricht of dreigt te worden verricht.

IEFBE 2561

HvJ EU: Gerecht EU eist onterecht dat de geïnformeerde gebruiker van het betwiste model bekend is met het voortbrengsel waarin het oudere model is verwerkt of is toegepast

HvJ EU - CJUE 21 sep 2018, IEFBE 2561; ECLI:EU:C:2017:720 (Easy Sanitary Solutions tegen EUIPO), https://ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-gerecht-eu-eist-onterecht-dat-de-ge-nformeerde-gebruiker-van-het-betwiste-model-bekend-is-met

HvJ EU 21 september 2017, IEF 17662; IEFbe 2561; C‑361/15 P en C‑405/15 P; ECLI:EU:C:2017:720 (Easy Sanitary Solutions tegen EUIPO) Gemeenschapsmodellen. Bevoegdheden van het EUIPO in het kader van de bewijsvoering. Op de verzoekende partij in de nietigheidsprocedure rustende bewijslast. Eisen aan de weergave van het oudere model. Model dat een doucheafvoergoot afbeeldt. Het Gerecht EU heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door in punt 132 van het bestreden arrest te eisen dat de geïnformeerde gebruiker van het betwiste model bekend is met het voortbrengsel waarin het oudere model is verwerkt of waarop het is toegepast. Op die manier moet degene die de nietigverklaring vordert niet enkel bewijs leveren dat ouder model beschikbaar is gesteld, maar ook dat het publiek daarmee bekend is. Het Gerecht EU [IEF 14958] heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De hogere voorzieningen in de zaken C‑361/15 P en C‑405/15 P worden afgewezen.

IEFBE 2344

Uitspraak ingezonden door Patty de Leeuwe en Jacqueline Schaap, Visser Schaap & Kreijger

Nietigheidsaanvraag LAMZAC afgewezen: modelregistratie niet technisch bepaald

EUIPO - BHIM - OHMI 14 sep 2017, IEFBE 2344; (Hirams Trade GmbH tegen Fatboy the Original), https://ie-forum.be/artikelen/nietigheidsaanvraag-lamzac-afgewezen-modelregistratie-niet-technisch-bepaald

EUIPO invalidity division 14 september 2017, IEF 17108; IEFbe 2344 (Hirams Trade tegen Fatboy the Original) Modellenrecht. Fatboy the Original heeft een Gemeenschapsmodel voor een 'chaisse longue': De LAMZAC is een middels 'luchtscheppen' te vullen ligzak. De nietigheidsactie is ingesteld door Hirams Trade GmbH nadat Fatboy deze partij (in Duitsland) in rechte had aangesproken voor de verhandeling van de aan de LAMZAC (vrijwel) identieke LayBag. Het EUIPO wijst de nietigheidsaanvraag af. Het EUIPO oordeelt dat de modelregistratie voor de Lamzac niet technisch is bepaald. De Cozy Canoe en de Sensory Pea Pod doen geen afbreuk aan de nieuwheid en het eigen karakter van de registratie van Fatboy.