Chipsy Kings blijft overeind: Gerecht bevestigt beslissing EUIPO
Gerecht van de Europese Unie 11 December 2024, IEF 22457, IEFbe 3845; (Meica Ammerländische Fleischwarenfabrik Fritz Meinen GmbH & Co. KG tegen András Lénárd). Het Gerecht van de Europese Unie heeft geoordeeld dat er geen verwarringsgevaar bestaat tussen het aangevraagde EU-woordmerk Chipsy Kings en het oudere merk Curry King. Meica, de eigenaar van Curry King, had bezwaar gemaakt tegen de registratie van Chipsy Kings, dat is aangevraagd voor snacks en aanverwante detailhandelsdiensten. Zowel de Oppositieafdeling als de Kamer van Beroep van het EUIPO wees dit bezwaar echter af. In deze zaak heeft het Gerecht deze beslissingen bevestigd. Het Gerecht oordeelt dat hoewel beide merken het element “King” delen, ze visueel, auditief en conceptueel voldoende verschillen. Curry King verwijst duidelijk naar curryproducten, terwijl Chipsy Kings door het element “Chipsy” eerder geassocieerd wordt met chips en snacks. “King” heeft volgens het Gerecht slechts een zwak onderscheidend vermogen en speelt daardoor geen dominante rol in de vergelijking. Conceptueel worden de merken als verschillend beoordeeld: Curry King roept de associatie op met een “koning van curry”, terwijl Chipsy Kings een speelse verwijzing is naar chips en een koninklijke status. Voor Engelstaligen kan Chipsy Kings zelfs als een woordspeling worden ervaren, wat ontbreekt bij Curry King. Het Gerecht benadrukte dat generieke termen zoals “King” slechts een beperkte rol spelen in de beoordeling van verwarringsgevaar. Ondanks enkele overeenkomsten, zijn de verschillen tussen de merken groot genoeg om te voorkomen dat verwarringsgevaar ontstaat tussen de merken. De vordering van Meica wordt afgewezen.
Tetra Laval's verpakking blijft beschermd: Kamer van Beroep verwerpt nietigverklaring

EUIPO Kamer van Beroep 6 december 2024, IEF 22455, IEFbe 3844; R 12/2024-4 (Tetra Laval tegen Lami Packaging). Tetra Laval Holdings & Finances (hierna: Tetra Laval) heeft in 2000 een aanvraag gedaan voor het vormmerk dat hierboven op de afbeelding te zien is. Zij wil deze inschrijven voor klasse 16, oftewel voor verpakkingsmateriaal gemaakt van papier. In 2004 is het merk geregistreerd. In 2022 heeft Lami Packaging een verzoek tot nietigverklaring van het merk ingediend. Ter grondslag legt zij hieraan dat het merk onvoldoende onderscheidend is. De nietigheidsafdeling heeft mede door het aangeleverde bewijs het vormmerk volledig nietig verklaard. Hiertoe stelde zij dat alle essentiële kenmerken noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van het technische resultaat van de verpakking. Tegen dit besluit gaat Tetra Laval in beroep. Zij stelt, kort gezegd, dat de nietigheidsafdeling een fout maakt door te veronderstellen dat het Hof van Justitie zijn standpunt had gewijzigd over het toepassen van artikel 7(1)(e)(ii) EUTMR op verpakkingsvormen. Volgens eerdere beslissingen van de kamer van beroep is een verpakking met een technische functie, zoals het hermetisch afsluiten en het vervoeren van een product, niet afhankelijk van de specifieke vorm. Deze elementen zijn dan ook niet technisch van aard.
Nieuwjaarsborrel van The FIPE op donderdag 9 januari

Op donderdag 9 januari vindt de nieuwjaarsborrel van The FIPE plaats op het kantoor van Pinsent Masons, Gelrestraat 42-44 te Amsterdam. The FIPE heeft als missie het versterken van connecties tussen vrouwen binnen de wereld van het intellectueel eigendom. De nieuwjaarsborrel biedt je als vrouwelijke IE-expert de perfecte mogelijkheid om te netwerken en bij te kletsen met andere vrouwen binnen de IE-wereld. Aanmelden kan door een e-mail te sturen naar info@delex.nl. We ontvangen je graag aanstaande donderdag!
Ady, Claudia, Hester, Judith, Pien en Vivien.
Bewegingsmerk van een draaiend raam afgewezen

EUIPO kamer van beroep 28 oktober 2024, IEF 22437, IEFbe 3842 (KCT tegen EUIPO). KCT heeft een merkaanvraag ingediend voor een bewegingsmerk betreffende de beweging van een draaiend raam. KCT stelt dat de beweging die het raam van de merkaanvraag maakt, volledig anders is dan die van een normaal klapraam. Bij een klapraam draait het kozijn naar buiten met een draai-as die vastzit aan het bovenste of onderste deel van het kozijn. Het raam in kwestie draait volledig los van het kozijn met behulp van twee zwartgekleurde scharnieren.
Artikel geschreven door Caroline Theunis, editors Dorien Cuyt en Myrthe Maes, Artes Law.
‘Zij aan zij’ houdt stand naast wielrencampagne

Artikel geschreven door Caroline Theunis, Artes Law.
Op 25 oktober 2023 oordeelde de ondernemingsrechtbank van Gent dat de Libelle-reeks ‘Zij aan zij’ niet verboden kon worden door VZW CYCLING VLAANDEREN.
VZW CYCLING VLAANDEREN voert sinds 2020 onder de titel ‘zij aan zij’ campagne om jonge meisjes warm te maken voor de wielersport. Ze registreerde daarbij een merk in de Benelux voor het teken ‘Zij-aan-zij’ voor (i) diverse reclame- en promotieactiviteiten, waaronder merchandising (via drukwerken en briefpapier), ook specifiek rond wielrennen, en (ii) de organisatie van diverse fiets- en sportevenementen. Libelle gebruikte in 2022 en 2023 het thema ‘Zij aan zij’ voor een reeks van zeven tijdschriftartikelen over vrouwen die een gemeenschappelijke ervaring beleefden.
UPC overzicht: 10 t/m 16 december 2024

UPC CoA 10 december 2024, IEF 22434, IEFbe 3840; UPC_CoA_470/2023 (NanoString tegen 10x Genomics). 10x Genomics heeft een voorlopige voorziening verzocht tegen NanoString wegens directe en indirecte inbreuk op haar octrooi. Dit werd door het Gerecht van Eerste Aanleg toegewezen: NanoString moest zich onthouden van inbreuk en er werd een dwangsom opgelegd. Op verzoek van 10x Genomics heeft het Gerecht van Eerste Aanleg in een tweede beschikking dwangsommen opgelegd wegens het niet-naleven van de voorlopige voorziening. Het Hof van Beroep heeft vervolgens de eerste beschikking van het Gerecht van Eerste Aanleg vernietigd. NanoString gaat nu ook in hoger beroep tegen de beschikking waarin het Gerecht van Eerste Aanleg dwangsommen oplegt. Deze zouden een juridische grondslag missen, aangezien de eerste beschikking is vernietigd. Volgens 10x Genomics heeft de vernietiging van de eerste beschikking geen invloed op de juridische grondslag van de bestreden beschikking, want NanoString heeft de beschikking geschonden toen deze nog van kracht was.
UPC overzicht: 3 t/m 9 december 2024

UPC CoA 3 december 2024, IEF 22425, IEFbe 3839; UPC_CoA_297/2024 (SharkNinja tegen Dyson). Dyson is houder van een octrooi op een stofzuiger en is een inbreukprocedure gestart tegen SharkNinja. Het Gerecht van Eerste Aanleg heeft geoordeeld dat SharkNinja inderdaad inbreuk maakt op het octrooi van Dyson en heeft voorlopige voorzieningen toegewezen. Hiertegen gaat SharkNinja in hoger beroep. Het Hof van Beroep oordeelt dat kenmerk 1.3 van het octrooi van Dyson vereist dat de luchtstroom tangentieel wordt geleid, waardoor een spiraalvormige luchtstroom ontstaat die centrifugale krachten genereert om de deeltjes te scheiden. Nu is de vraag of de betwiste uitvoeringen van SharkNinja een cyclonische scheidingsinrichting omvatten zoals vereist door kenmerk 1.3. Het Hof van Beroep is van oordeel dat Dyson onvoldoende heeft aangetoond dat kenmerk 1.3 in de betwiste uitvoeringen wordt gerealiseerd en concludeert dan ook dat het octrooi niet is geschonden. Op basis van de waarschijnlijkheidsafweging is het niet waarschijnlijker dan niet dat er inbreuk wordt gemaakt op het octrooi. De voorlopige voorziening van het Gerecht van Eerste Aanleg wordt opgeheven.
EU neemt wetgevingspakket voor hervorming van het modellenrecht aan
Op 10 oktober 2024 heeft de Raad het EU-wetgevingspakket voor hervorming van het modellenrecht aangenomen. De wetgeving omvat twee teksten: de Herschikkingsrichtlijn inzake de juridische bescherming van modellen en de Wijzigingsverordening inzake Gemeenschapsmodellen. Dit is de laatste stap in de besluitvormingsprocedure voordat publicatie in het Publicatieblad van de EU plaatsvindt. Vanaf de publicatiedatum treden de twee teksten na 20 dagen in werking en worden ze na vier maanden van toepassing. Deze herziening van de huidige wetgeving is bedoeld om de bestaande modelbescherming in de EU te versterken, te vereenvoudigen en te standaardiseren, en om de modelbescherming beter af te stemmen op de regels voor merkenrecht. De hervorming van het modellenrecht moet ook de voorspelbaarheid vergroten en de bescherming van modellen in de EU harmoniseren met de nationale wetten van de lidstaten, wat zowel ontwerpers, mkb'ers als bedrijven ten goede komt.
Artikel geschreven door Simon Geiregat, Universiteit Gent.
Schadevergoeding en rechtsmisbruik bij online auteursrechtinbreuken: arresten van het hof te Antwerpen

Het hof van beroep te Antwerpen sprak zich het afgelopen jaar uit in minstens zeven arresten waarin een advocatenkantoor in opdracht van verschillende fotografen optrad wegens online auteursinbreuken. De fotografen werden steeds benaderd door een internetonderneming die tegen betaling het web afspeurt naar derden die zonder toestemming foto’s hadden gebruikt op hun websites en die vervolgens juridische stappen zet in naam van de fotograaf. De arresten gaan in detail in op de berekening van de schadevergoeding bij online auteursinbreuken. Het hof neemt onder meer standpunt in over de mate waarin de rechter de schadevergoeding mag verhogen om te compenseren voor het feit dat de auteur door de inbreuk de mogelijkheid werd ontzegd om géén toestemming te geven. Daarnaast gaan ze in op de rol van rechtsmisbruik bij de tussenkomst van copyright trolls, en dicteert het minimumvereisten voor de eerste ingebrekestelling wegens auteursinbreuken. De arresten lijken dan ook een interessante informatiebron voor de Belgische IE-praktizijn.
UPC overzicht: 26 november t/m 2 december 2024

UPC CFI LD München 26 november 2024, IEF 22404, IEFbe 3836; UPC_CFI_437/2024 (GXD-Bio tegen Myriad). Myriad, verweerder in deze procedure, dient een verzoek in om zekerheidstelling op grond van Rule 158 RoP en artikel 69 (4) UPCA. Volgens verweerder heeft GXD-Bio, eiser in de procedure, namelijk geen registraties op zijn naam, behalve voor de octrooifamilie die hij nu claimt. Verder heeft verweerder geen kennis van andere mogelijke activa van eiser die gebruikt zouden kunnen worden als onderpand voor de vorderingen van verweerder. Er bestaan dus ernstige twijfels over de vraag of eiser zelf als schuldenaar van vorderingen tot vergoeding van de kosten over voldoende middelen beschikt om de invorderbare kosten van verweerder te dekken tot het toepasselijke plafond. Het Gerecht van Eerste Aanleg wijst het verzoek van verweerder toe. Verweerder heeft onderbouwde informatie verstrekt over de financiële middelen en activa en eiser heeft deze informatie niet betwist. Eiser heeft zelfs verklaard dat hij bereid is de zekerheid te stellen.