DOSSIERS
Alle dossiers

Mediarecht - Droit des médias  

IEFBE 991

Regulator voor de Media stelt deskundige aan in zaak Bhaalu

VRM 26 mei 2014, IEFbe 991 (Medialaan, SBS Belgium, VRT tegen Right Brain Interface)
Benoeming deskundige. In hoofdorde vraagt Right Brain de opschorting van de beslissing van de  VRM tot na de uitspraak van de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen naar aanleiding van een door de klagers ingestelde stakingsvordering op 3 februari 2014. Hoewel de rechtsvragen in beide procedures verschillend zijn (auteursrecht en naburige rechten tegenover mediaregelgeving) hangt het antwoord van de beoordeling ten gronde, aldus Right Brain, af van dezelfde feitelijkheden.

 

6. De algemene kamer stelt vast dat de partijen in hun schriftelijke stukken en op de hoorzitting tegenstrijdige verklaringen afleggen omtrent de technische kenmerken en feitelijke werking van de zogenaamde Bhaalu-videorecorder. Alvorens definitief uitspraak te doen over de ontvankelijkheid en gegrondheid van de voorliggende klacht, acht de
algemene kamer het aangewezen, om met het oog op een zorgvuldige feitenvinding, een deskundige aan te stellen, overeenkomstig artikel 15 van het Reglement van orde van de algemene kamer (...) Vlaamse Regulator voor de Media van 18 mei 2009.

Zijn verslag zal inzonderheid aandacht besteden aan de volgende punten :
Nadat de Bhaalu-gebruiker heeft aangegeven bepaalde (omroep)programma’s te willen opnemen, worden daarvan opnames opgeslagen op geheugenruimte op een server in een datacenter (ofwel: in de cloud) en niet op een toestel bij de gebruiker thuis (bv. Bhaalu Box of Bhaalu Stick). Op de hoorzitting heeft Right Brain hierbij verduidelijkt dat de op te nemen signalen niet van bij de Bhaalu-gebruiker thuis via de Bhaalu Box naar de server worden gestuurd, maar dat de opnames rechtstreeks in de cloud worden gemaakt

1. Waar komt het originele signaal vandaan, waarmee de private opnames voor de Bhaalu-gebruikers in de cloud worden gemaakt?
2. Hoe geraakt dit signaal technisch gezien van bij de dienstenverdelers (zoals Telenet, Belgacom of TV Vlaanderen) tot op de servers die bij Bhaalu worden gebruikt? Wordt dit signaal gedecrypteerd? Zo ja, hoe gebeurt deze decryptie dan?
3. Bestaat er een overeenkomst tussen deze dienstenverdelers en Right Brain of de feitelijke vereniging van Bhaalu-gebruikers (ook de Bhaalu Gemeenschap genoemd) met betrekking tot de overdracht van signalennaar de cloud?
4. Heeft Right Brain, de Bhaalu Gemeenschap of één van de bestuurders een TV-abonnement bij één of verschillende dienstenverdelers actief in Vlaanderen? Indien ja, worden de signalen op basis van deze overeenkomst naar de cloud gestuurd?
5. Wat is de verhouding tussen Right Brain, de Bhaalu Gemeenschap en de verhuurder van de servers die worden gebruikt voor opslag van de opnames van de Bhaalu-gebruikers?
6. Bestaan er gelijkaardige systemen of aanbiedingen als Bhaalu in het buitenland?

Right Brain heeft aangegeven dat elke Bhaalu-gebruiker zijn eigen persoonlijke opnames maakt en enkel programma’s kan bekijken die hij zelf opgenomen heeft.
7. Beschikt elke afzonderlijke Bhaalu-gebruiker technisch gezien over een eigen persoonlijke opname in de cloud van het programma dat deze gebruiker wenste op te nemen?
8. Hoeveel geheugenruimte is er nodig in de cloud om voor elke Bhaalu-gebruiker integraal alle omroepprogramma’s van zijn TV-abonnement (voor zover die reeds door Bhaalu worden ondersteund en kunnen worden opgenomen) bij te houden voor negentig dagen? Is het technisch mogelijk om compressietechnieken te gebruiken om de geheugenruimte te beperken?
9. Is het technisch mogelijk voor een Bhaalu-gebruiker te kiezen om alle omroepprogramma’s van zijn TV-abonnement op te nemen, terwijl hij via zijn TV-abonnement mogelijks niet alle signalen tegelijk ontvangt?
10. Hoe maakt het systeem een onderscheid tussen de verschillende opnames, zodat de Bhaalu-gebruiker daadwerkelijk enkel zijn eigen private opname kan opvragen?
11. Waaruit bestaan de private opnames? Gaat het om programmasignalen die opnieuw kunnen worden opgevraagd en afgespeeld of betreft het enkel autorisatiegegevens van de Bhaalu-gebruikers met betrekking tot bepaalde programma’s?
12. Indien een Bhaalu-gebruiker een opgenomen programma opvraagt, krijgt hij dan toegang tot zijn eigen gecomprimeerde private opname of tot een ‘bronkopie’ in de cloud? Zorgt de Bhaalu Box in het eerste geval
voor het ‘uitpakken’ van de gecomprimeerde beelden of gebeurt dit in de cloud? In het tweede geval: betekent dit dat de Bhaalu-gebruikers één (originele) opname delen?

Bhaalu-gebruikers kunnen opgenomen programma’s onder meer opzoeken via een elektronische programma gids (EPG) of in virtuele themakanalen. Right Brain heeft aangegeven dat de aanmaak hiervan software-matig gebeurt.

13. Hoe worden de meta data (bv. soort programma, korte inhoud programma, etc.) verzameld op basis waarvan de EPG en de virtuele themakanalen worden samengesteld?

Bhaalu-gebruikers dienen over een TV-abonnement bij een dienstenverdeler te beschikken om van Bhaalu gebruik te kunnen maken. Right Brain heeft aangegeven dat de Bhaalu-gebruiker deze kijkrechten moet valideren of authenticeren door een elektronische factuur te e-mailen naar de Bhaalu-server.

14. Hoe accuraat is dit systeem van authenticatie? Hoe vaak gebeurt deze verificatie van de kijkrechten? Hoe lang kan een Bhaalu-gebruiker zijn opnames nog bekijken nadat hij zijn TV-abonnement heeft opgezegd?

IEFBE 951

Violation de l'article 10 de la Convention

Cour eur. D.H. 10 juillet 2014, IEFbe 949 requête 48311/10 (Axel Springer contre Allemagne)
La Cour dit qu'il y eu violation de l'article 10 de la Convention. Summary: The Fifth Section of the European Court of Human Rights forcefully reiterated the importance of freedom of expression in the political sphere in the case of Axel Springer AG v Germany (No.2) ([2014] ECHR 745)(French only). The Court held that the German courts had erred in finding that an article commenting on the circumstances in which the former Federal Chancellor of Germany had put an end to his term in office had overstepped the limits of journalistic freedom.
Lees verder

IEFBE 929

Content meets the cloud: What is the legality of cloud TV recorders?

Olswang, 'Content meets the cloud: What is the legality of cloud TV recorders? Updated in light of recent cases, including Aereo', IEFbe 929
Bijdrage ingezonden door Willem-Jan Cosemans, OLSWANG. Voor de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen [red. vgl. afdeling Hasselt IEFbe 927] is momenteel een procedure hangende als gevolg van een stakingsvordering die de Vlaamse zenders Medialaan, SBS en VRT hebben ingediend tegen Bhaalu wegens schending van hun auteursrechten. Voor een overzicht van gelijkaardige procedures wereldwijd:
Lees verder

IEFBE 928

Boete Stories TV wegens uitzenden commerciële communicatie

VRM Algemene Kamer 16 juni 2014, IEFbe 928, dossiernr. 2014/143 (VRM tegen Vlamex)
Mediarecht. Productplaatsing. De onderzoekscel van de VRM heeft de uitzendingen van het omroepprogramma Stories TV van NV Vlamex onderzocht. Hierbij heeft zij vastgesteld dat verschillende publireportages niet duidelijk herkenbaar gemaakt werden en dat verschillende programma's productplaatsing bevatten zonder dat dit werd aangeduid, zoals het Mediadecreet voorschrijft. De VRM beslist dat Vlamex een inbreuk heeft begaan. Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het feit dat Stories TV reeds eerder voor gelijkaardige inbreuken werd gesanctioneerd en legt een geldboete van 2.000 euro op.

B. Beoordeling.
 
9.1. Uit het onderzoek en de beelden blijkt dat binnen het kader van het programma ‘Mijn huis mooi huis’ een aantal publi-reportages werden uitgezonden.

Er werd vastgesteld dat de ‘publi-reportage’-vermelding hierbij onduidelijk was, waardoor de publi-reportage voor de kijker niet duidelijk herkenbaar was.
 
Hieruit volgt dat Vlamex tijdens de onderzochte periode een inbreuk heeft begaan op artikel 79, § 1, eerste lid, van het Mediadecreet.

9.2. Uit het onderzoek en de beelden blijkt dat bij de programma’s ‘De Ondernemers’, ‘Vlaanderen Actueel’, ‘Sport 40’ en ‘Mijn Huis Mooi Huis’ de aanwezigheid van productplaatsing werd aangegeven door het tonen van een PP-logo.
 
Het PP-logo werd hierbij op onduidelijke wijze vertoond, waardoor de kijker niet duidelijk werd gewezen op de aanwezigheid van productplaatsing in de betrokken programma’s.


Er werd tevens vastgesteld dat werd aangegeven dat het programma 'Vlaanderen Actueel' productplaatsing bevat door het tonen van een PP-logo bij het begin van het programma. Het logo werd evenwel niet getoond bij het einde van het programma.

Uit bovengenoemde vaststellingen volgt dat Vlamex tijdens de onderzochte periode een inbreuk heeft begaan op artikel 100, § 1, 4°, van het Mediadecreet en op de artikelen 1 tot en met 3 van het besluit van 10 september 2010.
IEFBE 926

Stopzetting procedure na ingebruikname zendmogelijkheid

VRM Algemene Kamer 16 juni 2014, IEFbe 926, dossiernr. 2014/142A, 142B & 142C (VRM tegen Kalmthout FM, Arendonk FM & Trendy Media)
Mediarecht. Radio. De VRM heeft een procedure gestart tegen drie lokale radio-omroeporganisaties omdat ze geen gebruik maakten van de toegewezen zendmogelijkheden. Bij het ongebruikt laten van deze zendmogelijkheden kan de Algemene Kamer de erkenning van een radio-omroeporganisatie schorsen of intrekken. Het gaat om de zenders Kalmthout FM, Arendonk FM en Trendy Media. Omdat ze uiteindelijk in de loop van de procedure toch tot uitzending zijn overgegaan, wordt beslist om de procedure stop te zetten.

Beoordeling
 
8. Uit het controleverslag van de onderzoekscel van de VRM blijkt dat VZW Kalmthout FM [respectievelijk Arendonk FM en Trendy Media] de uitzendingen heeft opgestart. Er is bijgevolg geen reden om een sanctie op te leggen.

OM DEZE REDENEN, BESLIST DE VLAAMSE REGULATOR VOOR DE MEDIA
 
Om de procedure op tegenspraak opgestart tegen VZW Kalmthout FM stop te zetten.

IEFBE 924

Intrekking erkenning lokale radio's wegens niet uitzenden

VRM algemene kamer 16 juni 2014, IEFbe 924, dossiernr. 2014/142D & 142E (VRM tegen VZW FM Overijse & VZW De Hoge Noot)
Mediarecht. Radio. Het betreft twee radio-initiatieven die op 22 juli 2013 erkend werden, maar binnen de in het Mediadecreet voorziene termijn, niet tot uitzending zijn overgegaan. Bij beide initiatieven werd vastgesteld dat geen gebruik werd gemaakt van de toegewezen frequentie. Het Mediadecreet bepaalt dat in geval van het ongebruikt laten van de toegewezen zendmogelijkheden of het verkeerd gebruik ervan, de algemene kamer van de VRM de erkenning kan schorsen of intrekken. De VRM meent dat de intrekking van de erkenningen noodzakelijk is om de transparantie van het audiovisuele landschap, waarop de VRM toezicht uitoefent, te vrijwaren.

Beoordeling
8. Uit het rapport van de onderzoekscel blijkt dat VZW FM Overijse geen gebruik maakt van de toegewezen frequentie. VZW FM Overijse werd bijna één jaar geleden erkend en laat de toegewezen zendmogelijkheden tot op heden ongebruikt. (…)

Frequenties zijn een schaars goed en dus dient erover gewaakt te worden dat zij binnen het door de Vlaamse Regering opgestelde frequentieplan maximaal worden benut.

Het bezit van een erkenning als particuliere lokale radio-omroeporganisatie zonder het effectief verzorgen van uitzendingen, staat een optimale invulling van het frequentieplan in de weg.

Ter vrijwaring van de transparantie van het audiovisuele landschap, waarop de VRM toezicht uitoefent, is het dan ook noodzakelijk om de erkenning van VZW FM Overijse in te trekken.

IEFBE 911

Kwaliteitscertificaten beroepsfotograaf ten onrechte ingetrokken door FEP

Nederlandstalige Rechtbank van Eerste Aanleg Brussel 17 juni 2014, IEFbe 911 (Fotograaf tegen FEP)
Uitspraak ingezonden door Bart Van den Brande, Sirius Legal. Mediarecht. Fotograaf. Plagiaat. Kwaliteitskeurmerk. Eiser is een Spaanse beroepsfotograaf die lid is van een regionale associatie verbonden aan een federatie voor beroepsfotografen. Verweerster, de overkoepelende Europese federatie voor beroepsfotografen (FEP), heeft eiser diverse kwaliteitscertificaten toegekend. Eiser raakt op een gegeven moment in een plagiaatgeschil, waarin de FEP wordt verzocht te beslissen. De FEP besluit uiteindelijk geen uitspraak te doen over plagiaat, maar trekt wel de kwaliteitscertificaten van eiser in omdat hij onvoldoende aan de procedure zou hebben meegewerkt. Eiser vordert terecht het opnieuw toekennen van de certificaten. De rechtbank veroordeelt de FEP bovendien tot publicatie van rechtzetting op haar website en drie vaktijdschriften.

Beoordeling
32. Verweerster steunt haar uiteindelijke beslissing tot intrekking van de certificaten op een gebrek aan medewerking van eiser zoals dit volgens haar bestond op het ogenblik van de beslissing van 28 oktober 2011.
(...)
Een ander doet de rechtbank beslissen dat de beroepsfederatie bij deze beslissing eerder geïmproviseerd, niet onpartijdig en onzorgvuldig is te werk gegaan en derhalve niet heeft gehandeld zoals een beroepsfederatie in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld en zoals door eiser mocht worden verwacht.

IEFBE 909

Boete wegens vroegtijdig onderbreken telewinkelprogramma

VRM algemene kamer 26 mei 2014, IEFbe 909, dossiernr. 2014/138A (VRM tegen BVBA VIMN Belgium)
Mediarecht. Telewinkelprogramma. De VRM controleerde de uitzendingen van TMF (1 maart 2014, 16u-22u). Tijdens de onderzochte periode wordt het telewinkelprogramma INTERACTIVE VIDEO uitgezonden. In dit programma worden de kijkers doorlopend uitgenodigd om tegen betaling te sms'en, chatberichten en foto's te plaatsen. Het Mediadecreet laat onder bepaalde voorwaarden telewinkelprogramma's toe. Eén van de voorwaarden is dat de telewinkelprogramma's zonder onderbreking minimaal 15 minuten in beslag nemen. Het programma wordt onderbroken na respectievelijk 10 minuten 39 seconden, na 9 minuten 55 seconden, na 10 minuten 56 seconden en na 14 minuten 17 seconden. De VRM stelt een inbreuk vast en legt een geldboete van 2.500 euro op.

Beoordeling
10.1. Uit de beelden en het onderzoek blijkt dat het telewinkelprogramma ‘INTERACTIVE VIDEO’ tijdens de onderzochte periode binnen de vijftien minuten viermaal werd onderbroken: een eerste maal na 10 minuten 39 seconden, een tweede maal na 9 minuten 55 seconden, een derde maal na 10 minuten 56 seconden en een vierde maal na 14 minuten 17 seconden.
 
Hieruit volgt dat de omroeporganisatie een inbreuk heeft begaan op artikel 82, § 1, 3°, van het Mediadecreet.

10.2. Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM enerzijds rekening met de ernst van de inbreuk en het tijdstip van uitzenden en anderzijds met de relatief kleine omvang van de omroeporganisatie en de afwezigheid van kwade trouw. Daarom is een administratieve geldboete van 2500 euro een gepaste sanctie in dit geval.
IEFBE 897

Reportage over Ikea geen commerciële communicatie

VRM algemene kamer 26 mei 2014, IEFbe 897 (Nationale Beroepsvereniging van Meubelhandelaars tegen NV Medialaan)
Mediarecht. Reclame. De VRM ontving een klacht van de Nationale Beroepsvereniging van Meubelhandelaars tegen NV Medialaan. De klacht heeft betrekking op de uitzending van het VTM-programma Telefacts met als onderwerp een reportage over meubelketen IKEA. Volgens de klager bevat het programma verborgen reclame door de overmatige aandacht met publicitair karakter. De algemene kamer stelt dat de klacht ongegrond is.

De algemene kamer beslist dat het gegeven dat in de reportage het merk IKEA herhaaldelijk wordt vermeld en de IKEA-producten worden getoond, niet volstaat om te concluderen dat het om commerciële communicatie gaat. Uit de definitie van commerciële communicatie volgt dat er sprake moet zijn van promotie van een goed, dienst of handelsmerk.

Er is geen sprake van een eenzijdig positieve aandacht of een totaal gebrek aan kritische beoordeling. Integendeel wordt in de reportage evenzeer aandacht besteed aan minder positieve aspecten van de strategie en activiteiten van IKEA, zoals het feit dat veel winkelbezoekers iets kopen, ook al hebben ze niets nodig, de reputatie dat IKEA zich een beetje als een sekte gedraagt voor zijn medewerkers, de productie in lageloonlanden en de onduidelijkheid waar al het gebruikte  hout vandaan komt. Het komt niet aan de VRM toe om – zoals de klager suggereert – te gaan afwegen of de positieve en negatieve aspecten over het bedrijf in een juiste verhouding werden weergegeven, aangezien dit een te verregaande inbreuk zou inhouden op de redactionele vrijheid van de omroeporganisatie.
IEFBE 896

Waarschuwing VIER voor uitzenden niet-conforme sponsorvermelding

VRM algemene kamer 26 mei 2014, IEbe 896 (VRM tegen NV SBS Belgium)
Mediarecht. Sponsorvermelding. De VRM controleerde de uitzendingen van verschillende televisieomroeporganisaties (1 maart 2014, 16u-22u), waaronder VIER. Na het programma 'Scheire en de Schepping' wordt een sponsorvermelding uitgezonden voor 'Otrivine Duo'. Tijdens de sponsorvermelding worden onder meer bewegende beelden, een animatie van de werking van de spray en andere promotionele, visuele elementen getoond. Volgens de onderzoekscel van de VRM krijgt de sponsorboodschap het karakter van een audiovisuele reclameboodschap waardoor ze niet strookt met artikel 2,41°, van het Mediadecreet dat bepaalt wat onder sponsoring moet worden verstaan. De algemene kamer stelt inderdaad dat niet is voldaan aan deze bepaling, omdat de sponsorvermelding specifieke promotionele elementen bevat die aanzetten tot consumptie. De VRM waarschuwt VIER voor deze overtreding.

Beoordeling
In voorliggende zaak gaat het niet om een louter imago-ondersteunende boodschap van de sponsor in kwestie. De sponsorvermelding bevat specifieke promotionele elementen die aanzetten tot consumptie door een voice-over de voordelen, kenmerken en/of eigenschappen van het betrokken product te laten opsommen terwijl deze tegelijk op het scherm verschijnen en worden aangevinkt, dit allemaal in combinatie met beelden afkomstig uit de eigenlijke reclameboodschap. Door de kijker tegelijk auditief en visueel attent te maken op de voordelen, kenmerken en/of eigenschappen van een bepaald product terwijl hierbij beelden uit de reclamespot voor het betrokken product worden gebruikt, wordt de kijker aangezet tot consumptie. Daardoor is niet voldaan aan de bepalingen van artikel 2, 41°, van het Mediadecreet.

Het verweer dat de sponsorboodschap louter tot doel had meer naamsbekendheid voor de sponsor te winnen, wordt – gelet op het bovenstaande - niet aanvaard.