Telenet moet toestemming voor uitgesteld televisiekijken blijven vragen
Grondwettelijk Hof 12 februari 2015, IEFbe 1199 (Telenet uitgesteld tv-kijken)
Publiek recht. Radio-omroep en televisie. Dienstenverdeler. Verplichtingen. Telenet tekent beroep aan tot vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap tot wijziging van decreet radio-omroep en televisie (Mediadecreet). Het voert nieuwe verplichtingen in voor de dienstenverdelers die lineaire omroepprogramma’s aanbieden. Grieven zijn gericht op artikel 180 § 2 van het Mediadecreet, waarin wordt bepaald dat elke functionaliteit die eindgebruikers mogelijk maakt om lineaire programma's uitgesteld, verkort of gewijzigd te bekijken onderwerpen is aan voorafgaande toestemming van tv-omroepen.
De voorafgaande toestemming waarin de bestreden bepaling voorziet, kan niet op willekeurige wijze worden geweigerd. De bestreden bepaling preciseert dat, wanneer een toestemmingsakkoord leidt tot financiële vergoedingen van de dienstenverdelers aan de televisieomroeporganisaties, zij dienen te worden aangewend voor Nederlandstalige Europese producties, ter compensatie voor het verlies van reclame-inkomsten. Het Grondwettelijk hof verwerpt het beroep.
§ 2. Elke functionaliteit die een dienstenverdeler aan de eindgebruikers aanbiedt en die het mogelijk maakt om de in het eerste lid bedoelde lineaire televisieomroepprogramma’s op een uitgestelde, verkorte of gewijzigde wijze te bekijken, is onderworpen aan de voorafgaande toestemming van de betrokken televisieomroeporganisatie. De voorafgaande toestemming is vereist van iedere televisieomroeporganisatie die onder het toepassingsgebied van artikel 154, eerste en tweede lid, valt.B.6. De voorafgaande toestemming waarin de bestreden bepaling voorziet, kan niet op willekeurige wijze worden geweigerd. De betrokken televisieomroeporganisatie en dienstenverdeler dienen te goeder trouw te onderhandelen en de toestemmingsbevoegdheid moet op een redelijke en proportionele wijze worden uitgeoefend (artikel 180, § 2, tweede lid, van het Mediadecreet). (...)
B.7. De bestreden bepaling vereist slechts de voorafgaande toestemming van « iedere televisieomroeporganisatie die onder het toepassingsgebied van artikel 154, eerste en tweede lid, valt » (artikel 180, § 2, eerste lid, van het Mediadecreet). Het betreft meer bepaald de omroeporganisaties die een « aanzienlijk deel » van hun zendtijd aan « Nederlandstalige Europese producties » moeten besteden. De bestreden bepaling preciseert dat, wanneer een toestemmingsakkoord leidt tot financiële vergoedingen van de dienstenverdelers aan de televisieomroeporganisaties, zij dienen te worden aangewend voor Nederlandstalige Europese producties, overeenkomstig artikel 154 (artikel 180, § 2, derde lid, van het Mediadecreet). De eventuele compensatie voor het verlies van reclame-inkomsten als gevolg van het « uitgesteld televisiekijken » stelt de omroeporganisaties aldus in staat om aan de uit die bepaling voortvloeiende verplichting tegemoet te komen en het pluralisme en de culturele diversiteit in hun aanbod te waarborgen.
B.9. Uit hetgeen voorafgaat vloeit voort dat de specifieke situatie van de dienstenverdeler, vergeleken met die van andere aanbieders van « uitgesteld televisiekijken », zoals de verkopers of verhuurders van dvd-spelers met harde schijf of televisietoestellen met ingebouwde harde schijf, op een objectieve en redelijke wijze verantwoordt dat, binnen het juridische kader van het Mediadecreet, enkel de dienstenverdeler de voorafgaande toestemming van de omroeporganisaties moet krijgen om de in artikel 180, § 2, van dat decreet bedoelde functionaliteiten aan de eindgebruikers aan te bieden
Uitspraak en samenvatting aangebracht door Stijn Debaene & Hakim Haouideg,
Beslissing aangebracht door Jeff Keustermans en Peter Blomme,
Uitspraak ingezonden door Quentin Van Peteghem,
Mediarecht. Dagblad. Interview. Er is sprake van plagiaat en de gepubliceerde aanvulling naar aanleiding van het plagiaat is onvoldoende. Journalist Dirk Draulans schrijft een artikel in Knack van 19 februari 2014 onder de titel “De panda oorlog. Waalse dierentuin daagt Antwerpse Zoo uit”, over de concurrentie en de wederzijdse verwijten tussen de Zoo van Antwerpen en Pairi Daiza in het Waalse Brugelette. Draulans interviewt in het artikel directeur Dries Herpoelaert van de Antwerpse Zoo en oprichter en CEO Eric Domb van Pairi Daiza. Daags nadien publiceert De Standaard een gelijkaardig artikel waarin dezelfde heren aan het woord komen onder de titel ‘Zoo en Pairi Daiza gooien met modder net voor pandafeest’. Klager zegt dat nagenoeg de volledige inhoud van het artikel in De Standaard gebaseerd is op zijn artikel in Knack. Zes lange citaten zijn zonder bronvermelding letterlijk overgenomen. Daarom is er volgens klager sprake van plagiaat. De klacht is gegrond.
Mediarecht. Weekblad/magazine. Feitelijke verslaggeving. Tendentieuze/misleidende berichtgeving. Bekende persoonlijkheden. De titel op de cover is te affirmatief in vergelijking met de inhoud van het artikel die in de voorwaardelijke wijs is gesteld, en TV Familie kan niet aannemelijk maken dat bepaalde beweringen voldoende onderzocht en gecheckt zijn. Het artikel 'Tussen twee vuren' - cover 'Kiezen tussen haar man en haar vader' gaat over de rol van Lyndsey Pfaff en haar echtgenoot Dave Volders in het makelaarskantoor Accént in Brasschaat.
ICT. Mediarecht. Telecom. Met een eerdere beslissing [
Mediarecht. ICT. Naar aanleiding van een storingsklacht bij de Conseil Supérieur de l'Audiovisuel (CSA - de regulerende instantie voor de communicatiesector van de Franse Gemeenschap), onderzocht het BIPT de uitzendingen van Radio Pros. Uit de vaststellingen van het BIPT blijkt dat Radio Pros uitzendt met een veelvoud van het vergunde vermogen. De hoogte van de antenne blijkt evenmin in overeenstemming te zijn met de zendvergunning. Het BIPT rapporteerde ook een gebrek aan medewerking door de lokale radio-omroeporganisatie bij de uitvoering van het onderzoek.
Mediarecht. Privacy. Gegrond. Verbeeck is journalist bij Morsum-Magnificat. Wuyts neemt contact op met Verbeeck en ze vraagt hem om een onderzoek te ondernemen naar een oplichting waarvan zij meent het slachtoffer te zijn. Het onderzoek van Verbeeck richt zich echter vrij snel op de activiteiten van Wuyts zelf, die een hondenkennel heeft en jaarlijks enkele puppies verhandelt. Wuyts wordt beschuldigd van oplichting, bedreigende taal en van sociale fraude. Klaagster noemt de handelwijze van Verbeeck een vorm van psychologische terreur en een ernstige schending van haar privacy. Klaagster betoogt dat Verbeeck haar voortdurend lastig valt en haar op dreigende toon soms meerdere malen per dag opbelt en mailt. De raad acht de klacht gegrond.