EHRM: Tekst over leider van terroristische organisatie leidt niet tot haatzaaiing
EHRM 6 oktober 2015, IEFbe 1540; Application no. 44227/04 (Belek en Velioglu tegen Turkije) - persbericht
Vrijheid van meningsuiting. De zaak betrof een artikel van de aanvragers over de gevangen leden van het KADEK. Zij hebben kritiek op de omstandigheden in de gevangenis van Abdullah Öcalan, de leider van een terroristische organisatie. Dit wilde zij publiceren in een dagblad. Het Hof constateerde dat de tekst als geheel niet oproept tot geweld, gewapend verzet of opstand. Het riep ook niet op tot haatzaaiing, dat de meest zwaarwegende factor is. Derhalve, schending van art. 10 EVRM: vrijheid van meningsuiting.
24. La Cour relève en l’espèce que l’article litigieux faisait référence à une déclaration des membres emprisonnés du KADEK, qui réclamaient une solution démocratique pour la résolution de la question kurde tout en soulignant l’importance et la nécessité d’une loi d’amnistie. Cette déclaration critiquait également les conditions de détention d’Abdullah Öcalan, le leader de cette organisation, ainsi que les dispositions de la législation portant sur le statut et la réinsertion des « repentis ».
25. La Cour a porté une attention particulière aux termes employés dans ce texte et au contexte de sa publication, en tenant compte des circonstances qui entouraient le cas soumis à son examen, en particulier des difficultés liées à la lutte contre le terrorisme (Sürek c. Turquie (no 4) [GC], no 24762/94, § 58, 8 juillet 1999). Elle constate que, pris dans son ensemble, ce texte ne contenait aucun appel à l’usage de la violence, à la résistance armée ou au soulèvement et qu’il ne constituait pas un discours de haine, ce qui est à ses yeux l’élément essentiel à prendre en considération.
26. La Cour a examiné en outre les motifs de la condamnation des requérants figurant dans les décisions des juridictions internes (voir paragraphe 9 ci-dessus): ces motifs ne sauraient être considérés, tels quels, comme suffisants pour justifier l’ingérence faite dans le droit des requérants à la liberté d’expression. Par conséquent, elle ne voit pas de raison de s’écarter de la conclusion à laquelle elle est parvenue notamment dans les affaires Gözel et Özer, précitée, et Belek, précitée.
27. Partant, il y a eu violation de l’article 10 de la Convention.
Recht op vrijheid meningsuiting. Zaak tegen de heer Kharlamov, professor aan de Universiteit Orel State Technical University. Hij stelde zich op het standpunt dat het bestuursorgaan van de universiteit niet legitiem kon worden beschouwd als gevolg van tekortkomingen in de verkiezingsprocedure. Het Hof constateerde dat de nationale rechter geen rekening heeft gehouden met de specifieke kenmerken van academische relaties, zoals in het bijzonder de bescherming van autoriteit van universiteit of de reputatie. Dit kan niet worden gelijk gesteld met die van een individu. De nationale rechter heeft geen billijk evenwicht gevonden tussen de noodzaak tot staking en de bescherming van de universiteit tegenover de vrijheid van meningsuiting over de academische organisatie. Oftewel, schending van art. 10 EVRM: vrijheid van meningsuiting.
Correctioneel. Mediarecht. Verdacht van discriminatie, door racisme en xenofobie ingegeven daden door in de Vlaams Belang Krant te (laten) plaatsen naar aanleiding van vernieling van grafstenen: "Wat men echter niet mocht vernemen is, dat de daders, allen jonge tieners, allochtonen waren, jongeren van vreemde afkomst dus. Een cultuut die géén respect méér heeft voor de doden en voor symbolen van een ander geloof, is een ontspoorde cultuur." Tegen de oorspronkelijke medegedaagde, uitgever, is opheffing van de parlementaire onschendbaarheid gevraagd en
Décision envoyée par Edward Taelman,
Uitspraak aangebracht door Edward Taelman,
Mediarecht. Telecom. Auteursrecht. Verzoeksters zijn commerciële omroepen. Verweerster TVCatchup levert diensten voor live streaming op internet van uitzendingen van zowel verzoeksters als van de BBC-zenders. Verzoeksters hebben beroep ingesteld tegen verweersters activiteiten wegens inbreuk op hun auteursrechten. Dit leidde tot zaak [
Beelden. Portretrecht. De publicatie van foto’s van klager, die dement is, en die hem tonen in zijn kwetsbaarheid, kan niet zonder toestemming van zijn echtgenote. Het artikel is een interview met ex-wielrenner en -veldrijder Roger. Hij getuigt over het jarenoude conflict met zijn broer en ex-wielrenner en -veldrijder Erik en vertelt ook dat Erik dement is en in een woonzorgcentrum verblijft. Er is geen wederhoor geweest en klagers zijn ook en vooral kwaad over de publicatie van de foto’s van de zichtbaar demente broer. De toestemming van broer Roger volstaat niet, de journalist had toestemming moeten verkrijgen van de echtgenoot van Erik. De klacht is gegrond.