Journalist pleegt systematische campagne met persoonlijke aanvallen
RvdJ 9 juli 2009, IEFbe 1055 (Wuyts tegen Verbeeck)
Mediarecht. Privacy. Gegrond. Verbeeck is journalist bij Morsum-Magnificat. Wuyts neemt contact op met Verbeeck en ze vraagt hem om een onderzoek te ondernemen naar een oplichting waarvan zij meent het slachtoffer te zijn. Het onderzoek van Verbeeck richt zich echter vrij snel op de activiteiten van Wuyts zelf, die een hondenkennel heeft en jaarlijks enkele puppies verhandelt. Wuyts wordt beschuldigd van oplichting, bedreigende taal en van sociale fraude. Klaagster noemt de handelwijze van Verbeeck een vorm van psychologische terreur en een ernstige schending van haar privacy. Klaagster betoogt dat Verbeeck haar voortdurend lastig valt en haar op dreigende toon soms meerdere malen per dag opbelt en mailt. De raad acht de klacht gegrond.
4. Over de grond van de klacht
Uit de ingediende stukken en het verloop van de feiten blijkt duidelijk dat Verbeeck zich, kort nadat hij door klaagster werd gecontacteerd in verband met een vermeende oplichting, tegen haar is gaan keren en dat hij haar systematisch in een reeks artikelen en korte bijdragen in ‘Morsum Magnificat’ heeft aangevallen. De talrijke bijdragen kunnen moeilijk anders worden beschouwd dan als een systematische campagne met persoonlijke aanvallen en beschuldigingen, waarbij klaagster persoonlijk wordt aangevallen en onder meer beschuldigd wordt van ernstige feiten, zoals diefstal, oplichting, sociale fraude en dierenmishandeling. Hoewel de Raad voor de Journalistiek zich niet kan uitspreken over het waarheidsgehalte van elk van die beschuldigingen, is het duidelijk dat zij eenzijdig zijn geuit zonder enige kans tot wederwoord. De eigen houding van klaagster doet hier niet ter zake. De talrijke opdringerige contacten, zowel telefonisch als per mail, die Verbeeck heeft gehad met klaagster zelf en met mensen in haar omgeving, komen bovendien neer op een ernstige schending van de privacy van klaagster.
Verbeeck beroept zich ten onrechte op de grote vrijheid die hij zou genieten als auteur van een column of opiniebijdrage. De bijdragen die werden gepubliceerd in ‘Morsum Magnificat’ betreffen immers geen columns of opiniebijdragen, maar dienen zich aan als feitelijke berichtgeving. De Raad voor de Journalistiek stelt vast dat Erik Verbeeck de volgende beroepsethische inbreuken op de Code van Journalistieke beginselen heeft begaan:
- artikel 2: de feiten moeten onpartijdig verzameld en weergegeven worden;
- artikel 3: het onderscheid tussen de weergave van de feiten en de commentaren moet duidelijk merkbaar zijn;
- artikel 5: de uitgevers , de hoofdredacteuren en de journalisten moeten de individuele waardigheid en privacy respecteren; zij moeten iedere ongeoorloofde inmenging in persoonlijke pijn en smart vermijden, tenzij overwegingen in verband met de persvrijheid dit noodzakelijk maken. Deze uitzondering is hier niet van toepassing.
Mediarecht. Auteursrecht. Aanleiding is een artikel in Het Nieuwsblad van 19 mei 2014 onder de titel ‘Op consultatie in een stukje Kempens erfgoed’. Klager meent dat het artikel in Nieuwsblad veel informatie en een aantal passages nagenoeg ongewijzigd en zonder bronvermelding overneemt uit zijn artikel in Medi-Sfeer. De Raad acht de klacht gegrond:
Mediarecht. Sponsorboodschap. De VRM controleerde de uitzendingen van verschillende televisieomroepprogramma's (28 mei 2014, 16u-24u), waaronder VIER. Tijdens de onderzochte periode wordt een sponsorvermelding voor 'Chanel' uitgezonden. De spot
Mediarecht. Journalist Nick De Leu interviewt Liesbeth Homans in het artikel in P-magazine. Het interview verwijst geregeld en uitgebreid naar het boek ‘Thatcher aan de Schelde’ van auteur Jan Vranken. EPO, de uitgever, bezorgde onder embargo een manuscript van het boek aan journalisten van verschillende media. Klager zegt dat P-magazine de afspraken over een embargo met betrekking tot het boek ‘Thatcher aan de Schelde’ niet heeft nageleefd. De Raad acht de klacht gegrond.
Mediarecht. Sponsorboodschap. De VRM controleerde de uitzendingen van verschillende televisieomroeporganisaties (19 juni 2014, 17u-23u), waaronder Sport10 (NV Lint Media). Tijdens de onderzochte periode wordt het auto- en rallyprogramma 'Pitstoptv.be' uitgezonden. Voor de aanvang van het tweede deel van het programma wordt een sponsorvermelding voor www.ikrijslim.be uitgezonden. Volgens de VRM krijgt de sponsorboodschap het karakter van een reclameboodschap waardoor ze niet strookt met artikel 2, 41°, van het Mediadecreet. De VRM besluit Sport10 te waarschuwen voor deze inbreuk.
Mediarecht. Auteur David Van Reybrouck treedt op in een reportagereeks die is uitgezonden op Acht en die is gemaakt door de Nederlandse VPRO. De reeks onder de titel ‘Het België van ...’ bestaat uit vijf reportages. De aflevering met David Van Reybrouck bevat een gesprek van Van Reybrouck met zijn oom Kamiel Van Reybrouck over de rol van Alfons Van Reybrouck tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens het gesprek wordt gezegd dat Alfons Van Reybrouck nooit gestraft is. Klager zegt dat de woordkeuze ‘kleine garnaal’ verwijst naar crimineel gedrag, terwijl zijn vader na de oorlog formeel buiten vervolging is gesteld. De reportage had die buiten vervolgingstelling expliciet moeten vermelden. De Raad voor de Journalistiek oordeelt de klacht ongegrond en deels onontvankelijk..png)

Dagvaarding in derdenverzet tegen ex parte beschikking [
Verpakking. Reclamerecht. Verzoekster, een in Zwitserland gevestigde onderneming, verkoopt gekleurde contactlenzen zonder sterkte. Op de verpakking van deze producten is vermeld: “cosmetisch oogaccessoire waarvoor de Europese cosmeticarichtlijn geldt”. Het Landgericht Krefeld heeft in eerdere civiele zaken beslist dat het hier niet om medische hulpmiddelen in de zin van Vo. 1223/2009 gaat. In die zaken heeft het Oberlandesgericht Düsseldorf deze beslissing overgenomen, maar heeft tevens geoordeeld dat de verordening wel moet worden toegepast wegens het bovenvermelde op de verpakking van de lenzen. Door die vermelding wordt namelijk bij de consument de indruk gewekt dat het daadwerkelijk om een product in de zin van de Vo. gaat. Het Landgericht heeft in eerdere zaken geweigerd om de gevraagde voorlopige maatregel op te leggen, maar het Oberlandesgericht heeft alsnog bevolen het product in deze vorm niet langer in het economisch verkeer te brengen. Verzoekster is bij verzoekschrift van 30 januari 2014 tegen deze maatregel in verzet gekomen zodat de zaak weer voorligt bij het Landgericht.