Jaartal “1717” in luxe-merken: A-G ziet geen automatische nietigheid wegens misleiding
Conclusie AG HvJ EU 27 november 2025; IEF 23190; IEFbe 4076; ECLI:EU:C:2025:930 (Fauré Le Page Maroquinier SAS, Fauré Le Page Paris SAS tegen Goyard ST-Honoré SAS). Advocaat-generaal Emiliou bespreekt of twee Franse (woord/beeld)merken van Fauré Le Page Paris met het jaartal “1717” nietig moeten worden verklaard als misleidend onder artikel 3 lid 1 onder g van Richtlijn 2008/95 (weigering/nietigheid bij misleidende merken). Goyard betoogt dat “1717” consumenten doet geloven dat Fauré Le Page als onderneming al sinds 1717 bestaat en dat de luxe lederwaren daardoor een eeuwenoud vakmanschap, kwaliteit en prestige hebben, terwijl de huidige vennootschappen pas in 2009/2011 zijn opgericht. In Frankrijk zijn hierover verschillende uitspraken gedaan; na cassatie oordeelde de rechter in hoger beroep in 2021 dat “Paris 1717” bij het publiek een indruk van historische continuïteit kan wekken en dat dit bij luxegoederen relevant is. De Cour de cassation vraagt daarom of een (mogelijk fictief) jaartal in een merk kan volstaan voor “werkelijke misleiding of een voldoende ernstig risico van misleiding” en of misleiding ook kan gaan over info over de merkhouder die de productperceptie beïnvloedt.
V4 versus V4 Financial Partners: Gerecht bevestigt verwarringsgevaar ondanks zwakke onderscheidingskracht
Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23186; IEFbe 4074; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA). V4 Holding (Slowakije) vroeg EUIPO om het Uniemerk “V4 Financial Partners” (figuurmerk) ongeldig te verklaren. Volgens V4 Holding was er verwarringsgevaar met haar eerdere Slowaakse figuurmerk “V4” (voor diensten in klassen 35 en 36) en daarnaast met een niet-ingeschreven teken “V4” dat zij in Slowakije zou gebruiken. De Cancellation Division verklaarde het Uniemerk in 2022 volledig nietig op basis van art. 60(1)(a) jo. 8(1)(b) UMVo (relatieve nietigheidsgrond: verwarringsgevaar), en keek daarbij alleen naar het Slowaakse merk (proces-economie). V4 Financial Partners ging in beroep: de Board of Appeal gaf haar gelijk en verwees de zaak terug naar de Cancellation Division. V4 Holding stapte daarop naar het Gerecht. EUIPO wierp eerst nog op dat de advocaat van V4 Holding mogelijk niet onafhankelijk was (vermeende banden met de V4-groep), maar het Gerecht verwerpt dat: er is geen bewijs van een arbeidsrelatie of van banden die de onafhankelijkheid “manifest” aantasten.
Conclusie A-G Szpunar over art. 15 DSM-richtlijn: ruimte voor nationale regulering van de billijke vergoeding zonder aantasting van het exclusieve persuitgeversrecht
Conclusie AG HvJ EU 10 juli 2025, IEF 23193; IEFbe 4077; ECLI:EU:C:2025:552 (Meta Platforms Ireland Limited tegen Autorità per le Garanzie nelle Comunicazioni). In deze prejudiciële zaak vraagt de Italiaanse bestuursrechter (TAR Lazio) of de Italiaanse implementatie van artikel 15 DSM-richtlijn (richtlijn (EU) 2019/790) verenigbaar is met het Unierecht. Italië heeft in art. 43-bis van de auteurswet en in een AGCOM-besluit een stelsel ingevoerd waarbij persuitgevers voor het onlinegebruik van perspublicaties door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij (zoals Meta/Facebook) een “billijke vergoeding” kunnen bedingen, met daarbij (i) onderhandelingsplichten voor platforms, (ii) informatieverplichtingen om de economische waarde te kunnen bepalen, en (iii) een verbod om tijdens onderhandelingen de zichtbaarheid van uitgeverscontent te beperken. Verder krijgt AGCOM bevoegdheden om criteria voor de vergoeding vast te stellen, toezicht te houden, sancties op te leggen en als partijen geen akkoord bereiken (al dan niet ambtshalve) een bedrag vast te stellen. Meta stelt dat dit artikel 15 DSM doorkruist (dat exclusieve rechten zou geven, niet een vergoedingsrecht) en bovendien onevenredig ingrijpt in de vrijheid van ondernemerschap (art. 16 Handvest) en de contractvrijheid.
Op 18 december 2025 is op 92-jarige leeftijd overleden Prof. Mr. Herman Cohen Jehoram
Herman was van 1969 tot 1998 hoogleraar auteursrecht en recht van de industriële eigendom aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft in die jaren het auteursrecht in Nederland op de kaart gezet en vele generaties UvA-studenten in het recht van de intellectuele eigendom ingewijd.
Herman Cohen Jehoram heeft vroeg oog gehad voor de samenhang tussen het auteursrecht en het zich in de loop van de jaren ’80 ontwikkelende media- en informatierecht, die in 1986 leidde tot de oprichting van het Instituut voor Informatierecht.
Herman was gedurende vele jaren voorzitter van de Vereniging voor Auteursrecht, die onder zijn leiding tot grote bloei kwam. In 1977 richtte hij het tijdschrift Auteursrecht op, waarvan hij tot zijn emeritaat redactievoorzitter bleef.
Prejudiciële vragen gesteld over of het betalen met persoonsgegevens valt onder de oneerlijke handelspraktijk
Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 2 oktober 2025, IEF 23180; IEFbe 4071; IT 5050; C-643/25 (Verbraucherzentrale Bundesverband) via MinBuza. Verweerder is Meta Platforms Ireland, beheerder van Facebook. Verzoekster is een vereniging van consumentenbeschermingsorganisaties, en bekritiseert de vermelding op Facebook waar staat: ‘Facebook is en blijft gratis’. Volgens verzoekster is dit oneerlijk en misleidend, omdat de gebruiker ‘betaalt’ met het beschikbaar stellen van zijn persoonsgegevens. Het is de vraag of het betalen met persoonsgegevens valt onder de oneerlijke handelspraktijk van punt 20 van bijlage I bij richtlijn 2005/29.
GenAI-output als illegale inhoud? De implicaties van Gema v. OpenAI voor de toepassing van de DSA
Artikel door Kees Bulder (BumaStemra)
Sinds de opkomst van generatieve artificiële intelligentie (vanaf hier: genAI), is er in toenemende mate aandacht voor de positie van makers die hun bestaanszekerheid onder druk zien staan. In de schaduw van de fundamentele vraag of de genAI-modellen van AI-ontwikkelaars auteursrechtinbreuk maken, tekent zich ook een nieuwe vraag af: bestaat er in dit debat een juridische verantwoordelijkheid voor online platforms die overspoeld worden met genAI-output? Deze vraag blijkt bijzonder actueel, mede gelet op de recente uitspraak in de rechtszaak tussen Gema en OpenAI in Duitsland.[1] In essentie concludeerde de Duitse rechter dat OpenA inbreuk heeft gemaakt op Gema’s auteursrechten door zonder haar toestemming het welbekende genAI-model ChatGPT te trainen op auteursrechtelijk beschermde teksten van haar leden, onder meer gelet op de verveelvoudigingen die binnen dit genAI-model plaatsvinden en buiten de reikwijdte vallen van de auteursrechtbeperking op tekst- en datamining. Niet alleen heeft deze uitspraak mogelijk vergaande implicaties voor andere genAI-ontwikkelaars met een vergelijkbare genAI-architectuur, maar mogelijk ook voor aanbieders van online platforms waar miljoenen gebruikers genAI-output delen en verspreiden.
Gerecht EU: kans op verwarringsgevaar tussen "VAL --- ACRYL" en "Malacryl"
Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23178; IEFbe 4070; ECLI:EU:T:2025:1097 (Cin Valentine tegen EUIPO, DAW SE). Cin Valentine vordert in dit merkenrechtelijke geschil de vernietiging van een beslissing van de Kamer van Beroep van het EUIPO. Het gaat om een aanvraag voor het woordmerk “VAL --- ACRYL” voor waren in klasse 2 (verf). DAW SE had oppositie ingesteld op basis van haar oudere merk “Malacryl”, eveneens ingeschreven voor klasse 2. De Kamer van Beroep oordeelde dat er sprake is van verwarringsgevaar en wees de aanvraag af.
CEFA/EFFAS vs CFA: Gerecht bevestigt verwarringsgevaar en wijst beroep af
Gerecht EU 26 november 2025; IEF 23171; IEFbe 4069; ECLI:EU:T:2025:1067 (EFFAS tegen EUIPO en CFA). EFFAS vroeg een EU-beeldmerk aan met de woorden “CEFA EFFAS Certified European Financial Analyst” voor (o.a.) educatieve/publicatieproducten en opleidings- en examendiensten in klassen 9, 16 en 41. Het CFA Institute maakte oppositie op basis van het oudere EU-woordmerk “CFA” (met name voor klassen 16, 41 en 42). De Oppositieafdeling wees de aanvraag al deels af op grond van artikel 8(1)(b) EUTMR (verwarringsgevaar). In beroep oordeelde de Kamer van Beroep vervolgens dat er verwarringsgevaar bestaat, ten minste in Duitsland, voor vrijwel alle aangevraagde waren en diensten, behalve voor “stationery; writing instruments; writing materials” (klasse 16). EFFAS stapte daarna naar het Gerecht om die beslissing (voor het afgewezen deel) onderuit te halen.
Hof van Justitie laat hoger beroep May OOO niet toe
Gerecht EU 11 november 2025, IEF 23169; IEFbe 4068; ECLI:EU:C:2025:869 (MAY OOO tegen Schweppes, EUIPO). Met dit hoger beroep verzoekt MAY OOO om vernietiging van een arrest van het Gerecht [IEF 22567]. In die beslissing van het Gerecht werd een verzoek tot nietigverklaring van MAY OOO over de "MAY TEA" merken van Schweppes afgewezen. Volgens MAY OOO heeft het Gerecht onterecht geoordeeld dat er geen sprake was van verwarringsgevaar. May OOO verzoekt nu het Hof van Justitie derhalve om verduidelijking van de criteria voor de beoordeling van het verwarringsgevaar tussen twee merken die conceptueel identiek zijn maar visueel verschillen wegens het gebruik van verschillende alfabetten.
De Commissie start een consultatie over protocollen voor het voorbehouden van rechten op tekst- en datamining onder de AI-wet en de GPAI-gedragscode
This is to inform you that the Commission has launched a stakeholder consultation to support the implementation of the AI Act’s obligation for providers of general-purpose AI models to identify and comply with reservation of rights expressed by rightsholders. The consultation is open until 9 January 2026 and you can find more information together with the link to the consultation here.
Besides, the Commission is also collecting feedback on the rules to set for the establishment and operation of AI regulatory sandboxes as mandated by the AI Act. The public consultation is open until 6 January 2026 and you can find more information together with the link to the consultation here.





















