IEFBE 4301
10 september 2026
Uitspraak

Gerecht: oppositie tegen WALLAPOP raakt zonder voorwerp nadat oudere Spaanse merken tijdens procedure verstrijken

 
IEFBE 4300
10 september 2026
Uitspraak

Gerecht: verwarringsgevaar tussen FISH REVOLUTION en CANNED TUNA REVOLUTION! voor waren in klasse 29

 
IEFBE 4299
9 september 2026
Uitspraak

Gerecht: gebruik van NEAM als ondernemingsnaam is onvoldoende bewijs van normaal merkgebruik voor financiële diensten

 
IEFBE 4301

Gerecht: oppositie tegen WALLAPOP raakt zonder voorwerp nadat oudere Spaanse merken tijdens procedure verstrijken

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4301; ECLI:EU:T:2026:550 (wallapop), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-oppositie-tegen-wallapop-raakt-zonder-voorwerp-nadat-oudere-spaanse-merken-tijdens-procedure-verstrijken

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23815; IEFbe 4301; ECLI:EU:T:2026:550 (wallapop). Het Gerecht verwerpt het beroep van Unipreus tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO in de oppositieprocedure tegen het aangevraagde Uniebeeldmerk WALLAPOP. Unipreus had haar oppositie voor bepaalde diensten in klasse 35 gebaseerd op drie oudere Spaanse beeldmerken. In een eerder arrest uit 2018 had het Gerecht de toenmalige beslissing van de kamer van beroep gedeeltelijk vernietigd, omdat die ten onrechte had geoordeeld dat de betrokken diensten verschillend waren; het Gerecht stelde vast dat zij ten minste in geringe mate soortgelijk waren. Daarmee stond echter nog niet vast dat sprake was van verwarringsgevaar, omdat overeenstemming van de tekens en identiteit of soortgelijkheid van de waren of diensten cumulatieve voorwaarden zijn en de kamer van beroep destijds nog geen volledige beoordeling van het verwarringsgevaar had verricht. Nadat dat arrest definitief was geworden, moest de kamer van beroep opnieuw beslissen en daarbij zowel het eerdere arrest als relevante nieuwe omstandigheden meenemen. Tijdens die vervolgprocedure bleek dat de inschrijvingen van de oudere Spaanse merken wegens niet-vernieuwing waren verstreken; dit verlies van geldigheid was uiteindelijk bevestigd door definitieve nationale rechterlijke beslissingen van 25 oktober 2023 en 7 maart 2024.

IEFBE 4300

Gerecht: verwarringsgevaar tussen FISH REVOLUTION en CANNED TUNA REVOLUTION! voor waren in klasse 29

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4300; ECLI:EU:T:2026:536 (FISH REVOLUTION), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-verwarringsgevaar-tussen-fish-revolution-en-canned-tuna-revolution-voor-waren-in-klasse-29

Gerecht EU 9 september, IEF 23814; IEFbe 4300; ECLI:EU:T:2026:536 (FISH REVOLUTION). Het Gerecht verwerpt het beroep van Eurest Colectividades tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de oppositie van Fish Tales Holding tegen het aangevraagde Uniebeeldmerk FISH REVOLUTION gedeeltelijk was toegewezen op grond van artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001. De oppositie was gebaseerd op het oudere Uniemerk CANNED TUNA REVOLUTION!, ingeschreven voor onder meer vis, tonijn, visconserven, bereide vismaaltijden, geleien en eetbare oliën en vetten in klasse 29. Het relevante publiek bestaat uit het algemene publiek in de Europese Unie met een gemiddeld aandachtsniveau, waarbij de kamer van beroep haar beoordeling terecht richtte op het Grieks- en Hongaarstalige publiek dat de betrokken Engelse termen niet noodzakelijk begrijpt. Voor weigering van een Uniemerk is voldoende dat verwarringsgevaar bestaat bij een niet te verwaarlozen deel van het publiek in de Unie. De bestreden waren zijn, afhankelijk van de categorie, identiek of ten minste in geringe mate soortgelijk aan de waren van het oudere merk. Voor het relevante Grieks- en Hongaarstalige publiek heeft het gemeenschappelijke woord ‘revolution’ geen betekenis en is het daarom onderscheidend. Eurest had niet aangetoond dat dit woord op de levensmiddelenmarkt algemeen gebruikelijk, beschrijvend of louter aanprijzend is.

IEFBE 4299

Gerecht: gebruik van NEAM als ondernemingsnaam is onvoldoende bewijs van normaal merkgebruik voor financiële diensten

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4299; ECLI:EU:T:2026:552 (NEA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-gebruik-van-neam-als-ondernemingsnaam-is-onvoldoende-bewijs-van-normaal-merkgebruik-voor-financiele-diensten

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23813, IEFbe 4299; ECLI:EU:T:2026:552 (NEA). Het Gerecht verwerpt het beroep van Nord Est Asset Management tegen de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij haar oppositie tegen de Uniemerkaanvraag NEA van New Enterprise Associates was afgewezen omdat geen normaal gebruik was aangetoond van het oudere Uniebeeldmerk NEAM, ingeschreven voor ‘financial affairs; monetary affairs’ in klasse 36. Nadat New Enterprise Associates om bewijs van gebruik had verzocht, moest Nord Est Asset Management op grond van artikel 47, lid 2, van Verordening 2017/1001 aantonen dat het oudere merk van 18 oktober 2017 tot en met 17 oktober 2022 normaal was gebruikt in de Europese Unie. Het Gerecht benadrukt dat een teken dat tevens een ondernemingsnaam is in beginsel wel als merk kan worden gebruikt, maar dat het enkele gebruik ervan ter identificatie van de onderneming daarvoor niet volstaat. Er moet een zodanige band bestaan tussen het teken en de aangeboden diensten dat het teken wordt gebruikt overeenkomstig de wezenlijke functie van het merk, namelijk het waarborgen van de commerciële herkomst van die diensten. Normaal gebruik moet bovendien met solide en objectief bewijs van daadwerkelijk en voldoende gebruik op de relevante markt worden aangetoond.

IEFBE 4298

Gerecht: verwarringsgevaar tussen GOTCHA en ouder Uniemerk GONG CHA voor dranken en horecadiensten

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4298; ECLI:EU:T:2026:553 (GOTCHA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-verwarringsgevaar-tussen-gotcha-en-ouder-uniemerk-gong-cha-voor-dranken-en-horecadiensten

Gerecht EU 9 september, IEF 23812; IEFbe 4298; ECLI:EU:T:2026:553 (GOTCHA). Het Gerecht verwerpt het beroep van CFL Australia tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO, die de oppositie van Gong cha Global tegen de internationale registratie GOTCHA met aanwijzing van de Europese Unie had toegewezen op grond van artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001. De aanvraag ziet op onder meer thee-, koffie- en cacaoproducten in klasse 30, niet-alcoholische dranken in klasse 32 en horeca- en cateringdiensten in klasse 43; het oudere Uniewoordmerk GONG CHA is ingeschreven voor onder meer overeenkomstige waren en diensten. De kamer van beroep mocht haar beoordeling concentreren op Poolstalige consumenten: wanneer het oudere merk een Uniemerk is, volstaat het voor weigering dat verwarringsgevaar bestaat bij een deel van het publiek in de Europese Unie. Anders dan CFL Australia stelde, had de oppositieafdeling haar onderzoek bovendien niet uitsluitend op Portugeestalige consumenten gericht, maar op het niet-Portugees- en niet-Engelstalige publiek waarvoor de betrokken woordelementen geen relevante betekenis hebben. Ook de klacht over bewijs dat Gong cha Global pas in beroep had overgelegd, slaagt niet. De kamer van beroep baseerde haar beoordeling van het verwarringsgevaar namelijk niet op dat bewijs, dat was overgelegd ter onderbouwing van de gestelde verhoogde onderscheidingskracht en reputatie van het oudere merk, zodat de klacht in zoverre niet ter zake dienend was. Bovendien had de kamer van beroep gemotiveerd waarom het aanvullende bewijs volgens artikel 27, lid 4, van Gedelegeerde Verordening 2018/625 kon worden toegelaten. De waren en diensten zijn, afhankelijk van de categorie, identiek of in hoge mate soortgelijk: de diensten in klasse 43 zijn bijvoorbeeld identiek aan diensten in dezelfde klasse van het oudere merk, zodat een afzonderlijke vergelijking daarvan met waren uit klasse 30 niet nodig was.

IEFBE 4297

Gerecht: verwarringsgevaar tussen papyros by Modus en ouder merk PAPYRUS voor software en IT-diensten

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4297; ECLI:EU:T:2026:539 (papyros by Modus), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-verwarringsgevaar-tussen-papyros-by-modus-en-ouder-merk-papyrus-voor-software-en-it-diensten

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23811; IT 5512; IEFbe 4297; ECLI:EU:T:2026:539 (papyros by Modus). Het Gerecht verwerpt het beroep van Modus AE tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO waarbij het Uniemerk papyros by Modus op grond van artikel 60, lid 1, onder a, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001 nietig is verklaard wegens verwarringsgevaar met de oudere internationale woordmerkregistratie PAPYRUS, die werking heeft in de Europese Unie en is ingeschreven voor ‘gegevensverwerkingsapparatuur; computers’ in klasse 9. Het bestreden merk ziet, na beperking van de waren- en dienstenlijst, op software voor het beheer van bedrijfsdocumenten en workflows in klasse 9 en daarmee verband houdende softwarediensten in klasse 42. Het relevante publiek bestaat uit zakelijke afnemers met een verhoogd aandachtsniveau. Het Gerecht bevestigt dat de software in klasse 9 gemiddeld soortgelijk is aan de waren van het oudere merk vanwege onder meer hun complementariteit, overlappende afnemers en distributiekanalen en de mogelijkheid dat zij door dezelfde ondernemingen worden aangeboden. De diensten in klasse 42 zijn ten minste in geringe mate soortgelijk aan die waren, omdat zij tot dezelfde IT-sector behoren, zich tot dezelfde afnemers kunnen richten en gezamenlijk als geïntegreerde IT-oplossingen kunnen worden aangeboden. Het enkele verschil tussen software en hardware sluit soortgelijkheid dan ook niet uit. Het verzoek van Modus om het EUIPO op te dragen de registratie van het merk in stand te houden, wijst het Gerecht bovendien af wegens het ontbreken van bevoegdheid om het EUIPO dergelijke bevelen te geven.

IEFBE 4296

Gerecht: verwarringsgevaar tussen LOTO DEL SVR en ouder Uniemerk SVR voor cosmetica

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4296; ECLI:EU:T:2026:546 (LOTO DEL SVR), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-verwarringsgevaar-tussen-loto-del-svr-en-ouder-uniemerk-svr-voor-cosmetica

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23810; IEFbe 4296; ECLI:EU:T:2026:546 (LOTO DEL SVR). Het Gerecht verwerpt het beroep van Cosmetika tegen de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de inschrijving van het aangevraagde beeldmerk LOTO DEL SVR voor een groot deel van de waren in klasse 3 was geweigerd wegens verwarringsgevaar met het oudere Uniewoordmerk SVR van Laboratoires Svr. Cosmetika betoogde onder meer dat de kamer van beroep haar beoordeling niet had mogen baseren op de perceptie van het Italiaanstalige publiek, omdat de oppositieafdeling haar beoordeling op het Spaanstalige publiek had toegespitst. Het Gerecht verwerpt dat betoog. Vanwege de functionele continuïteit binnen het EUIPO en het devolutieve karakter van het beroep moet de kamer van beroep de oppositie volledig opnieuw beoordelen. Bovendien volstaat bij een ouder Uniemerk dat verwarringsgevaar bestaat bij een deel van het relevante publiek in de Unie. Laboratoires Svr hoefde daarom geen incidenteel beroep in te stellen om argumenten over onder meer het Italiaanstalige publiek aan te voeren. Ook mocht de kamer van beroep het voor het eerst in beroep overgelegde aanvullende bewijs daarover toelaten, omdat dit relevant was en reeds eerder ingediend bewijs aanvulde. Van schending van het recht om te worden gehoord was geen sprake, nu Cosmetika gelegenheid had gekregen om op deze argumenten te reageren. De twee marktstudies die Cosmetika pas bij het Gerecht overlegde, worden buiten beschouwing gelaten omdat zij dateren van na de bestreden beslissing en geen deel uitmaakten van het dossier voor het EUIPO.

IEFBE 4295

Gerecht: EUIPO beoordeelde bewijs van normaal gebruik van NUTRISTAR onvolledig en onjuist

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4295; ECLI:EU:T:2026:540 (Nutristar tegen EUIPO en Anielska en Tyrawski), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-euipo-beoordeelde-bewijs-van-normaal-gebruik-van-nutristar-onvolledig-en-onjuist

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23809; IEFbe 4295; ECLI:EU:T:2026:540 (Nutristar tegen EUIPO, Anielska en Tyrawski). Het Gerecht vernietigt gedeeltelijk de beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO inzake het Uniemerk NUTRISTAR. Tegen het merk was op grond van artikel 58, lid 1, onder a, van Verordening (EU) 2017/1001 een verzoek tot vervallenverklaring ingediend wegens het ontbreken van normaal gebruik gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar. In beroep bij het Gerecht beperkte Nutristar haar vordering tot de betrokken waren in de klassen 5 en 31. Het Gerecht benadrukt dat normaal gebruik moet worden aangetoond aan de hand van de plaats, tijd, omvang en aard van het gebruik en dat alle bewijsstukken in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld. Niet ieder afzonderlijk bewijsstuk hoeft alle aspecten van het gebruik te bewijzen. Uit de bestreden beslissing bleek echter niet dat de kamer van beroep alle beschikbare bewijsstukken daadwerkelijk in een volledige en globale beoordeling had betrokken: van de 37 door Nutristar in beroep overgelegde bijlagen waren verschillende stukken niet, of nauwelijks, meegenomen. Die klacht van Nutristar slaagt daarom.

IEFBE 4303

Gerecht: zwak onderscheidend vermogen van MOOVIT staat aan nietigverklaring van MOOVA AlmavivA Group in de weg

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4303; ECLI:EU:T:2026:548 (MOOVA AlmavivA Group), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-zwak-onderscheidend-vermogen-van-moovit-staat-aan-nietigverklaring-van-moova-almaviva-group-in-de-weg

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23820; IEFbe 4303; ECLI:EU:T:2026:548 (MOOVA AlmavivA Group). Het Gerecht vernietigt de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO voor zover daarin verwarringsgevaar was aangenomen tussen het Uniebeeldmerk MOOVA AlmavivA Group en het oudere Uniewoordmerk MOOVIT voor de nog aan de orde zijnde waren en diensten in de klassen 9 en 42. De betrokken waren in klasse 9 zijn deels identiek en deels in hoge mate soortgelijk, terwijl de diensten in klasse 42 deels identiek en deels in gemiddelde mate soortgelijk zijn. De beoordeling mocht worden toegespitst op het Frans- en Spaanstalige publiek van de Unie. Voor de waren in klasse 9 varieert het aandachtsniveau van gemiddeld tot bovengemiddeld en voor de diensten in klasse 42 is dit bovengemiddeld. Bij de tekenvergelijking is ‘moov(i)a’ het visueel dominante element van het aangevallen merk, maar ‘almaviva group’ is niet verwaarloosbaar en moet als secundair element worden meegewogen. Anders dan de kamer van beroep oordeelde, zal het relevante publiek MOOVIT bovendien opsplitsen in ‘moov’ en ‘it’ en begrijpen als de Engelse aansporing ‘move it’, waarmee het begrip beweging wordt opgeroepen. Omdat alle door het oudere merk gedekte waren en diensten verband houden met de mobiliteitssector, is het woordelement MOOVIT daarvoor beschrijvend en heeft het oudere merk slechts een zwak intrinsiek onderscheidend vermogen. De omstandigheid dat andere Uniemerken het bestanddeel ‘moov’ bevatten, doet daaraan niet af, omdat Almaviva niet heeft aangetoond dat dit bestanddeel daadwerkelijk op de relevante markt wordt gebruikt.

IEFBE 4293

HvJ EU: politieke parodie rechtvaardigt gebruik bekend merk alleen als belang van gebruiker zwaarder weegt

HvJ EU - CJUE 8 sep 2026, IEFBE 4293; ECLI:EU:C:2026:721 (Inter IKEA Systems), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-politieke-parodie-rechtvaardigt-gebruik-bekend-merk-alleen-als-belang-van-gebruiker-zwaarder-weegt

HvJ EU 8 september 2026, IEF 23802; IEFbe 4293; ECLI:EU:C:2026:721 (Inter IKEA Systems). In het arrest Inter IKEA Systems (C-298/23) beantwoordt de Grote kamer van het Hof van Justitie prejudiciële vragen van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel over de verhouding tussen de bescherming van bekende merken en de vrijheid van meningsuiting. Aanleiding is de campagne van Vlaams Belang uit 2022 onder de titel “IKEA-plan – Immigratie Kan Echt Anders”, waarin een politiek programma over de hervorming van het Belgische asiel- en immigratiebeleid werd gepresenteerd met tekens en visuele elementen die verwezen naar de bekende IKEA-merken en naar de montagehandleidingen van IKEA. Inter IKEA stelde wegens dit gebruik een merkinbreukvordering in tegen onder meer Algemeen Vlaams Belang en Vrijheidsfonds; de verwijzende rechter verklaarde die vordering uitsluitend ten aanzien van Vrijheidsfonds ontvankelijk. Vrijheidsfonds, dat de campagne namens en voor rekening van Vlaams Belang of zijn vertegenwoordigers voerde, erkende de IKEA-merken zonder toestemming te hebben gebruikt en stelde dat de bekendheid daarvan was benut om de politieke boodschap kracht bij te zetten en de verspreiding ervan te vergroten. De verwijzende rechter vraagt of de vrijheid van meningsuiting, waaronder politieke meningsuiting en politieke parodie, een “geldige reden” kan vormen in de zin van artikel 9 lid 2 onder c UMVo en artikel 10 lid 2 onder c en lid 6 Merkenrichtlijn. Het Hof maakt daarbij eerst onderscheid tussen twee juridische routes. Artikel 9 lid 2 onder c UMVo en artikel 10 lid 2 onder c Merkenrichtlijn zien op gebruik van een bekend merk in het economische verkeer voor waren of diensten. Artikel 10 lid 6 Merkenrichtlijn laat daarentegen nationale bescherming toe tegen gebruik anders dan ter onderscheiding van waren of diensten; voor Benelux-merken is die bescherming opgenomen in artikel 2.20 lid 2 onder d BVIE. Een dergelijk gebruik kan zowel binnen als buiten het economische verkeer plaatsvinden, maar is in ieder geval geen gebruik voor waren of diensten. Het Hof kan op basis van de verwijzingsbeslissing niet vaststellen onder welke route het gebruik door Vrijheidsfonds valt en laat die beoordeling aan de nationale rechter. Daarbij is van belang dat ook een vereniging zonder winstoogmerk in het economische verkeer kan handelen wanneer zij als marktdeelnemer optreedt. Een politiek programma is op zichzelf geen waar of dienst, maar gebruik van een merk bij bijvoorbeeld politieke bijeenkomsten, op reclamemateriaal of in promotionele onlinecontent kan onder omstandigheden wel als gebruik voor waren of diensten worden aangemerkt.

IEFBE 4294

Oorspronkelijk gepubliceerd op AI-Forum.

Auteursrecht op door AI gegenereerde output? De VS en EU zijn kritisch, maar India opent de deur


Kan een werk auteursrechtelijk beschermd zijn wanneer de vormgeving volledig door een AI-systeem is bepaald? Ja, aldus het Indiase Copyright Office. Het door DABUS gegenereerde beeld A Recent Entrance to Paradise voldoet aan de originaliteitsdrempel. DABUS kan zelf geen auteur zijn, maar zijn ontwikkelaar Stephen Thaler wel. Dezelfde Thaler wiens verzoek om bescherming van hetzelfde werk een halfjaar terug in de Verenigde Staten nog definitief strandde. Slaat India daarmee een andere route in dan de VS en naar alle waarschijnlijkheid ook de Europese Unie? Dat lichten we toe.