IEFBE 4306
16 september 2026
Uitspraak

EUIPO mocht nieuw bewijs in FITNESS-zaak niet automatisch meenemen

 
IEFBE 4305
16 september 2026
Uitspraak

Fissore en CristianoFissore stemmen voldoende overeen voor verwarringsgevaar

 
IEFBE 4304
16 september 2026
Uitspraak

Geen verwarringsgevaar tussen KROMAT en CROMA

 
IEFBE 4306

EUIPO mocht nieuw bewijs in FITNESS-zaak niet automatisch meenemen

Gerecht EU - Tribunal UE 10 okt 2019, IEFBE 4306; ECLI:EU:T:2019:737 (Nestlé tegen European Food), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/euipo-mocht-nieuw-bewijs-in-fitness-zaak-niet-automatisch-meenemen

Gerecht EU 10 oktober 2019, IEF 23834; IEFbe 4306; ECLI:EU:T:2019:737 (Nestlé tegen EUIPO en European Food). Nestlé registreerde het Uniewoordmerk FITNESS voor onder meer levensmiddelen, ontbijtgranen en niet-alcoholische dranken. European Food vroeg om nietigverklaring van het merk omdat FITNESS volgens haar beschrijvend was en onderscheidend vermogen miste. Tijdens een eerdere beroepsprocedure diende European Food aanvullend bewijs in bij de kamer van beroep. Die kamer liet het bewijs buiten beschouwing omdat het pas in beroep was ingediend. Het Gerecht vernietigde die beslissing in 2016. Het Hof van Justitie liet dat oordeel in 2018 in stand. Na die vernietiging boog een andere kamer van beroep zich opnieuw over de zaak. Zij ging ervan uit dat zij het eerder ingediende bewijs nu moest meenemen. Mede op basis van dat bewijs verklaarde zij het merk FITNESS nietig wegens het beschrijvende karakter en het ontbreken van onderscheidend vermogen.

IEFBE 4305

Fissore en CristianoFissore stemmen voldoende overeen voor verwarringsgevaar

Gerecht EU - Tribunal UE 16 sep 2026, IEFBE 4305; ECLI:EU:T:2026:565 (Fissore tegen Paraggi), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/fissore-en-cristianofissore-stemmen-voldoende-overeen-voor-verwarringsgevaar

Gerecht EU 16 september 2026, IEF 23833; IEFbe 4305; ECLI:EU:T:2026:565 (Fissore tegen EUIPO en Paraggi). Fissore vraagt registratie van een Uniebeeldmerk met het woord Fissore in een gestileerd figuur dat een deel van het publiek als een vis zal herkennen. Paraggi maakt bezwaar op basis van het oudere Uniebeeldmerk CristianoFissore. Beide merken zien onder meer op kleding in klasse 25. De kamer van beroep van het EUIPO neemt verwarringsgevaar aan. Het Gerecht bevestigt eerst dat het relevante publiek een gemiddeld aandachtsniveau heeft. Volgens Fissore behoren haar producten tot het luxesegment en letten consumenten daarom beter op. Dat is niet bepalend. De merkaanvraag ziet algemeen op kleding, schoenen en hoofddeksels en is niet beperkt tot luxeproducten. Voor de beoordeling telt de omschrijving van de waren waarvoor het merk is aangevraagd, niet hoe Fissore haar producten feitelijk verkoopt. Ook verschillen in prijs, kwaliteit en verkoopkanalen veranderen de vergelijking van de waren niet. Kleding en hoofddeksels zijn deels identiek aan de waren waarvoor normaal gebruik van het oudere merk is aangetoond. Schoenen zijn gemiddeld soortgelijk aan de kleding van het oudere merk. Hoe beide merken op dit moment in de markt worden gebruikt, speelt bij die beoordeling geen rol.

IEFBE 4304

Geen verwarringsgevaar tussen KROMAT en CROMA

Gerecht EU - Tribunal UE 16 sep 2026, IEFBE 4304; ECLI:EU:T:2026:566 (Absara Industrial tegen EUIPO en Hansgrohe SE), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-kromat-en-croma

Gerecht EU 16 september 2026, IEF 23832; IEFbe 4304; ECLI:EU:T:2026:566 (Absara Industrial tegen EUIPO, Hansgrohe SE). Absara Industrial vraagt registratie van het Uniewoordmerk KROMAT voor onder meer badkamer- en sanitaire producten. Hansgrohe maakt bezwaar op basis van haar oudere merk CROMA. De kamer van beroep van het EUIPO ziet voor een deel van de producten verwarringsgevaar tussen beide merken. Absara betwist eerst dat het EUIPO aanvullend bewijs van Hansgrohe mocht toelaten nadat de oorspronkelijke termijn was verstreken. Het Gerecht volgt dat niet. De ontbrekende bijlagen stonden al in de tijdig ingediende inhoudsopgave, met een beschrijving en het aantal pagina’s. Het EUIPO mocht daarom aannemen dat een technisch probleem een rol speelde. Ook als dat niet zo was, mocht het EUIPO de stukken als aanvullend bewijs toelaten. Absara kreeg bovendien alsnog de gelegenheid daarop te reageren, zodat haar recht om te worden gehoord gewaarborgd bleef. Ook het oordeel over het normale gebruik van CROMA blijft in stand. De facturen, omzetgegevens, catalogi, brochures en productcodes vormen samen voldoende bewijs. De zes facturen hadden betrekking op 526 douchekoppen en douchesets en waren verspreid over meerdere jaren en verschillende lidstaten. Dat Hansgrohe aan distributeurs verkocht en niet rechtstreeks aan eindgebruikers, maakt dat niet anders. Ook professionele afnemers en wederverkopers kunnen deel uitmaken van het relevante publiek.

IEFBE 4302

Gerecht: geen verwarringsgevaar tussen MOOVA AlmavivA Group en MOOVIT voor software en IT-diensten

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4302; ECLI:EU:T:2026:547 (MOOVA AlmavivA Group), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-geen-verwarringsgevaar-tussen-moova-almaviva-group-en-moovit-voor-software-en-it-diensten

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23819; IEFbe 4302; ECLI:EU:T:2026:547 (MOOVA AlmavivA Group). Het Gerecht vernietigt de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO voor zover daarin verwarringsgevaar was aangenomen tussen het Uniebeeldmerk MOOVA AlmavivA Group en het oudere Uniewoordmerk MOOVIT voor de nog betrokken waren en diensten in de klassen 9 en 42. De waren in klasse 9 zijn deels identiek en deels in hoge mate soortgelijk; de diensten in klasse 42 zijn deels identiek en deels in gemiddelde mate soortgelijk. De kamer van beroep mocht haar beoordeling richten op het Frans- en Spaanstalige publiek van de Unie. Voor de waren in klasse 9 bestaat dat publiek uit zowel professionele gebruikers met een bovengemiddeld aandachtsniveau als, in mindere mate, het algemene publiek met een gemiddeld aandachtsniveau; voor de diensten in klasse 42 gaat het om professionals met een bovengemiddeld aandachtsniveau. Bij de tekenvergelijking oordeelt het Gerecht dat ‘moov(i)a’ weliswaar het visueel dominante element van het aangevallen merk is, maar dat ‘almaviva group’ niet verwaarloosbaar is, omdat dit element de commerciële herkomst van de waren en diensten aanduidt en daarom in de vergelijking moet worden betrokken. Anders dan de kamer van beroep meende, zal het relevante publiek bovendien MOOVIT ontleden in ‘moov’ en ‘it’ en begrijpen als de Engelse aansporing ‘move it’, waarmee het begrip beweging wordt opgeroepen. Omdat de betrokken waren en diensten verband houden met mobiliteit, is dit betekenisaspect beschrijvend of evocatief en heeft het oudere merk slechts een zwak intrinsiek onderscheidend vermogen. Dat er andere merken met het bestanddeel ‘moov’ in registers voorkomen, maakt dat niet anders, nu Almaviva de daadwerkelijke aanwezigheid van dat bestanddeel op de relevante markt niet had aangetoond.

IEFBE 4301

Gerecht: oppositie tegen WALLAPOP raakt zonder voorwerp nadat oudere Spaanse merken tijdens procedure verstrijken

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4301; ECLI:EU:T:2026:550 (wallapop), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-oppositie-tegen-wallapop-raakt-zonder-voorwerp-nadat-oudere-spaanse-merken-tijdens-procedure-verstrijken

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23815; IEFbe 4301; ECLI:EU:T:2026:550 (wallapop). Het Gerecht verwerpt het beroep van Unipreus tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO in de oppositieprocedure tegen het aangevraagde Uniebeeldmerk WALLAPOP. Unipreus had haar oppositie voor bepaalde diensten in klasse 35 gebaseerd op drie oudere Spaanse beeldmerken. In een eerder arrest uit 2018 had het Gerecht de toenmalige beslissing van de kamer van beroep gedeeltelijk vernietigd, omdat die ten onrechte had geoordeeld dat de betrokken diensten verschillend waren; het Gerecht stelde vast dat zij ten minste in geringe mate soortgelijk waren. Daarmee stond echter nog niet vast dat sprake was van verwarringsgevaar, omdat overeenstemming van de tekens en identiteit of soortgelijkheid van de waren of diensten cumulatieve voorwaarden zijn en de kamer van beroep destijds nog geen volledige beoordeling van het verwarringsgevaar had verricht. Nadat dat arrest definitief was geworden, moest de kamer van beroep opnieuw beslissen en daarbij zowel het eerdere arrest als relevante nieuwe omstandigheden meenemen. Tijdens die vervolgprocedure bleek dat de inschrijvingen van de oudere Spaanse merken wegens niet-vernieuwing waren verstreken; dit verlies van geldigheid was uiteindelijk bevestigd door definitieve nationale rechterlijke beslissingen van 25 oktober 2023 en 7 maart 2024.

IEFBE 4300

Gerecht: verwarringsgevaar tussen FISH REVOLUTION en CANNED TUNA REVOLUTION! voor waren in klasse 29

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4300; ECLI:EU:T:2026:536 (FISH REVOLUTION), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-verwarringsgevaar-tussen-fish-revolution-en-canned-tuna-revolution-voor-waren-in-klasse-29

Gerecht EU 9 september, IEF 23814; IEFbe 4300; ECLI:EU:T:2026:536 (FISH REVOLUTION). Het Gerecht verwerpt het beroep van Eurest Colectividades tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de oppositie van Fish Tales Holding tegen het aangevraagde Uniebeeldmerk FISH REVOLUTION gedeeltelijk was toegewezen op grond van artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001. De oppositie was gebaseerd op het oudere Uniemerk CANNED TUNA REVOLUTION!, ingeschreven voor onder meer vis, tonijn, visconserven, bereide vismaaltijden, geleien en eetbare oliën en vetten in klasse 29. Het relevante publiek bestaat uit het algemene publiek in de Europese Unie met een gemiddeld aandachtsniveau, waarbij de kamer van beroep haar beoordeling terecht richtte op het Grieks- en Hongaarstalige publiek dat de betrokken Engelse termen niet noodzakelijk begrijpt. Voor weigering van een Uniemerk is voldoende dat verwarringsgevaar bestaat bij een niet te verwaarlozen deel van het publiek in de Unie. De bestreden waren zijn, afhankelijk van de categorie, identiek of ten minste in geringe mate soortgelijk aan de waren van het oudere merk. Voor het relevante Grieks- en Hongaarstalige publiek heeft het gemeenschappelijke woord ‘revolution’ geen betekenis en is het daarom onderscheidend. Eurest had niet aangetoond dat dit woord op de levensmiddelenmarkt algemeen gebruikelijk, beschrijvend of louter aanprijzend is.

IEFBE 4299

Gerecht: gebruik van NEAM als ondernemingsnaam is onvoldoende bewijs van normaal merkgebruik voor financiële diensten

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4299; ECLI:EU:T:2026:552 (NEA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-gebruik-van-neam-als-ondernemingsnaam-is-onvoldoende-bewijs-van-normaal-merkgebruik-voor-financiele-diensten

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23813, IEFbe 4299; ECLI:EU:T:2026:552 (NEA). Het Gerecht verwerpt het beroep van Nord Est Asset Management tegen de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij haar oppositie tegen de Uniemerkaanvraag NEA van New Enterprise Associates was afgewezen omdat geen normaal gebruik was aangetoond van het oudere Uniebeeldmerk NEAM, ingeschreven voor ‘financial affairs; monetary affairs’ in klasse 36. Nadat New Enterprise Associates om bewijs van gebruik had verzocht, moest Nord Est Asset Management op grond van artikel 47, lid 2, van Verordening 2017/1001 aantonen dat het oudere merk van 18 oktober 2017 tot en met 17 oktober 2022 normaal was gebruikt in de Europese Unie. Het Gerecht benadrukt dat een teken dat tevens een ondernemingsnaam is in beginsel wel als merk kan worden gebruikt, maar dat het enkele gebruik ervan ter identificatie van de onderneming daarvoor niet volstaat. Er moet een zodanige band bestaan tussen het teken en de aangeboden diensten dat het teken wordt gebruikt overeenkomstig de wezenlijke functie van het merk, namelijk het waarborgen van de commerciële herkomst van die diensten. Normaal gebruik moet bovendien met solide en objectief bewijs van daadwerkelijk en voldoende gebruik op de relevante markt worden aangetoond.

IEFBE 4298

Gerecht: verwarringsgevaar tussen GOTCHA en ouder Uniemerk GONG CHA voor dranken en horecadiensten

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4298; ECLI:EU:T:2026:553 (GOTCHA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-verwarringsgevaar-tussen-gotcha-en-ouder-uniemerk-gong-cha-voor-dranken-en-horecadiensten

Gerecht EU 9 september, IEF 23812; IEFbe 4298; ECLI:EU:T:2026:553 (GOTCHA). Het Gerecht verwerpt het beroep van CFL Australia tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO, die de oppositie van Gong cha Global tegen de internationale registratie GOTCHA met aanwijzing van de Europese Unie had toegewezen op grond van artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001. De aanvraag ziet op onder meer thee-, koffie- en cacaoproducten in klasse 30, niet-alcoholische dranken in klasse 32 en horeca- en cateringdiensten in klasse 43; het oudere Uniewoordmerk GONG CHA is ingeschreven voor onder meer overeenkomstige waren en diensten. De kamer van beroep mocht haar beoordeling concentreren op Poolstalige consumenten: wanneer het oudere merk een Uniemerk is, volstaat het voor weigering dat verwarringsgevaar bestaat bij een deel van het publiek in de Europese Unie. Anders dan CFL Australia stelde, had de oppositieafdeling haar onderzoek bovendien niet uitsluitend op Portugeestalige consumenten gericht, maar op het niet-Portugees- en niet-Engelstalige publiek waarvoor de betrokken woordelementen geen relevante betekenis hebben. Ook de klacht over bewijs dat Gong cha Global pas in beroep had overgelegd, slaagt niet. De kamer van beroep baseerde haar beoordeling van het verwarringsgevaar namelijk niet op dat bewijs, dat was overgelegd ter onderbouwing van de gestelde verhoogde onderscheidingskracht en reputatie van het oudere merk, zodat de klacht in zoverre niet ter zake dienend was. Bovendien had de kamer van beroep gemotiveerd waarom het aanvullende bewijs volgens artikel 27, lid 4, van Gedelegeerde Verordening 2018/625 kon worden toegelaten. De waren en diensten zijn, afhankelijk van de categorie, identiek of in hoge mate soortgelijk: de diensten in klasse 43 zijn bijvoorbeeld identiek aan diensten in dezelfde klasse van het oudere merk, zodat een afzonderlijke vergelijking daarvan met waren uit klasse 30 niet nodig was.

IEFBE 4297

Gerecht: verwarringsgevaar tussen papyros by Modus en ouder merk PAPYRUS voor software en IT-diensten

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4297; ECLI:EU:T:2026:539 (papyros by Modus), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-verwarringsgevaar-tussen-papyros-by-modus-en-ouder-merk-papyrus-voor-software-en-it-diensten

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23811; IT 5512; IEFbe 4297; ECLI:EU:T:2026:539 (papyros by Modus). Het Gerecht verwerpt het beroep van Modus AE tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO waarbij het Uniemerk papyros by Modus op grond van artikel 60, lid 1, onder a, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001 nietig is verklaard wegens verwarringsgevaar met de oudere internationale woordmerkregistratie PAPYRUS, die werking heeft in de Europese Unie en is ingeschreven voor ‘gegevensverwerkingsapparatuur; computers’ in klasse 9. Het bestreden merk ziet, na beperking van de waren- en dienstenlijst, op software voor het beheer van bedrijfsdocumenten en workflows in klasse 9 en daarmee verband houdende softwarediensten in klasse 42. Het relevante publiek bestaat uit zakelijke afnemers met een verhoogd aandachtsniveau. Het Gerecht bevestigt dat de software in klasse 9 gemiddeld soortgelijk is aan de waren van het oudere merk vanwege onder meer hun complementariteit, overlappende afnemers en distributiekanalen en de mogelijkheid dat zij door dezelfde ondernemingen worden aangeboden. De diensten in klasse 42 zijn ten minste in geringe mate soortgelijk aan die waren, omdat zij tot dezelfde IT-sector behoren, zich tot dezelfde afnemers kunnen richten en gezamenlijk als geïntegreerde IT-oplossingen kunnen worden aangeboden. Het enkele verschil tussen software en hardware sluit soortgelijkheid dan ook niet uit. Het verzoek van Modus om het EUIPO op te dragen de registratie van het merk in stand te houden, wijst het Gerecht bovendien af wegens het ontbreken van bevoegdheid om het EUIPO dergelijke bevelen te geven.

IEFBE 4296

Gerecht: verwarringsgevaar tussen LOTO DEL SVR en ouder Uniemerk SVR voor cosmetica

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4296; ECLI:EU:T:2026:546 (LOTO DEL SVR), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-verwarringsgevaar-tussen-loto-del-svr-en-ouder-uniemerk-svr-voor-cosmetica

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23810; IEFbe 4296; ECLI:EU:T:2026:546 (LOTO DEL SVR). Het Gerecht verwerpt het beroep van Cosmetika tegen de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de inschrijving van het aangevraagde beeldmerk LOTO DEL SVR voor een groot deel van de waren in klasse 3 was geweigerd wegens verwarringsgevaar met het oudere Uniewoordmerk SVR van Laboratoires Svr. Cosmetika betoogde onder meer dat de kamer van beroep haar beoordeling niet had mogen baseren op de perceptie van het Italiaanstalige publiek, omdat de oppositieafdeling haar beoordeling op het Spaanstalige publiek had toegespitst. Het Gerecht verwerpt dat betoog. Vanwege de functionele continuïteit binnen het EUIPO en het devolutieve karakter van het beroep moet de kamer van beroep de oppositie volledig opnieuw beoordelen. Bovendien volstaat bij een ouder Uniemerk dat verwarringsgevaar bestaat bij een deel van het relevante publiek in de Unie. Laboratoires Svr hoefde daarom geen incidenteel beroep in te stellen om argumenten over onder meer het Italiaanstalige publiek aan te voeren. Ook mocht de kamer van beroep het voor het eerst in beroep overgelegde aanvullende bewijs daarover toelaten, omdat dit relevant was en reeds eerder ingediend bewijs aanvulde. Van schending van het recht om te worden gehoord was geen sprake, nu Cosmetika gelegenheid had gekregen om op deze argumenten te reageren. De twee marktstudies die Cosmetika pas bij het Gerecht overlegde, worden buiten beschouwing gelaten omdat zij dateren van na de bestreden beslissing en geen deel uitmaakten van het dossier voor het EUIPO.