Weigering merkregistratie ExactCut vanwege gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht EU 5 februari 2025, IEF 22537; IEFbe 3867; ECLI:EU:T:2025:136 (ExactCut s. r. o. tegen EUIPO) In de zaak tussen ExactCut en het EUIPO heeft het Gerecht zich uitgesproken over de weigering van de inschrijving van het figuurlijke merk ExactCut. De aanvraag werd afgewezen door het EUIPO omdat het merk niet voldeed aan de eisen van onderscheidend vermogen. De Kamer van Beroep van het EUIPO had geoordeeld dat het teken beschrijvend was voor de producten en diensten waarvoor de aanvraag was ingediend, en dus geen onderscheidend vermogen had. Het Gerecht bevestigt deze beoordeling. Het merk ExactCut bestaat uit de Engelse woorden exact (precisie) en cut (gesneden), die samen de kenmerken van de betrokken producten en diensten beschrijven. De Kamer van Beroep stelde vast dat deze woorden door het relevante publiek onmiddellijk als beschrijvingen van de producten en diensten worden herkend, zonder verdere reflectie. Het Gerecht onderschrijft deze conclusie en merkt op dat het teken een voldoende direct en concreet verband moet hebben met de producten of diensten, zodat het publiek het teken direct als beschrijving herkent. Het Gerecht benadrukt dat de beoordeling van het onderscheidend vermogen moet plaatsvinden op basis van de algehele indruk die het merk maakt, met inachtneming van de kenmerken van het teken als geheel. Het concludeert dat, hoewel het merk grafisch is gepresenteerd met kleuren die de woorden scheiden, de woorden zelf nog steeds de kenmerken van de producten en diensten beschrijven en geen onderscheidend vermogen bezitten.
Artikelen: Towards a European Research Freedom Act
Recent zijn er twee artikelen gepubliceerd die voortkomen uit hetzelfde onderzoeksproject, met als overkoepelende thema "Ruimte voor onderzoeksgebruik in het auteursrecht". De auteurs, Martin Senftleben, Kacper Szkalej, Caterina Sganga en Thomas Margoni, onderzoeken de impact van het EU-auteursrecht op wetenschappelijk onderzoek en identificeren belangrijke knelpunten in het huidige juridische kader. Het eerste artikel richt zich op de beperkingen die onderzoekers ervaren door gefragmenteerde en restrictieve onderzoeksuitzonderingen, onduidelijke toegangsregels, verouderde vereisten voor niet-commercieel gebruik, en juridische onzekerheden veroorzaakt door de driestappentoets. Daarnaast worden obstakels zoals betaalmuren, technologische beschermingsmaatregelen en contractuele beperkingen benadrukt. Empirische data tonen aan dat deze barrières grensoverschrijdend onderzoek belemmeren. De auteurs pleiten voor wetgevende hervormingen, waaronder een verplichte, open onderzoeksvrijstelling, verduidelijking van toegangsregels, en ondersteuning voor moderne onderzoeksmethoden zoals text- en datamining. Het tweede artikel belicht de rol van secundaire publicatierechten (SPR) in het bevorderen van Open Science en de Europese Onderzoeksruimte (ERA). SPR wordt gezien als een krachtig instrument om auteurs in staat te stellen hun werk onder bepaalde voorwaarden vrij te delen, wat bijdraagt aan een rechtvaardiger en efficiënter onderzoekslandschap. Beide artikelen onderstrepen de noodzaak van hervormingen in het EU-auteursrecht om wetenschappelijk onderzoek beter te faciliteren en de belangen van onderzoekers en auteursrechthebbenden beter in evenwicht te brengen. De voorstellen van de auteurs bieden waardevolle inzichten voor het creëren van een flexibeler en toekomstbestendig juridisch kader voor onderzoek in de digitale samenleving.
Afwijzing van de registratie van een positiemerk wegens gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht van de Europese Unie 5 februari 2025, IEF 22536; IEFbe 3866; ECLI:EU:T:2025:134 (VistaJet ltd. tegen EUIPO). In deze zaak verzoekt VistaJet ltd. het Gerecht om de nietigverklaring van de beslissing van het EUIPO, waarbij de aanvraag voor registratie van een EU merk is afgewezen. Het merk betreft een horizontale rode streep op de zilveren romp van een privévliegtuig. Het Gerecht oordeelt dat het aangevraagde merk geen onderscheidend vermogen heeft. Het aangevraagde merk is een positiemerk, gekarakteriseerd door de specifieke plaatsing van de rode streep op de zilveren romp van het vliegtuig, die van de neus naar de staart loopt, boven de vleugels. De beoordeling van het merk werd gebaseerd op de vraag of het merk voldoende onderscheidend is voor de gevraagde diensten. Het Gerecht oordeelt dat de rode lijn op de zilveren romp van het vliegtuig geen onderscheidend vermogen heeft voor de diensten waarvoor registratie wordt aangevraagd, te weten privévliegtuigvervoer en vluchtplanningsdiensten. Het Gerecht merkt op dat het aangevraagde merk een simpele geometrische lijn is, die in wezen niet in staat is om een boodschap over te brengen die consumenten zich zouden kunnen herinneren. Het merk bestaat uit een rode lijn op een zilveren romp, wat door het relevante publiek als een decoratief element wordt beschouwd. Het Gerecht bevestigt dat, volgens vaste jurisprudentie, een merk dat bestaat uit een eenvoudige geometrische figuur, zoals een lijn, niet in staat is om onderscheidend te zijn, tenzij het merk door gebruik onderscheidend vermogen heeft verworven.
Artikel geschreven door Simon Geiregat, Universiteit Gent.
Auteursrechtelijke trollen na Antwerpen nu ook in Gent aanbeland?

Na het hof van beroep te Antwerpen spreekt nu ook het hof te Gent zich uit in de PIXSY/OnLineArt-arrestenreeks, zie [IEFbe 3829]. Het Gentse hof maakt zich daarin onder meer uitdrukkelijk de redeneringen van zijn Antwerpse evenknie eigen, maar gaat ook in op een aantal aspecten die in de arresten uit de (andere) Scheldestad nog niet aan bod kwamen. Zo geeft het uitdrukkelijk aan dat het gepast is om de schadevergoeding te verhogen om te compenseren voor het feit dat de auteur de mogelijkheid werd ontzegd om al dan niet toestemming te geven, maar zonder dit naar Antwerps voorbeeld te rechtvaardigen met de theorie van de gemiste kans als grondslag. Voorts legt het de beweerde beheersvennootschap OnLineArt onder de microscoop, om te oordelen dat de tarieven van deze coöperatieve vennootschap niet bewezen representatief zijn. Bovendien gaat het hof te Gent ook in op de bewering dat PIXSY een auteursrechtelijke troll zou zijn en pas in de gerechtelijke fase haar stelplicht heeft voldaan, en concludeert het tegen die achtergrond tot rechtsmisbruik. Tot slot biedt het arrest ook voor de praktizijn een waardevolle inkijk omwille van de bedragen en percentages die het hof van beroep te Gent hanteert om de schadevergoeding forfaitair naar billijkheid te begroten.
UPC overzicht: 4 t/m 10 februari 2025

UPC CFI LD Mannheim 4 februari 2025, IEF 22529, IEFbe 3863; UPC_CFI_218/2023 (Panasonic tegen Xiaomi). Partijen zijn overeengekomen de vordering wegens inbreuk en de vordering tot nietigverklaring in te trekken. Omdat dit verzoek tot intrekking is ingediend voor de afronding van de tussenprocedure, moet in beginsel 40% van de gerechtskosten worden vergoed aan partijen. Gezien de uiterst complexe aard van de procedure inzake octrooi-inbreuk, die wordt gekenmerkt door een vrijwel onoverzichtelijk aantal wederzijdse verzoeken tot geheimhoudingsbescherming en overlegging van stukken, wordt vergoeding van meer dan 40% niet passend geacht. Het verzoek om terugbetaling van 60% in plaats van 40% op grond van Rule 370.9 (e) RoP wordt dus afgewezen.
Afwijzing van merkinschrijving "Biorepair" wegens beschrijvende aard

Gerecht van de Europese Unie 29 januari 2025, IEF 22530; IEFbe 3864; ECLI:EU:T:2025:108 (Coswell SpA tegen EUIPO). In deze zaak verzoekt Coswell SpA om de vernietiging van de beslissing van de Kamer van Beroep van het EUIPO, die de inschrijving van het merk Biorepair voor verschillende producten heeft geweigerd. De Kamer van Beroep heeft geoordeeld dat de merknaam beschrijvend is voor de betrokken producten, die voornamelijk betrekking hebben op mondverzorging en tandheelkundige producten, en dat het merk geen onderscheidend vermogen bezit. Coswell SpA stelt dat de Kamer van Beroep ten onrechte heeft geoordeeld dat het merk "biorepair" beschrijvend was. Zij stelt dat het merk suggestief is en niet direct beschrijvend. Bovendien wijst Coswell op de merkregistraties in andere landen, zoals Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. Het Gerecht bevestigt de beslissing van de Kamer van Beroep en oordeelt dat de term "biorepair", samengesteld uit de woorden "bio" en "repair", door het Engelstalige publiek direct wordt begrepen als "biologische reparatie", wat beschrijvend is voor de producten die het merk beoogt. Het Gerecht stelt dat de Kamer van Beroep zowel de afzonderlijke woorden "bio" en "repair" als de betekenis van hun combinatie in zijn geheel heeft beoordeeld. Er wordt opgemerkt dat er geen mentale inspanning van het relevante publiek vereist is om de beschrijvende betekenis van het merk te begrijpen. Daarnaast benadrukt het Gerecht dat de merkregistraties in andere landen geen invloed hebben op de beoordeling van de inschrijfbaarheid van het merk binnen de Europese Unie. Het Gerecht wijst erop dat het systeem van merkregistraties van de EU autonoom is en onafhankelijk van andere nationale systemen werkt. Beslissingen in derde landen over de inschrijving van een merk hebben geen effect op de beoordeling van de inschrijfbaarheid in de Europese Unie.
Uitspraak ingezonden door Michaël de Vroey, Simont Braun.
Vordering handelsnaam "Fruitful Berries" afgewezen

Ondernemingsrechtbank Antwerpen 22 januari 2025, IEFbe 3862; A/24/5502 (Frescura en Fruitful-Berries tegen Fruitful Ventures) Frescura en Fruitful-Berries stellen rechten te kunnen laten gelden op de handelsnaam Fruitfull-Berries. Zij menen dat Fruitful Ventures, voorheen Olympic Food Group, door deze naamswijziging hun rechten op deze handelsnaam schenden. Frescura en Fruitful-Berries vorderen de veroordeling van Fruitful Ventures de staking van het gebruik van de handelsnaam.
Verwarringsgevaar tussen SYC en SYR

Gerecht van de Europese Unie 29 januari 2025, IEF 22520; IEFbe 3859; ECLI:EU:T:2025:111 (Atusa Grupo Empresarial SA tegen EUIPO, Hans Sasserath GmbH & Co. KG) Het Gerecht heeft uitspraak gedaan in de zaak tussen Atusa Grupo Empresarial SA, het EUIPO en Hans Sasserath GmbH & Co. KG over een oppositieprocedure rond het EU-beeldmerk SYC. Atusa heeft een aanvraag ingediend voor de inschrijving van dit merk voor verwarmings-, koel- en sanitaire installaties. Hans Sasserath heeft oppositie ingesteld op basis van zijn oudere woordmerk SYR, dat ook is geregistreerd voor soortgelijke installaties. De Oppositieafdeling van het EUIPO heeft de aanvraag afgewezen vanwege verwarringsgevaar voor het Spaanstalige deel van het publiek. Atusa heeft beroep ingesteld, maar de Kamer van Beroep heeft de afwijzing bevestigd.
Rood label op matras mist onderscheidend vermogen, kan niet als positiemerk worden ingeschreven

Gerecht van de Europese Unie 29 januari 2025, IEF 22522; IEFbe 3861; ECLI:EU:T:2025:107 (Doorinn GmbH tegen EUIPO). Het Gerecht heeft uitspraak gedaan in de zaak tussen Doorinn GmbH en het EUIPO over de weigering van de inschrijving van een positiemerk. Doorinn had een aanvraag ingediend voor een positiemerk, bestaande uit een rood label dat zich aan de onderkant van een matras bevindt, op de verticaal lopende rand in het onderste derde gedeelte. De aanvraag betrof matrassen en medische matrassen. De onderzoeker van het EUIPO heeft de aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van onderscheidend vermogen. De Kamer van Beroep heeft dit besluit bevestigd en geoordeeld dat het teken geen onderscheidend vermogen heeft, omdat het met het uiterlijk van de waren versmelt en niet aanzienlijk afwijkt van de norm of de gangbare praktijken in de sector. Het Gerecht onderzoekt of de Kamer van Beroep terecht heeft geoordeeld dat het teken geen onderscheidend vermogen heeft. Het stelt vast dat het teken een positiemerk is, dat niet als losstaand element van het matras kan worden gezien, maar versmelt met de vorm van een deel van de waar. Daarom is terecht het criterium toegepast dat dergelijke tekens alleen onderscheidend vermogen hebben als zij aanzienlijk afwijken van wat gebruikelijk is in de sector. Het Gerecht stelt vast dat de relevante kringen bestaan uit alle consumenten van de Unie en dat de beoordeling van het onderscheidend vermogen gebaseerd moet zijn op de algehele indruk, waarbij rekening wordt gehouden met de kenmerken van het teken als geheel.
Gerecht bevestigt beslissing EUIPO: beeldmerk ‘Frosty’ stuit op oppositie vanwege verwarringsgevaar

Gerecht EU 29 januari 2025, IEF 22521, IEFbe 3860; ECLI:EU:T:2025:113 (Apellant tegen EUIPO). Appellant heeft bij het EUIPO een aanvraag tot inschrijving van het beeldmerk dat links is afgebeeld ingediend. De klassen zijn milkshakes, (ijs)koffie en (ijs)thee. Opposant heeft verzet aangetekend tegen deze inschrijving op basis van het beeldmerk dat rechts is afgebeeld. Dit Spaanse beeldmerk is ingeschreven voor ‘granizado’, oftewel frisdranken, andere niet-alcoholische dranken, vruchtendranken, siropen en andere preparaten voor de bereiding van dranken. Het EUIPO heeft dit verzet gegrond verklaard en later het beroep van appellant verworpen. Het oordeelde dat er voldoende bewijs was geleverd van het effectieve gebruik van het andere merk voor soortgelijke waren, waardoor er sprake was van verwarringsgevaar. Appellant verzoekt nu het Gerecht om dit besluit nietig te verklaren. Ter ondersteuning van dit beroep voert appellant twee middelen aan: ze stelt dat het normale merk niet is aangetoond wat betreft de plaats, tijd omvang en aard, en daarnaast betoogt ze dat de Kamer van Beroep onterecht tot de conclusie gekomen dat er sprake is van verwarringsgevaar.