Gepubliceerd op donderdag 6 augustus 2026
IEFBE 4271
Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) ||
6 aug 2026,
Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 6 aug 2026,, IEFBE 4271; (Tribù tegen [verweersters]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/la-mer-mirante-en-penida-meubels-maken-inbreuk-of-dreigen-inbreuk-te-maken-op-model-en-auteursrechten-van-tribu

Uitspraak ingezonden door Alexander Heirwegh en Dieter Delarue, Co & Delarue

La Mer-, Mirante- en Penida-meubels maken inbreuk of dreigen inbreuk te maken op model- en auteursrechten van Tribù

Ondernemingsrechtbank Brussel 22 juli 2026, IEF 23735; IEFbe 4271; A/25/02427; A/25/03798 (Tribù tegen [verweersters]). In deze samengevoegde zaken stelt Tribù, een Belgische onderneming die actief is in het ontwerp, de productie en de commercialisering van outdoor designmeubilair, dat twee Griekse vennootschappen via een website en commerciële documentatie de La Mer plus sofa, La Mer sofa, La Mer plus lounge armchair, La Mer sunlounger, Mirante dining armchair en Penida armchair afbeelden en aanbieden. Volgens Tribù maken deze meubels inbreuk op vier ingeschreven Uniemodellen en een internationaal model dat in de Europese Unie bescherming geniet, alsmede op haar auteursrechten op de Tosca sofa, Tosca lounge chair, Tosca lounger, Amanu dining chair en Suro armchair. Tribù vordert onder meer vaststelling en staking van de modelrechtelijke en auteursrechtelijke inbreuken, oplegging van een dwangsom en verstrekking van informatie over de herkomst en verhandeling van de aangevochten meubels. Verweersters betwisten onder meer de internationale bevoegdheid van de Belgische rechter, de geldigheid en beschermingsomvang van de ingeroepen modellen, de auteursrechtelijke bescherming, de gestelde inbreuken en het procesbelang van Tribù ten aanzien van enkele inmiddels offline gehaalde meubels. Zij beroepen zich voor de La Mer sunlounger tevens op een verklaring uit 2019. In reconventie vorderen zij nietigverklaring van de modelregistraties, staking van een beweerdelijk misleidende marktpraktijk door Tribù en schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding.

De rechtbank oordeelt dat zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de modelrechtelijke en auteursrechtelijke vorderingen, uitsluitend voor zover deze betrekking hebben op inbreuken of dreigende inbreuken op Belgisch grondgebied of op België gerichte handelingen. De enkele technische toegankelijkheid van een buitenlandse website vanuit België volstaat niet, maar Tribù hoeft in het bevoegdheidsstadium evenmin een voltooide Belgische verkoop, levering of factuur aan te tonen. De professionele commerciële presentatie van de meubels, gecombineerd met de mogelijkheid om vanuit België contact op te nemen of offerte-informatie te vragen, levert voldoende concrete aanknopingspunten op om de dreiging van een Belgische inbreuk niet louter hypothetisch te achten. De ingeroepen modellen zijn geldig, omdat de aangevoerde voorbekendheden hun specifieke algemene indruk niet wegnemen; het eigen karakter kan voortvloeien uit de concrete combinatie en schikking van afzonderlijk bekende elementen. De Tosca-, Amanu- en Suro-ontwerpen genieten tevens auteursrechtelijke bescherming, beperkt tot de concrete zichtbare combinaties van vormkeuzes die uitdrukking geven aan vrije en creatieve keuzes. De aangevochten meubels nemen de dominante vormkenmerken van de betrokken Tribù-ontwerpen over. De verschillen in onder meer afmetingen, helling, poten, vlechtwerk, kussens, hoofdsteun, afwerking en onderstel leiden niet tot een andere algemene indruk en doen evenmin af aan de herkenbare overname van de auteursrechtelijk beschermde creatieve vormcombinaties. Ook de commerciële online afbeelding of presentatie van een meubel kan een modelrechtelijke gebruikshandeling of minstens een dreigende inbreuk opleveren, zodat het ontbreken van bewezen productie of verkoop en het offline halen van afbeeldingen het procesbelang niet wegnemen. De verklaring uit 2019 houdt geen algemene afstand in van modelrechtelijke of auteursrechtelijke aanspraken ten aanzien van latere of voortgezette handelingen. De rechtbank stelt vast dat sprake is van modelrechtelijke en auteursrechtelijke inbreuken, althans dreigende inbreuken, en beveelt verweersters deze te staken voor zover de handelingen in België plaatsvinden of op Belgische klanten, ondernemingen of marktdeelnemers zijn gericht. Het bevel omvat mede op België gerichte websites, digitale brochures, catalogi, offerteprocedures en commerciële communicatie, maar vormt geen algemeen Unie- of wereldwijd verbod. Verweersters krijgen vijftien kalenderdagen na betekening voor noodzakelijke technische aanpassingen, zonder gedurende die termijn nieuwe Belgische aanbiedingen, verkopen of leveringen te mogen verrichten. Daarna geldt een dwangsom van € 2.000 per afzonderlijke inbreuk, met een maximum van € 200.000. Binnen dertig kalenderdagen moeten zij, beperkt tot België, informatie verstrekken over aanbiedingen, verkopen, leveringen, invoer en distributie, betrokken professionele afnemers en tussenpersonen, aantallen, data en bedragen, offerteaanvragen en genomen maatregelen om verdere inbreuken te voorkomen. Voor zover Tribù een ruimer informatiebevel, een ruimere territoriale werking of verdergaande maatregelen vordert, worden die vorderingen afgewezen. De reconventionele nietigheidsvordering wordt ontvankelijk maar ongegrond verklaard; de overige tegenvorderingen worden afgewezen. Hoewel Tribù niet in de volledige omvang van haar vorderingen wordt gevolgd, worden verweersters wegens het overwegende gelijk van Tribù hoofdelijk en ondeelbaar veroordeeld tot de dagvaardingskosten van € 1.663,18 in zaak A/25/02427 en € 1.908,33 in zaak A/25/03798, alsmede tot een rechtsplegingsvergoeding van € 10.000. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande ieder rechtsmiddel en zonder kantonnement, behoudens de wettelijke beperkingen.

22. Dat betekent echter niet dat Tribù reeds op het niveau van de bevoegdheid een effectieve verkoop, levering of factuur in België moet bewijzen. Voor de bevoegdheid volstaat dat uit de op datum van dagvaarding bestaande elementen redelijkerwijze blijkt dat een Belgische inbreuk of dreigende Belgische inbreuk niet louter hypothetisch is.

124. De toets vereist niet dat ieder afzonderlijk element van de modellen van Tribù nieuw of ongekend zou zijn. Het eigen karakter kan voortvloeien uit de concrete combinatie en schikking van bekende elementen, voor zover die combinatie bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekt dan het vormgevingserfgoed. Dat is voor elk van de ingeroepen modellen het geval.

162. Ook de Mirante dining armchair en de Penida armchair nemen de dominante vormkenmerken van respectievelijk de Amanu dining chair en de Suro armchair over. Dat voor deze modellen geen effectieve productie, invoer, verkoop of levering in België is bewezen, verhindert niet dat hun commerciële afbeelding of presentatie een relevante gebruikshandeling, minstens een dreigende inbreuk, kan vormen. De verschillen waarop [verweersters] wijzen, waaronder het afwijkende onderstel van de Penida armchair, zijn onvoldoende om de algemene indruk te wijzigen.