Gepubliceerd op maandag 24 april 2023
IEFBE 3640
HvJ EU - CJUE ||
20 apr 2023
HvJ EU - CJUE 20 apr 2023, IEFBE 3640; ECLI:EU:C:2023:307 (Blue Air Aviation), https://ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-muziekwerk-als-achtergrondmuziek-in-vervoermiddel-is-een-mededeling-aan-het-publiek

HvJ EU: muziekwerk als achtergrondmuziek in vervoermiddel is een mededeling aan het publiek

HvJ EU 20 april 2023, IEF 21376; IEFBe 3640; ECLI:EU:C:2023:307 (Blue Air Aviation tegen UCMR) Het Europese Hof van Justitie doet uitspraak in de gevoegde zaken C-775/21 en C-826/21. In de eerste zaak ging het om het uitzenden van achtergrondmuziek in passagiersvliegtuigen. In de tweede zaak om het in treinen beschikbaar stellen van faciliteiten waarmee muziekwerken kunnen worden meegedeeld aan het publiek. De verzoeken om een prejudiciële beslissing betreffen de uitlegging van artikel 3 van richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij.

De zaak C-775/21

De Curte de Apel București had verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen (https://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-over-geluidsinstallatie-in-vliegtuig). Zo wilde de Curte weten of het uitzenden van een muziekwerk bij het opstijgen, landen of tijdens de vlucht een mededeling is aan het publiek in de zin van artikel 3 lid 1 van richtlijn 2001/29. En zo ja, is de aanwezigheid van geluidsinstallatie voldoende grond voor een weerlegbaar vermoeden dat in dat vliegtuig muziekwerken aan het publiek worden meegedeeld? Zo nee, is de aanwezigheid van voornoemde geluidsinstallatie aan boord van het vliegtuig voldoende grond voor een weerlegbaar vermoeden dat in dat vliegtuig muziekwerken aan het publiek worden meegedeeld?

De zaak C-826/21

In deze zaak stelde de Curte de volgende vragen aan het Hof (https://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-over-geluidsinstallatie-in-trein). Is sprake van een mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3 van richtlijn 2001/29 EG indien een spoorvervoerder treinwagons gebruikt waarin geluidsinstallaties zijn geïnstalleerd met het oog op de mededeling van informatie aan reizigers? Staat laatstgenoemde artikel in de weg aan een nationale regeling waarin een weerlegbaar vermoeden van mededeling aan het publiek is neergelegd dat is gebaseerd op de aanwezigheid van geluidsinstallaties indien die verplicht zijn uit hoofde van andere wettelijke bepalingen inzake de activiteit van de vervoerder?

Het Hof (Zesde kamer) verklaart voor recht:

1)      Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij moet aldus worden uitgelegd dat de uitzending van een muziekwerk als achtergrondmuziek in een vervoermiddel voor passagiers een mededeling aan het publiek in de zin van deze bepaling is.

2)      Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 en artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom moeten aldus worden uitgelegd dat het plaatsen aan boord van een vervoermiddel van een geluidsinstallatie en in voorkomend geval software waarmee achtergrondmuziek kan worden uitgezonden, geen mededeling aan het publiek vormt in de zin van deze bepalingen.

3)      Artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115 moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling als uitgelegd door de nationale rechterlijke instanties, die een weerlegbaar vermoeden instelt dat er muziekwerken aan het publiek worden meegedeeld indien er in een vervoermiddel een geluidsinstallatie aanwezig is.