Gepubliceerd op donderdag 10 maart 2016
IEFBE 1721
Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise ||
9 mrt 2016
Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 9 mrt 2016, IEFBE 1721; ECLI:NL:RBDHA:2016:247 (Porsche tegen Rotterdamse gedaagde), https://ie-forum.be/artikelen/woonplaats-gedaagde-doet-er-niet-toe-bij-samenloop-benelux-en-gemeenschapsmerken-porsche

Woonplaats gedaagde doet er niet toe bij samenloop Benelux en Gemeenschapsmerken PORSCHE

Rechtbank Den Haag 9 maart 2016, IEF 15750 ; IEFbe 1721; ECLI:NL:RBDHA:2016:2477 (Porsche tegen Rotterdamse gedaagde)
Bevoegdheidsincident. Samenloop Gemeenschapsmerk en Beneluxmerk. Porsche vordert nietigverklaring Beneluxmerk P@RSCHE, staking van met Gemeenschapsmerk overeenstemmend gebruik en bij eisvermeerdering doorhaling Gemeenschapsmerkdepots. Gedaagde is woonachtig in Rotterdam en dus zou die rechtbank bevoegd zijn. Deze rechtbank is exclusief bevoegd voor doorhaling van Gemeenschapsmerken op grond van artikel 96 GMVo en de uitvoeringswet. Het gevorderde in het bevoegdheidsincident wordt afgewezen.
 

3.3. De rechtbank Rotterdam is in beginsel bevoegd kennis te nemen van de bij dagvaarding ingestelde vorderingen, vermeld in 2.1 onder A, B, D en E, omdat gedaagde woonplaats heeft in het arrondissement Rotterdam. Dit volgt voor de vordering onder A uit 4.6 BVIE1. Voor zover moet worden aangenomen dat de EEX-Vo2 prevaleert boven het BVIE, volgt de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter uit artikel 24 lid 4 EEX-Vo en de relatieve bevoegdheid van de rechtbank Rotterdam uit 4.6 BVIE of artikel 99 Rv3. Voor wat betreft de vorderingen onder B, D en E volgt de relatieve bevoegdheid eveneens uit artikel 99 Rv.

3.4. Volgens Porsche is deze rechtbank exclusief bevoegd voor de vordering tot doorhaling van de depots van de Gemeenschapsmerken op grond van artikel 96 GMVo4. De stelling is onjuist omdat een vordering met deze strekking in dat artikel niet is vermeld. Voor zover de vordering moet worden opgevat als een vordering tot nietigverklaring van een Gemeenschapsmerk geldt dat artikel 96 GMVo uitsluitend exclusieve bevoegdheid toekent aan een rechtbank voor het Gemeenschapsmerk indien sprake is van een reconventionele vordering. Een vordering tot nietigverklaring van een Gemeenschapsmerk kan overigens alleen bij het in artikel 52 bedoelde Bureau worden ingesteld. Op deze vordering dient – daargelaten de ontvankelijkheid – dus in beginsel evenzeer te worden beslist door de rechtbank Rotterdam.

3.5. Aan de vordering vermeld onder 2.1 onder C is echter onder meer inbreuk op de Gemeenschapsmerken van Porsche ten grondslag gelegd. Deze rechtbank is exclusief bevoegd die vordering te beoordelen op grond van artikel 95 lid 1 juncto de artikelen 96 sub a en 97 lid 1 GMVo en artikel 3 van de Uitvoeringswet E.G.-verordening inzake het Gemeenschapsmerk. De zaak kan in zoverre niet naar Rotterdam worden verwezen.
De overige vorderingen hangen bovendien nauw samen met deze inbreukvordering. Het door [gedaagde] gedeponeerde teken maakt namelijk volgens Porsche inbreuk op de Gemeenschapsmerken van Porsche omdat het daarmee verwarringwekkend overeenstemt terwijl om dezelfde reden het Beneluxmerk zou moeten wijken voor de oudere Gemeenschapsmerken van Porsche. Onder die omstandigheden is aan te nemen dat, nu in ieder geval bevoegdheid toekomt aan de Nederlandse rechter, deze rechtbank relatief bevoegd is ook kennis te nemen van deze samenhangende vorderingen.