Gepubliceerd op donderdag 29 oktober 2026
IEFBE 4373
Unified Patent Court (UPC) ||
9 okt 2026,
Unified Patent Court (UPC) 9 okt 2026,, IEFBE 4373; UPC-CoA-69/2026; UPC-CoA-71/2026; UPC-CoA-72/2026 (NST tegen Qualcomm), https://ie-forum.be/artikelen/upc-coa-onjuiste-of-onvolledige-rechtsmiddelenvoorlichting-rechtvaardigt-geen-herstel-van-beroepstermijn

UPC CoA: Onjuiste of onvolledige rechtsmiddelenvoorlichting rechtvaardigt geen herstel van beroepstermijn

UPC CoA 9 oktober 2026, IEF 23790; IEFbe 4373; UPC-CoA-69/2026; UPC-CoA-71/2026; UPC-CoA-72/2026 (Network System Technologies tegen Qualcomm). In deze zaak tussen Network System Technologies (NST) en Qualcomm staat de vraag centraal of een gemiste beroepstermijn kan worden hersteld wanneer een rechterlijke beslissing onvolledige rechtsmiddelenvoorlichting bevat. NST had bij de lokale divisie München van het UPC inbreukprocedures aangespannen tegen Qualcomm met betrekking tot drie Europese octrooien. Daarbij had NST op grond van Rule 190 van het RoP verzocht om overlegging van bewijs. De lokale divisie wees deze verzoeken af in haar beslissingen van 11 maart 2026. NST stelde hiertegen beroep in, maar het Court verklaarde de beroepen tegen de afwijzing van de bewijsverzoeken niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de toepasselijke beroepstermijn van vijftien dagen. NST verzocht vervolgens op grond van Rule 320 RoP om herstel van haar rechten. NST voerde aan dat de beslissingen van de lokale divisie uitsluitend waren aangeduid als 'decisions' en dat de rechtsmiddelenvoorlichting een beroepstermijn van twee maanden vermeldde. Bovendien waren de afwijzingen van de bewijsverzoeken niet opgenomen in het dictum van de beslissingen. Volgens NST kon haar daarom niet worden verweten dat zij de beroepstermijn van vijftien dagen had gemist.

Het Court volgt dit standpunt niet. Onder verwijzing naar de eerdere uitspraak in AIM tegen Supponor [IEF 22028] benadrukt het Court dat de kwalificatie van een rechterlijke uitspraak als 'decision' of 'order' wordt bepaald door de inhoud en niet door de benaming van het document. Een zorgvuldig handelende procesvertegenwoordiger moet daarom zelfstandig vaststellen welke beslissingen in een uitspraak zijn opgenomen en welke beroepstermijnen daarop van toepassing zijn. Daarbij mag niet uitsluitend worden afgegaan op de titel van het document, het dictum of de verstrekte rechtsmiddelenvoorlichting. Volgens het Court had voor NST duidelijk moeten zijn dat de verzoeken om overlegging van bewijs waren afgewezen en dat daartegen binnen vijftien dagen beroep moest worden ingesteld. Het ontbreken van de afwijzingen in het dictum en de onvolledige rechtsmiddelenvoorlichting leveren geen uitzonderlijke omstandigheden op die het termijnverzuim verschoonbaar maken. Het Court benadrukt dat deze regels de rechtszekerheid van andere partijen en de efficiëntie van de procedure dienen. Het verzoek om herstel van rechten wordt afgewezen.

26. It should have been clear – and indeed was clear – to NST that the R. 190-Application was rejected in the grounds of the impugned decisions. It follows that it should also have been clear that this constituted an order as meant in R. 220.1(c) RoP and therefore needed to be appealed within 15 days of its service. The failure of its inclusion in the ‘requests section’ and the operative part is a mere ‘obvious slip’. NST unsuccessfully questions this. There is no doubt whatsoever that the MLD rejected the R. 190 RoP-Applications in its impugned decisions (see paras. 27-29 of the Order). The fact that  the impugned decisions do not bear the title ‘order’, that the R. 190-Application was not in the ‘requests section’, and that the appeal information was missing cannot change that.

27. It follows from the above that a representative exercising due care should not determine the applicable appeal period solely based on the heading of the document as ‘decision’ or ‘order’, the appeal information provided by the Court and the operative part. Rather he/she should take  cognisance of its content, identify each decision contained therein as either an order or decision on the substance of it, and apply the applicable appeal period based on the UPCA and Rules of Procedure, independently of the (incomplete or erroneous) appeal information provided in the decision.

34. NST’s failure to lodge a timely appeal from the clear rejection of its R. 190 RoP-Applications thus cannot be considered to be caused in whole or to a decisive extent by the formal errors made by the Court.

35. The UPCA and Rules of Procedure as clarified by the Court of Appeal do not constitute excessive formalism or a particularly strict construction of a procedural rule, as NST argues, but rather serve legal certainty for other parties and procedural efficiency. Reference is made to paras. 34 and 25 of the Order respectively.