Gepubliceerd op donderdag 15 september 2022
IEFBE 3540
EUIPO - BHIM - OHMI ||
30 aug 2022
EUIPO - BHIM - OHMI 30 aug 2022, IEFBE 3540; (Portal Golf tegen Augusta National), https://ie-forum.be/artikelen/reputatiebewijs-uit-het-verenigd-koninkrijk-na-brexit

Uitspraak ingezonden door Hidde Koenraad, Boekx Advocaten.

Reputatiebewijs uit het Verenigd Koninkrijk na Brexit

Board of Appeal EUIPO 30 augustus 2022, IEF 20952, IEFbe 3540; R 2204/2021-1 (Portal Golf tegen Augusta National) Augusta National heeft oppositie ingesteld tegen het verzoek tot inschrijving van een beeldmerk van Portal Golf. Bij besluit van 22 oktober 2021 heeft de oppositie-afdeling (hierna: afdeling) het gemeenschapsmerk geweigerd op grond van artikel 8 lid 5 van de European Union trade mark regulation (Verordening (EU) 2017/1001 inzake het Uniemerk). Hiertegen stelde Portal Golf beroep in. De verzoeker was het niet eens met de manier waarop de afdeling de reputatie van het oudere merk ‘Masters’ binnen de EU analyseerde. De verzoeker stelt onder meer dat het gebruik niet binnen de EU plaatsvond omdat het wel werd uitgezonden in het VK, maar dat het VK inmiddels geen deel meer uitmaakt van de EU. Met betrekking tot dit argument van de verzoeker oordeelde de afdeling dat alhoewel de ‘thuisbasis’ van het ‘Masters’-toernooi zich in de VS bevindt, het oudere merk een grensoverschrijdende reputatie heeft die zich ook uitstrekt over de EU. De kamer stelt vast dat de afdeling de reputatie van het oudere merk inderdaad vooral vaststelde op basis van bewijsmateriaal dat werd geleverd met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk. De kamer stelt echter vast dat het bestreden besluit gebaseerd is op de redenering dat uitzendingen door Britse zenders ook worden ontvangen het publiek in het Engelstalige deel van de EU en door golfliefhebbers die er gewend aan zijn geraakt de ‘Masters’-toernooien te bekijken via deze Engelse zenders.

Daarnaast toont het bewijs van Augusta National de reputatie aan van het oudere merk in verschillende landen van de EU. De bevindingen uit het bestreden besluit omtrent de reputatie van het oudere merk worden dan ook door de kamer bekrachtigd. De kamer stelt vast dat er sprake is van een gelijkenis tussen de merken die het relevante publiek in staat stelt een verband te leggen tussen de merken. Door de kamer wordt aangegeven dat er vervolgens niet een daadwerkelijke afbreuk aan het merk moet worden vastgesteld, maar dat er bewezen moet worden dat er een serieus risico bestaat dat een dergelijke afbreuk in de toekomst zal plaatsvinden. Er wordt door de kamer vastgesteld dat het litigieuze merk in dit geval ongerechtvaardigd voordeel trekt uit het onderscheidend vermogen van het oudere merk. De kamer stelt dat hoe groter de reputatie van het oudere merk is, hoe meer belangstelling het publiek zal hebben voor het merk dat geassocieerd wordt met die reputatie. De kamer komt daarom tot het oordeel dat de oppositie succesvol is op grond van artikel 8 lid 5 van de verordening en op grond van het oudere merk ‘Masters’. Het beroep moet daarom worden afgewezen.

28. Regarding the applicant’s first argument, the Opposition Division concluded that whilst the home of the ‘Masters’ tournament is in the US, the documents provided by the opponent demonstrate that the earlier mark enjoys a significant spillover and trans-border reputation from the US to the EU at least for ‘entertainment in the nature of golf tournaments’. The Board notes that the Opposition Division acknowledged the reputation mainly on the basis of the evidence provided for the UK. However, the contested decision is based on the convincing reasoning that broadcasting by UK-based channels (BBC and Sky) will be received at least by part of the public under analysis, such as that in the English-speaking part of the EU (Ireland and Malta) as well as by golf enthusiasts who have become used to watching the opponent’s tournament through these UK-based television channels over the years.

30. Moreover, and most importantly, the evidence submitted by the opponent proves the reputation of the earlier mark – in the sense of a required threshold of knowledge among the relevant public – in several countries of the EU, for example in France, Germany, Italy and the Netherlands.

61. The three types of risk mentioned in Article 8(5) EUTMR are separate, so the finding of one is sufficient for the provision to apply. The assessment of the risk of injury is a result of a multi-factor examination. These factors influence each other and must be taken into account in combination. In the present case, the use of the contested mark takes unfair advantage of the distinctive character of the earlier marks as a result of several factors.

62. The relevant public, consisting of golf players and golf enthusiasts, will associate the sign ‘MASTERS’ with the most important golf competition globally. The higher the reputation of the earlier mark, the more interest the public will give to the mark associated with that reputation. In the present case, there is a high probability that the image and the characteristics that the earlier mark projects will be transferred to the contested sign and will raise interest in the contested goods and services marketed under the contested sign. This will give the goods marketed under the contested sign an advantage, as they will attract the attention of the public from among all of the possible trade marks for the contested goods and services, bringing to mind the earlier trade mark. In this way, the contested sign will receive an unfair ‘boost’ as a result of being linked to the opponent’s reputed mark in the minds of the relevant consumers. However, this attention would not be due to the applicant’s own efforts but rather to the earlier mark’s power of attraction and the opponent’s marketing efforts to promote it over many years.