3 sep 2026,
HvJ EU: socialmediapost kan auteursrechtelijk beschermd werk zijn; algemeen verbod op commercieel voordeel bij actualiteitsverslaggeving niet toegestaan
HvJ EU 3 september 2026, IEF 23795; IT 5499; IEFbe 4288; ECLI:EU:C:2026:682 (CY tegen Gândul Media Network SRL en HO). CY, een Roemeense lerares, publiceert op Facebook een tekst van 22 regels waarin zij ouders laat weten geen cadeaus te willen ontvangen bij de start van het schooljaar. Enkele dagen later neemt journalist HO de tekst integraal over in een artikel op de website van het online dagblad Gândul, zonder voorafgaande toestemming van CY. Volgens de verwijzingsbeslissing worden haar naam en een hyperlink naar de Facebookpagina pas later toegevoegd. Nadat de Roemeense rechters in eerste aanleg en hoger beroep oordelen dat de tekst niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt, vraagt de hoogste Roemeense rechter het Hof van Justitie om uitleg van artikel 2 onder a Richtlijn 2001/29. Het Hof oordeelt dat een tekst die op een sociaal netwerk is gepubliceerd en een mening over maatschappelijke praktijken bevat, onder het begrip ‘werk’ kan vallen wanneer hij een eigen intellectuele schepping vormt die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt. De lengte van de tekst, de online publicatie en het al dan niet behoren tot een bepaald literair genre zijn daarbij op zichzelf niet relevant. Het is aan de nationale rechter om na te gaan of CY bij het schrijven van de tekst vrije en creatieve keuzes heeft gemaakt die in de tekst tot uitdrukking komen.
Het Hof gaat vervolgens in op de uitzondering voor het gebruik van beschermde werken bij de verslaggeving over actuele gebeurtenissen van artikel 5 lid 3 onder c Richtlijn 2001/29. Het sluit niet uit dat het overnemen door een online krant van een aan het begin van het schooljaar gepubliceerde tekst over ongewenste praktijken in het onderwijs onder deze uitzondering kan vallen. Dat de lezers niet de mogelijkheid krijgen om op het bericht te reageren of daarover te debatteren, staat daaraan niet in de weg. Of in het concrete geval daadwerkelijk sprake is van verslaggeving over een actuele gebeurtenis, moet de nationale rechter beoordelen. Lidstaten mogen de uitzondering beperken tot het overnemen van korte fragmenten, mits die beperking evenredig is, het nuttig effect en het doel van de uitzondering waarborgt en niet verder gaat dan voor het informatiedoel noodzakelijk is. Artikel 5 lid 3 onder c verzet zich daarentegen tegen een algemene nationale voorwaarde dat uit het gebruik geen direct of indirect commercieel of economisch voordeel mag worden verkregen. Een dergelijke voorwaarde heeft geen grondslag in de richtlijn, tast het nuttig effect van de uitzondering aan en verstoort het evenwicht tussen het intellectuele-eigendomsrecht enerzijds en de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid anderzijds.
58 La procédure revêtant, à l’égard des parties au principal, le caractère d’un incident soulevé devant la juridiction de renvoi, il appartient à celle-ci de statuer sur les dépens. Les frais exposés pour soumettre des observations à la Cour, autres que ceux desdites parties, ne peuvent faire l’objet d’un remboursement.
Par ces motifs, la Cour (deuxième chambre) dit pour droit :
1) L’article 2, sous a), de la directive 2001/29/CE du Parlement européen et du Conseil, du 22 mai 2001, sur l’harmonisation de certains aspects du droit d’auteur et des droits voisins dans la société de l’information,
doit être interprété en ce sens que :
un texte publié sur un réseau social et exprimant une opinion sur des pratiques sociales considérées comme étant inappropriées relève de la notion d’« œuvre » au sens de cette disposition, pour autant que ce texte constitue l’expression d’une création intellectuelle reflétant la personnalité de son auteur.
2) L’article 5, paragraphe 3, sous c), second cas de figure, de la directive 2001/29
doit être interprété en ce sens que :
il ne s’oppose pas à une réglementation nationale qui limite l’exception ou la limitation visée à cette disposition à la reprise de courts extraits d’une œuvre protégée mais qu’il s’oppose à l’interdiction de tirer un avantage commercial ou économique, direct ou indirect, de cette reprise.