26 feb 2025
Gerecht bevestigt weigering inschrijving ‘FRAUD FIGHTERS’ wegens beschrijvend karakter

Gerecht van de Europese Unie 26 maart 2025 IEF 22630; IEFbe 3897; ECLI:EU:T:2025:340 (Seon Technologies Kft. tegen EUIPO). Seon Technologies Kft. vraagt het Gerecht om vernietiging van de beslissing van de Kamer van Beroep, waarmee de bescherming in de Europese Unie wordt geweigerd voor de internationale inschrijving van het woordteken ‘FRAUD FIGHTERS’. De aanvraag heeft betrekking op software en aanverwante IT-diensten in drie klassen. Volgens de Kamer is het teken beschrijvend en mist het onderscheidend vermogen. Het Gerecht buigt zich over vier middelen die door verzoekster zijn aangevoerd.In het eerste middel voert verzoekster aan dat het teken niet beschrijvend is, en dat de Kamer zich schuldig heeft gemaakt aan een beoordelingsfout en rechtsdwaling. Zij betoogt dat ‘fraud fighters’ geen gebruikelijke uitdrukking is, niet voorkomt in woordenboeken en in de IT-sector een specifieke betekenis heeft. Het Gerecht stelt vast dat uit het bestreden besluit blijkt dat de Kamer de uitdrukking als geheel én de context van de IT-sector in aanmerking heeft genomen. Het relevante publiek, dat uit professionals bestaat, zal het teken onmiddellijk opvatten als aanduiding van de bestemming of het soort van de betrokken waren en diensten. De afzonderlijke termen hebben elk een duidelijke betekenis en vormen samen een grammaticaal correcte combinatie. Het is voor de toepassing van het verbod niet vereist dat het teken al in gebruik is of voorkomt in woordenboeken. De Kamer heeft bovendien terecht geoordeeld dat de betrokken waren en diensten een voldoende homogene groep vormen, zodat een gezamenlijke beoordeling gerechtvaardigd is. Het Gerecht verwerpt dit middel.
In het tweede middel stelt verzoekster dat het teken onderscheidend vermogen heeft, en dat de Kamer dit ten onrechte heeft ontkend. Het Gerecht merkt op dat een teken dat als beschrijvend wordt aangemerkt, noodzakelijkerwijs geen onderscheidend vermogen kan hebben. Nu is vastgesteld dat het teken beschrijvend is, hoeft dit middel niet afzonderlijk te worden beoordeeld. In het derde middel betoogt verzoekster dat de Kamer de beginselen van gelijke behandeling en behoorlijk bestuur heeft geschonden. Zij verwijst naar inschrijvingen van het teken in Hongarije en andere landen, en ook naar eerdere registraties bij het EUIPO van tekens met de woorden ‘fraud’ of ‘fighters’. Het Gerecht herinnert eraan dat het Uniemerksysteem autonoom is, en dat beslissingen van nationale of buitenlandse instanties geen invloed hebben op de beoordeling binnen de Unie. De Kamer heeft de aangevoerde eerdere inschrijvingen onderzocht en terecht vastgesteld dat geen van die tekens dezelfde combinatie en betekenis heeft als ‘fraud fighters’. Het Gerecht onderschrijft dit oordeel en verwerpt ook dit middel.
In het vierde middel voert verzoekster aan dat de Kamer haar motiveringsplicht heeft geschonden. Volgens haar is geen rekening gehouden met overgelegde bijlagen, is het relevante publiek niet duidelijk omschreven en ontbreekt marktonderzoek. Het Gerecht stelt vast dat het bestreden besluit een duidelijke beschrijving bevat van het relevante publiek, en een toereikende motivering voor de beoordeling van hoe dat publiek het teken zal waarnemen. Deze motivering stelt zowel verzoekster als het Gerecht in staat de overwegingen van de Kamer te begrijpen. Voor zover verzoekster in dit verband argumenten aanvoert die betrekking hebben op de inhoudelijke juistheid van de beoordeling, laat het Gerecht die buiten beschouwing als niet ter zake dienend. Ook dit middel wordt verworpen. Het Gerecht wijst het beroep in zijn geheel af. Nu geen terechtzitting heeft plaatsgevonden en het EUIPO slechts om kostenveroordeling heeft verzocht voor het geval van een mondelinge behandeling, beslist het Gerecht dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
26 In that respect, it must be borne in mind that the goods and services in question concern software and IT-related services, such as operating system software, computer programming, software design and IT security services and information services relating to safety and security risk assessment. As the Board of Appeal observed in the contested decision, without being contradicted by the applicant, there is a myriad of illegal activities in relation to IT systems. Therefore, in the light of the meaning of the international registration applied for in respect of the relevant public (see paragraph 21 above) and the nature of the goods and services in question, the Board of Appeal was right in finding that that international registration would be understood either as a message that those goods and services consisted in the provision of technical means to combat fraud or were provided by and for those dedicated to such a task, or as indicating that those goods and services, due to their specific software and design specifications, could also themselves be regarded as fraud fighters. Accordingly, the international registration applied for would immediately be understood by the relevant public as describing the possible kind and intended purpose of the goods and services in question, as well as their intended users, contrary to what the applicant claims by referring to the ‘suggestive’ nature of that international registration. Consequently, the Board of Appeal was fully entitled to find that that international registration had a sufficiently direct and specific relationship with the goods and services in question and that it was descriptive, within the meaning of Article 7(1)(c) of Regulation 2017/1001.