Gepubliceerd op donderdag 19 maart 2026
IEFBE 4135
Gerecht EU - Tribunal UE ||
25 feb 2026
Gerecht EU - Tribunal UE 25 feb 2026, IEFBE 4135; ECLI:EU:T:2026:155 (Heinz Thomas Altendorfer tegen EUIPO en Haus zur Hanse GmbH & Co. KG), https://ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-dat-het-beeldmerk-ox-normaal-is-gebruikt-voor-restaurant-en-hoteldiensten

Gerecht bevestigt dat het beeldmerk OX normaal is gebruikt voor restaurant- en hoteldiensten

Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23358; IEFbe 4135; ECLI:EU:T:2026:155 (Heinz Thomas Altendorfer tegen EUIPO en Haus zur Hanse GmbH & Co. KG). In dit arrest staat een procedure centraal tot nietigverklaring van de rechtsgevolgen van een internationale registratie met aanduiding van de Europese Unie voor het beeldmerk OX. Voor zover in deze zaak relevant, had die registratie nog betrekking op diensten in klasse 43, met name restaurantdiensten en hoteldiensten. Altendorfer had in 2020 op grond van artikel 198, lid 2, juncto artikel 58, lid 1, onder a, UMVo verzocht om vervallenverklaring van die rechtsgevolgen wegens niet-gebruik. De annuleringsafdeling had dat verzoek volledig toegewezen, maar de Kamer van Beroep vernietigde die beslissing gedeeltelijk voor de betrokken diensten in klasse 43, omdat volgens haar uit de overgelegde stukken bleek dat het merk voor die diensten normaal was gebruikt in de relevante periode van 1 september 2015 tot en met 31 augustus 2020. Voor het Gerecht voerde verzoeker in essentie drie middelen aan: schending van de motiveringsplicht, onjuiste toepassing van artikel 58, lid 1, onder a, gelezen in samenhang met artikel 18 UMVo, en schending van artikel 198, lid 2, UMVo. Het Gerecht verwerpt al die middelen. Ten aanzien van de motiveringsklachten oordeelt het dat de Kamer van Beroep voldoende duidelijk heeft uitgelegd waarom zij laat overgelegde bewijsstukken had toegelaten en waarom zij het gebruik van het merk als normaal had aangemerkt. Dat verzoeker de inhoudelijke beoordeling betwist, betekent nog niet dat de beslissing ontoereikend gemotiveerd is. Daarom falen ook de daarop voortbouwende beroepen op artikelen 41 en 47 van het Handvest.

Inhoudelijk bevestigt het Gerecht dat het merk OX normaal is gebruikt voor zowel restaurant- als hoteldiensten. Voor de restaurantdiensten acht het Gerecht van belang dat Haus zur Hanse sinds 2010 in Braunschweig onder het teken OX een steakrestaurant exploiteerde en dat het merk werd gebruikt in advertenties, op de website en Facebookpagina van het restaurant, op facturen, op de buitengevel en op voor de dienstverlening gebruikte objecten, zoals borden, bestek en glazen. Het Gerecht volgt de Kamer van Beroep in haar oordeel dat het merk daarmee niet alleen als aanduiding van een onderneming, maar ook als merk voor diensten werd gebruikt, omdat er een voldoende verband bestond tussen het teken en de aangeboden diensten. Ook het argument dat het gebruik slechts lokaal of symbolisch was, faalt. Het Gerecht benadrukt dat voor normaal gebruik geen vooraf vastgestelde territoriale minimumdrempel geldt: ook gebruik dat feitelijk is geconcentreerd in één lidstaat, of zelfs lokaal is, kan voldoende zijn, afhankelijk van de aard van de diensten en alle omstandigheden van het geval. In dit geval werd het gebruik ondersteund door een beëdigde verklaring, jaaromzetten van zeven cijfers, facturen, boekhoudkundige overzichten, online reclame, aanwezigheid op Facebook en TripAdvisor, vermelding in een Duitse horecagids en aanwijzingen dat ook klanten uit andere Europese landen het restaurant bezochten. Voor de hoteldiensten had de Kamer van Beroep een afzonderlijke beoordeling verricht, maar verzoeker had daartegen geen zelfstandige, uitgewerkte argumenten ingebracht; daarom laat het Gerecht ook dat oordeel in stand. Omdat het normale gebruik voor de betrokken diensten was aangetoond, faalt ook het derde middel, dat uitging van de onjuiste veronderstelling dat van zulk gebruik geen sprake was. Het beroep wordt volledig afgewezen. Omdat het EUIPO alleen om een proceskostenveroordeling had verzocht voor het geval een mondelinge behandeling zou plaatsvinden en die niet heeft plaatsgevonden, draagt iedere partij haar eigen kosten.

50       De Kamer van Beroep oordeelde dat, volgens de beëdigde verklaring van de beherend vennoot van de houder van de betwiste internationale registratie van 17 mei 2021 (hierna ‘de beëdigde verklaring’), die vennootschap sinds 2010 een vleesrestaurant in Braunschweig, Duitsland, exploiteerde onder de merknaam OX. De Kamer van Beroep stelde vast dat de betwiste internationale registratie werd gebruikt op de bedrijfsdocumenten van het restaurant en in advertenties voor het restaurant en ook aanwezig was op tal van artikelen die werden gebruikt voor het verlenen van horecadiensten, bijvoorbeeld op borden, bestek, glazen en op de kleding van het personeel. De Kamer concludeerde dat de betwiste internationale registratie, in haar geregistreerde vorm of in een gelijkwaardige vorm, werd gebruikt overeenkomstig artikel 18(1)(a) van Verordening 2017/1001. De Kamer van Beroep oordeelde dat, voor zover de uitdrukking "US Steakhouse" werd gebruikt, het puur beschrijvende karakter ervan het onderscheidend vermogen van de betwiste internationale registratie niet aantastte. Het oordeel luidde tevens dat het handelsmerk was gebruikt, aangezien de betwiste internationale registratie was gebruikt in overeenstemming met de essentiële functie ervan. Volgens de Raad is een bedrijfsnaam op zich niet bedoeld om goederen of diensten te onderscheiden, maar eerder om een ​​bedrijf te identificeren. Dit sluit het gebruik ervan als handelsmerk echter niet uit, mits het teken, zoals in dit geval, zodanig wordt gebruikt dat er een verband wordt gelegd tussen het teken dat de bedrijfsnaam vormt en de geleverde diensten.

51       De aanvrager stelt dat de betwiste internationale registratie uitsluitend werd gebruikt als bedrijfsnaam van het restaurant in het Haus zur Hanse hotel.

52       Het EUIPO betwist de argumenten van de aanvrager.

53       Ten eerste dient te worden opgemerkt dat de aanvrager de bevindingen van de Raad van Beroep met betrekking tot het gebruik van de betwiste internationale registratie in de geregistreerde vorm of in een gelijkwaardige vorm die het onderscheidend karakter ervan niet verandert, niet betwist.

54       Vervolgens dient te worden benadrukt dat uit de in punt 42 aangehaalde jurisprudentie duidelijk blijkt dat een handelsmerk daadwerkelijk wordt gebruikt wanneer het wordt gebruikt in overeenstemming met zijn essentiële functie, namelijk het garanderen van de identiteit van oorsprong van de goederen of diensten waarvoor het is geregistreerd, met als doel het creëren of in stand houden van een afzetkanaal voor die goederen en diensten, met uitsluiting van symbolisch gebruik waarvan het enige doel is het handhaven van de rechten die door het handelsmerk worden verleend.

55       In principe is een bedrijfsnaam op zich niet bedoeld om producten of diensten te onderscheiden. Het doel van een bedrijfsnaam is immers om een ​​bedrijf te identificeren. Wanneer het gebruik van een bedrijfsnaam zich dus beperkt tot de identificatie van een bedrijf, kan dit niet worden beschouwd als een gebruik "voor producten of diensten" [zie arrest van 13 april 2011, Alder Capital tegen OHIM – Gimv Nederland (ALDER CAPITAL), T-209/09, niet gepubliceerd, EU:T:2011:169, punt 45 en de daarin aangehaalde jurisprudentie].

56       De jurisprudentie heeft echter ook aanvaard dat het gebruik van een teken als bedrijfsnaam het gebruik ervan als handelsmerk niet uitsluit, mits het is aangebracht op de producten die op de markt worden gebracht of er een verband wordt gelegd tussen het teken dat de bedrijfsnaam vormt en de producten die op de markt worden gebracht of de diensten die worden verleend [zie in die zin de arresten van 11 september 2007, Céline, C-17/06, EU:C:2007:497, punten 22 en 23; van 13 april 2011, ALDER CAPITAL, T-209/09, niet gepubliceerd, EU:T:2011:169, punt 46; en van 22 juni 2022, Puma tegen EUIPO – tegen Fraas (FRAAS), T-329/21, niet gepubliceerd, EU:T:2022:379, punt 76].

57       In de onderhavige zaak heeft de Raad van Beroep terecht geoordeeld dat uit de beëdigde verklaring duidelijk bleek dat Haus zur Hanse sinds 2010 een vleesrestaurant in Braunschweig exploiteerde onder de naam OX en dat de betwiste internationale registratie werd gebruikt in advertenties voor het restaurant, alsook op veel artikelen die werden gebruikt voor het verlenen van cateringdiensten, zoals borden, bestek en glazen.