Gepubliceerd op vrijdag 9 oktober 2026
IEFBE 4345
Gerecht EU - Tribunal UE ||
30 sep 2026,
Gerecht EU - Tribunal UE 30 sep 2026,, IEFBE 4345; ECLI:EU:T:2026:615 (e.plus+), https://ie-forum.be/artikelen/gebruik-e-plus-niet-aangetoond-voor-sim-kaarten-maar-wel-voor-telecommunicatiediensten

Gebruik e.plus+ niet aangetoond voor SIM-kaarten, maar wel voor telecommunicatiediensten

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23907; IEFbe 4345; ECLI:EU:T:2026:615 (e.plus+). ePlus Inc. had verzocht om vervallenverklaring van het Uniebééldmerk e.plus+ van Telefónica Germany wegens het ontbreken van normaal gebruik in de zin van artikel 58 lid 1 onder a UMVo. De nietigheidsafdeling verklaarde het merk vervallen voor alle betrokken waren en diensten en de kamer van beroep liet die beslissing in stand. In beroep beperkte Telefónica haar vordering tot SIM-kaarten in klasse 9 en telecommunicatiediensten in klasse 38. Voor de SIM-kaarten bevestigt het Gerecht het oordeel van de kamer van beroep. De overgelegde bewijsstukken betroffen onder meer starterspakketten, opwaardeertegoeden en prepaidkaarten, maar geen SIM-kaarten als fysieke chips die een abonnee op een mobiel netwerk identificeren en authenticeren. Dat de aangeboden pakketten mogelijk dergelijke SIM-kaarten bevatten, bewijst niet dat e.plus+ overeenkomstig zijn wezenlijke merkfunctie voor die goederen is gebruikt. De consument zal het teken in deze context volgens het Gerecht verbinden met de commerciële herkomst van de telecommunicatiediensten en niet met die van de SIM-kaart als zelfstandig product. De kamer van beroep heeft daarom terecht geoordeeld dat de aard van het gebruik voor SIM-kaarten in klasse 9 niet was aangetoond.

Voor de telecommunicatiediensten in klasse 38 komt het Gerecht tot een ander oordeel. Telefónica had onder meer reclame voor onder ALDI TALK en Ortel Mobile aangeboden telecommunicatiediensten, facturen voor prepaidkaarten en opwaardeertegoeden waarop e.plus of e.plus+ voorkwam en verklaringen van medewerkers overgelegd. In onderlinge samenhang tonen deze stukken volgens het Gerecht aan dat het merk tijdens de relevante periode werd gebruikt in verband met de daadwerkelijke verrichting van telecommunicatiediensten. Dat prepaidkaarten en opwaardeertegoeden ook als betaalmiddel kunnen worden beschouwd, doet daaraan niet af, omdat het teken in die context de commerciële herkomst van de telecommunicatiediensten aanduidt. Evenmin blijkt uit de geleidelijke overgang van E-Plus naar O2 dat het gebruik van e.plus+ was gestaakt. De kamer van beroep heeft daarom een beoordelingsfout gemaakt door te oordelen dat de aard van het gebruik voor telecommunicatiediensten in klasse 38 niet was bewezen. Het Gerecht vernietigt haar beslissing voor zover deze op klasse 38 ziet en verwerpt het beroep voor het overige, waaronder voor de SIM-kaarten in klasse 9. De klacht over onvoldoende motivering wordt verworpen; ook het beroep op het beginsel van behoorlijk bestuur slaagt voor de SIM-kaarten niet.

37      Thus, the fact that packages like those referred to in the evidence submitted by the applicant may contain such SIM cards as physical chips allowing consumers to access mobile telephone services cannot, in itself, demonstrate use of the contested mark for such goods. In that context, and as regards the nature of use of that mark in particular, the evidence thus adduced by the applicant does not therefore demonstrate that that mark has been used, in accordance with its essential function, in order to identify SIM cards as physical chips, as defined in paragraph 34 above. When confronted with the goods shown in such evidence, the consumer will associate the mark in question not with the commercial origin of the SIM cards, which, as physical chips, constitute the technical medium for identifying and authenticating the subscriber on a mobile telephone network, but solely with the commercial origin of the telecommunications services thus provided.

38      Consequently, contrary to the claim made by the applicant, use of the contested mark for ‘SIM (Subscriber Identification Module) cards’ as physical chips, as defined in paragraph 34 above, cannot be established on the basis of the evidence demonstrating the offer for sale, inter alia, of various packages allowing access to mobile telephone services containing identifiers and information relating to those services, such as starter packages, top-up vouchers or prepaid cards.

39      It follows that the Board of Appeal did not err in holding, in paragraph 54 of the contested decision, that use of the contested mark had not been demonstrated for ‘SIM (Subscriber Identification Module) cards’ in Class 9.