DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op dinsdag 3 november 2026
IEFBE 4378
||
3 nov 2026,
3 nov 2026,, IEFBE 4378; C-250/25 (Like Company tegen Google), https://ie-forum.be/artikelen/conclusie-szpunar-ai-chatbots-kunnen-inbreuk-maken-op-persuitgeversrecht-bij-gebruik-van-nieuwsartikelen

Conclusie Szpunar: AI-chatbots kunnen inbreuk maken op persuitgeversrecht bij gebruik van nieuwsartikelen

HvJ EU Conlusie A-G Szpunar 3 november 2026, IEF 23984; IEFbe 4378; C-250/25 (Like Company tegen Google). Op 10 maart 2025 heeft de Hongaarse rechter vragen gesteld aan het HvJEU over het gebruik van perspublicaties door AI-bots [IEF 22771]. In deze zaak tussen de Hongaarse uitgever Like Company en Google staat de vraag centraal of het gebruik van nieuwsartikelen door AI-chatbots, zoals Google Gemini, inbreuk kan maken op het persuitgeversrecht van artikel 15 DSM-richtlijn. Like Company stelt dat Google zonder toestemming artikelen van haar nieuwswebsites heeft gebruikt voor het trainen van AI-modellen en voor het genereren van antwoorden op gebruikersvragen. De Hongaarse rechter heeft hierover vier prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie. Advocaat-generaal Szpunar maakt in zijn conclusie onderscheid tussen het trainen van AI-modellen en het gebruik van nieuwsartikelen door chatbots via Retrieval-Augmented Generation (RAG). Volgens de A-G worden bij het trainen van AI-modellen reproducties van auteursrechtelijk beschermd materiaal gemaakt. Deze reproducties kunnen in beginsel onder de uitzondering voor tekst- en datamining van artikel 4 DSM-richtlijn vallen, mits aan de voorwaarden is voldaan en rechthebbenden het gebruik niet uitdrukkelijk hebben voorbehouden. De A-G adviseert het Hof echter om de prejudiciële vragen over AI-training niet-ontvankelijk te verklaren, omdat onvoldoende is aangetoond dat de artikelen van Like Company daadwerkelijk voor het trainen van Gemini zijn gebruikt. Bovendien valt AI-training volgens hem buiten het begrip onlinegebruik van perspublicaties in de zin van artikel 15 DSM-richtlijn.

Ten aanzien van het gebruik van nieuwsartikelen door AI-chatbots concludeert de A-G dat sprake kan zijn van een relevante reproductie wanneer de chatbot effectieve technische maatregelen tegen scraping omzeilt. Ook kan sprake zijn van reproductie wanneer de beschermde uitdrukkingsvorm van een artikel zodanig herkenbaar terugkomt in het gegenereerde antwoord dat de gebruiker het oorspronkelijke artikel niet meer hoeft te raadplegen. Daarvoor is niet vereist dat de tekst letterlijk wordt overgenomen. Wanneer de beschermde inhoud bovendien systematisch herkenbaar terugkomt in antwoorden op gebruikersvragen, kan ook sprake zijn van beschikbaarstelling aan het publiek. De A-G benadrukt dat dergelijke handelingen niet automatisch aan de aanbieder van de chatbot kunnen worden toegerekend. Daarvan kan sprake zijn wanneer de inbreukmakende handelingen inherent zijn aan het bedrijfsmodel of wanneer de aanbieder onvoldoende passende maatregelen heeft getroffen om inbreuken te voorkomen. In de onderhavige zaak lijkt volgens de A-G geen sprake te zijn van een inbreuk op het persuitgeversrecht. Like Company heeft geen effectieve technische maatregelen tegen scraping getroffen en uit het aangevoerde voorbeeld blijkt niet dat de beschermde uitdrukkingsvorm van het artikel herkenbaar terugkomt in het antwoord van Gemini. Daarnaast lijkt Google passende maatregelen te hebben genomen om inbreuken te voorkomen. Het is aan de verwijzende rechter om dit definitief te beoordelen.

  Conclusion

240. In the light of all the foregoing considerations, I propose that the Court of Justice should:

–        declare the second and third questions referred by the Budapest Környéki Törvényszék (Budapest Regional Court, Hungary) inadmissible; and

–        answer the first and fourth questions referred as follows:

–        Article 15(1) of Directive (EU) 2019/790 of the European Parliament and of the Council of 17 April 2019 on copyright and related rights in the Digital Single Market and amending Directives 96/9/EC and 2001/29/EC, read together with Article 2 and Article 3(2) of Directive 2001/29/EC of the European Parliament and of the Council of 22 May 2001 on the harmonisation of certain aspects of copyright and related rights in the information society,

–        must be interpreted as meaning that where, while processing a user query, an online chatbot powered by a Large Language Model (LLM) retrieves a press publication from a press publisher’s website, reuses that publication to generate an answer, and provides that answer to the user, relevant acts of reproduction of the publication at issue occur if:

–        that chatbot has accessed that publication unlawfully, in particular by circumventing effective technical measures designed to restrict access to, or the scraping of, that publication; or

–        the form of expression in all or part of the press publication at issue is recognisable in the answer provided to the user by the chatbot, to such an extent that the user, by reading that answer, can dispense with accessing the original publication entirely.

–        An act of making available to the public of the press publication at issue occurs if the form of expression in all or part of that publication is systematically recognisable, to the extent described above, in the answers provided by the chatbot to related user queries.

–        Those acts of reproduction or making available may be regarded as carried out by the chatbot provider where:

–        such acts are inherent to that provider’s business model; or

–        that provider has failed to put in place the appropriate measures that can be expected from a reasonably diligent operator in its situation in order credibly and effectively to counter the carrying out of such acts by way of the chatbot.

Gestelde vragen [zie IEF 22771]

1. Vormt het weergeven van (gedeeltelijke) tekst uit een perspublicatie in chatbot-antwoorden een “mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 15 DSM-richtlijn, ook wanneer deze tekst het resultaat is van probabilistische voorspelling door het LLM?

2. Is het trainen van een LLM met auteursrechtelijk beschermde werken een vorm van “reproductie” volgens artikel 2 van Richtlijn 2001/29?

3. Valt deze reproductie onder de uitzondering voor tekst- en datamining (artikel 4 DSM-richtlijn)?

4. Is het, wanneer een gebruiker een instructie geeft die overeenkomt met of verwijst naar een perspublicatie, en het LLM-systeem vervolgens (gedeeltelijk) de inhoud van deze publicatie weergeeft, een reproductie die toerekenbaar is aan de chatbotaanbieder?