11 jul 2025
Kopieer citeerwijze ||
Meta Platforms Ireland Limited tegen Autorità per le Garanzie nelle Comunicazioni
Conclusie A-G Szpunar over art. 15 DSM-richtlijn: ruimte voor nationale regulering van de billijke vergoeding zonder aantasting van het exclusieve persuitgeversrecht
Conclusie AG HvJ EU 10 juli 2025, IEF 23193; IEFbe 4077; ECLI:EU:C:2025:552 (Meta Platforms Ireland Limited tegen Autorità per le Garanzie nelle Comunicazioni). In deze prejudiciële zaak vraagt de Italiaanse bestuursrechter (TAR Lazio) of de Italiaanse implementatie van artikel 15 DSM-richtlijn (richtlijn (EU) 2019/790) verenigbaar is met het Unierecht. Italië heeft in art. 43-bis van de auteurswet en in een AGCOM-besluit een stelsel ingevoerd waarbij persuitgevers voor het onlinegebruik van perspublicaties door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij (zoals Meta/Facebook) een “billijke vergoeding” kunnen bedingen, met daarbij (i) onderhandelingsplichten voor platforms, (ii) informatieverplichtingen om de economische waarde te kunnen bepalen, en (iii) een verbod om tijdens onderhandelingen de zichtbaarheid van uitgeverscontent te beperken. Verder krijgt AGCOM bevoegdheden om criteria voor de vergoeding vast te stellen, toezicht te houden, sancties op te leggen en als partijen geen akkoord bereiken (al dan niet ambtshalve) een bedrag vast te stellen. Meta stelt dat dit artikel 15 DSM doorkruist (dat exclusieve rechten zou geven, niet een vergoedingsrecht) en bovendien onevenredig ingrijpt in de vrijheid van ondernemerschap (art. 16 Handvest) en de contractvrijheid.
A-G Szpunar concludeert dat artikel 15 DSM de materiële inhoud van het persuitgeversrecht volledig harmoniseert: lidstaten mogen het niet omzetten in een louter (onvervreemdbaar) recht op vergoeding zonder toestemmingsvereiste. Wel mogen lidstaten bij de tenuitvoerlegging van dat exclusieve recht maatregelen nemen om effectieve en “billijke” onderhandelingen mogelijk te maken, gezien het structurele machtsonevenwicht tussen persuitgevers en grote platforms. De Italiaanse regels kunnen dus verenigbaar zijn met artikel 15 DSM, mits (1) persuitgevers de toestemming kunnen weigeren of kosteloos kunnen geven, (2) platforms niet hoeven te betalen zonder daadwerkelijk of voorgenomen gebruik, en (3) de contractvrijheid niet dwingend wordt uitgehold (met name: geen regeling die een uitgever via de rechter of AGCOM kan dwingen toestemming te verlenen of een overeenkomst te sluiten). Ook de rol van AGCOM (criteria, toezicht, sancties en een “voorstel/indicatie” of vaststelling van een bedrag) is volgens de A-G toelaatbaar zolang die interventie de partijen niet bindt tot het sluiten van een overeenkomst. Ten slotte acht hij de regeling, onder dezelfde voorwaarden, niet strijdig met art. 16 en 52 Handvest: de beperkingen dienen een algemeen belang (positie pers en democratische functie) en zijn niet kennelijk onevenredig.
37. Hoe dan ook moet artikel 15 van richtlijn 2019/790 aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen nationale bepalingen van een lidstaat die persuitgevers het recht toekennen om een billijke vergoeding te verkrijgen in ruil voor hun toestemming voor het gebruik van hun publicaties door ADIM’s, op voorwaarde dat deze bepalingen de uitgevers niet de mogelijkheid ontnemen om hun toestemming te weigeren of kosteloos te verlenen en de ADIM’s geen betaling opleggen die geen verband houdt met een daadwerkelijk of voorgenomen gebruik van de perspublicaties. Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of aan deze voorwaarden is voldaan, rekening houdend met de verplichting die op elke rechterlijke instantie van een lidstaat rust om haar nationale recht zo veel mogelijk in overeenstemming met het Unierecht uit te leggen.
62. Ik stel daarom voor om op de eerste en de tweede vraag te antwoorden dat artikel 15 van richtlijn 2019/790 aldus moet worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen nationale bepalingen van een lidstaat die
– persuitgevers het recht toekennen om een billijke vergoeding te verkrijgen in ruil voor de toestemming voor het gebruik van hun publicaties door ADIM’s,
– ADIM’s die dergelijke publicaties willen gebruiken, bepaalde verplichtingen opleggen met betrekking tot onderhandelingen met die uitgevers, openbaarmaking van informatie en goede trouw tijdens de onderhandelingen,
– een overheidsinstantie de bevoegdheid verlenen om regelgeving vast te stellen, toezicht uit te oefenen en sancties op te leggen, met inbegrip van de mogelijkheid om criteria voor te stellen voor het vaststellen van de aan uitgevers verschuldigde vergoeding of de hoogte van die vergoeding,
op voorwaarde dat deze bepalingen de uitgevers niet de mogelijkheid ontnemen om een dergelijke toestemming te weigeren of kosteloos te verlenen, dat zij de ADIM’s geen betalingen opleggen die geen verband houden met een daadwerkelijk of voorgenomen gebruik van dergelijke publicaties, en dat zij de contractvrijheid van de partijen niet op dwingende wijze beperken. Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of aan deze voorwaarden is voldaan, rekening houdend met de verplichting die op elke rechterlijke instantie van een lidstaat rust om haar nationale recht zo veel mogelijk in overeenstemming met het Unierecht uit te leggen.