DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op maandag 9 januari 2023
IEFBE 3600
Hof van Cassatie - Cour de Cassation ||
10 dec 2020
Hof van Cassatie - Cour de Cassation 10 dec 2020, IEFBE 3600; ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201210.1F.10 (Infobase tegen Roularta), https://ie-forum.be/artikelen/weigering-verzoek-tot-bekendmaking-schending-wet

Weigering verzoek tot bekendmaking schending wet

Hof van Cassatie van België 10 december 2020, IEFbe 3600; C.18.0309.F/1 (Infobase tegen Roularta) In het bestreden arrest is beslist dat “er geen grond is om het door [de eiseres] ingediende verzoek tot bekendmaking in te willigen” omdat die “maatregelen van openbaarmaking slechts kunnen [...] worden toegestaan indien ze kunnen bijdragen tot de stopzetting van de gewraakte daad of de gevolgen ervan”, en dat “in casu een dergelijk bevel tot staking niet [is] uitgevaardigd”. Hiermee wordt artikel XI.334 § 1 Wetboek Economisch Recht geschonden omdat de maatregel kan los van een bevel tot staking worden opgelegd door de rechter die uitspraak doet over de rechtsvordering inzake namaak, indien hij bijdraagt tot het herstel van de schade. Het bestreden arrest wordt vernietigd in zoverre het uitspraak doet over het door de eiseres ingestelde verzoek tot bekendmaking.

De maatregel kan daarentegen los van een bevel tot staking worden opgelegd door de rechter die uitspraak doet over de rechtsvordering inzake namaak, indien hij bijdraagt tot het herstel van de schade.

Het arrest dat erop wijst dat “[de eiseres] [de verweerster] bij exploot van 24 ok- tober 2013 heeft doen dagvaarden voor de rechtbank van koophandel te Brussel” om “voor recht te zeggen [dat zij] inbreuken heeft gepleegd op het recht sui gene- ris [van de eiseres]” en om “te bevelen dat [de verweerster] onmiddellijk elke in- breuk [op dat] recht moet staken”, en dat “het beroepen vonnis de vordering ont- vankelijk maar niet-gegrond verklaart” oordeelt vervolgens dat de eiseres geen ontvankelijke vordering tot staking kan instellen aangezien haar recht op 31 de- cember 2012 is vervallen en dat “haar vordering ontvankelijk is voor zover ze strekt [...] tot het verkrijgen van een schadevergoeding op basis van haar recht sui generis voor de periode van 12 september 2009 [...] tot 31 december 2012 [...]” en gegrond is ten belope van 39.000 euro.

Het arrest dat beslist dat “er geen grond is om het door [de eiseres] ingediende verzoek tot bekendmaking in te willigen” omdat die “maatregelen van openbaar- making slechts kunnen [...] worden toegestaan indien ze kunnen bijdragen tot de stopzetting van de gewraakte daad of de gevolgen ervan”, en dat “in casu een dergelijk bevel tot staking niet [is] uitgevaardigd”, schendt voornoemd artikel XI.334.

Het middel is gegrond.